Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

In de nacht van 14 op 15 Augustus jl. zijn twee nieuwe onafhankelijke staten geboren. Engeland droeg op die dag alle gezagsrechten In Brits-Indië over aan de regeringen van India (ook wel Voor-indische Unie of Hindoestan genoemd) en Pakistan. De nieuwe staten zullen tot Maart ’48 als dominion binnen het Britse Gemenebest blijven en daarna beslissen of zij ook deze laatste, formele band met de Britse Kroon zullen verbreken.

De Moslimleider Al Khan is minister-president van Pakistan. Pandit Nehroe bekleedt dit ambt in India. Tot gouverneur-generaal vertegenwoordiger van kroonkenmerk van dominion status) zijn benoemd: in India Lord Louis Mountbatten, in Pakistan: Djinnah. Het lidmaatschap van de verschillende internationale organisaties (Ver. Volken) ging over op India. Pakistan moest toelating verzoeken en werd intussen ook toe telaten tot de organisatie der Ver. Volken.

Recapitulatie

India (Brits Indië plus vorstendommen) ontleent zijn naam aan de grensrivier de Indus. Het is een land met een zeer oude cultuur, een wereld op zichzelf, door hoge bergen van de rest van Aziatische continent afgescheiden.

Britse heerschappij

Twee honderd Jaar geleden streden er de Fransen en Britten om de macht. In 1757 legde Robert Clive de grondslag voor de Britse heerschappij, belichaamd in de (Engelse) Oost Indische Compagnie. Warren Hastings maakte in 1772 van Calcutta het zwaartepunt van deze heerschappij. Hij werd de eerste Gouverneur-Generaal. In 1857 had de grote “mutiny” plaats, een muiterij van Indische troepen die onafhankelijkheid eisten. Zij werd door Britse troepen onderdrukt. Er kwam een einde aan het gezag van de Oost-Indische Compagnie. Op 1 Nov. 1858 ging dit gezag over op de Britse Kroon. In tegenstelling tot vroegen, werden de vorsten voortaan in hun positie gehandhaafd en door verdragen direct verbonden met de Kroon (Indische Staten), Deze vorstendommen, 565 in getal, besloegen een oppervlakte van 1.860.000 km2. De bevolking beliep in 1945 ongeveer 95.000.000 zielen.

Het eigenlijke Brits-Indië dat rechtstreeks onder Brits bestuur stond had een oppervlakte van 2.250.000 km2 en een bevolking (1945) van ongeveer 30.5 millioen zielen. Door toedoen van Disraëli kwam het Keizerrijk India tot stand en in 1877 werd Koningin Victoria met grote Oosterse praal te Delhi tot Keizerin geproclameerd.

Op de Imperial Conference van 1926 (later vastgelegd in het Statuut van Westminster) werd de dominion status als volgt omschreven: “,.Autonomous Comunities within the British Empire, equal in Status, in no way subordinate one to another in any aspect of their domestic or foreign affairs, though united by a Common Allegiance to crown, and freely associated as members of the British Commonwealth of Nation.. , Dominions zijn: Australië, Zuid-Akfrika, Canada, Nieuw Zeeland,— Eire (althans formeel), India en Pakistan, New Foundland was tot 1933 dominion, kwam toen weer onder Brits bestuur. Er zijn besprekingen gaande over aansluiting bij Canada.

Maatschappelijke verhoudingen. – In 1941 kon slechts 12% der Indische bevolking lezen en schrijven (in 1931 6,9%). Het percentage analfabeten is groter bil de Mohammedanen, dan bij de Hindoes. De maatschappij draagt nog een sterk feodaal karakter. De rijke vorsten en de inheemse millionairs hebben in het algemeen -weinig sociaal gevoel getoond t.a.v. de lagere kasten. Tweederde deel der bevolking leeft van de landbouw. Slechts eenderde bezit eigen grond.

De levensstandaard is uitermate laag. Ongeveer 30% der Indiërs is ondervoed. De kindersterfte is onrustbarend. Er zijn ongeveer 3 millioen grootgrondbezitters, die van pacht leven. Het boerenprobleern is wellicht het grootste sociale probleem. Het zal noodzakelijk zijn de agrarische overbevolking op te heffen door industrialisatie, door modernisering van de landbouw en door de bevrijding der boeren van de dorpswoekeraars en grootgrondbezitters.

De Industrialisatie heeft de laatste 30 jaar en met name tijdens de beide wereldoorlogen een grote vlucht genornen, al zijn ook nu nog slechts 17 millioen personen In de industrie werkzaarn.

De staatkundige ontwikkeling sedert 1900

De eerste nationalistische stromingen ontstonden in de tachtiger jaren der vorige eeuw. In 1908 werden de eerste Indische vertegenwoordigende lichamen gevormd. Deze colleges betekenden evenwel slechts weinig. Op 20 Aug. 1917 (dus tijdens de eerste wereldoorlog) besloot liet Engelse parlement tot “geleidelijke invoering van zelfbestuur in Indië, als integrerend deel van het Britse Rijk”. De Gouvernement of India-act van 1919 vergrootte de rechten van de vertegenwoordigende lichamen, verruimde het kiesrecht en bracht een reorganisatie van het provinciale bestuur. De onderkoning (vertegenwoordiger van de Keizer) behield evenwel een absoluut veto-recht. De nationalistische beweging achtte een en ander onvoldoende.

Er volgde een periode van grote onrust, in welke Gandhi (geb. 2 Oct. 1869) voor goed als leider naar voren trad. Deze Indische jurist verwierp de gewapende opstand. Hij predikte de passieve tegenstand (satyagraha) en leidde de z.g. ongehoorzaamheidscampagnes. Door zijn houding, -zijn lijden en zijn ascetische levenswijze werd hij In de ogen van de Indische volkeren een legendarische figuur. De Hindoes noemden hem Mahatma (grote ziel). Bij de proclamatie der nieuwe staten op 15 Aug. werd hij geëerd als de ,architect van de vrijheid” (Nehroe). in 1928 werd de commissie-Simon (Sir John Simon) naar Indië gezonden. Zij ,telde voor, aan India dominion-status te verlenen. Dit plan werd evenwel door de Moslems verworpen. Zij vreesden dat Je minderheden te weinig bescherming zouden vinden In een (overwegend Hindoe) Indische staat. ook de Londense .onde-tafelconferentie van 1930 bracht ,een oplossing. Intussen bleven de onlusten voortduren.

Government of India-act 1935

In 1935 kwam een nieuwe staatsregeling tot ;tand die een verdere uitbreiding van van het Indische zelfbestuur bracht. Het centrale bestuur berustte bij de onderkoning. Deze regeerde met behulp van een uitvoerende raad, die aanvankelijk -“oor de helft uit Indiërs en voor de helft uit Britten bestond. Later kreeg zij een “Indische meerderheid. De leden van deze smaad werden Ministers genoemd. Zij varen geen vertegenwoordigers van de -grote partijen (Congres en Moslem Liga), maar door de onderkoning gekozen notabelen. De provincies stonden onder Britse die provinciale regeringen benoemden.

In de Indische staten bleven de vorsten de absolute heersers, zij het onder supervisie van. de onderkoning.De nieuwe wet beoogde tenslotte de vorming van een federatie van alle provincies en vorstendommen. Door het verzet der vorsten kwam hier niets van.

De Congrespartij

Deze (grootste) partij van, India, gesticht door de Engelsman Allan 0 Hume, een gepensionneerd indisch ambtenaar, is steeds de drijvende kracht geweest der nationale onafhankelijkheidsbeweging. Haar successen heeft zij grotendeels te danken aan Gandhi, die sedert 1920 – zo niet de formele dan toch de werkelijke leider was. In 1932 werd zij i.v.m. een ongehoorzaamheidscampagne verboden. In 1934 weer toegelaten. Zij bestaat hoofdzakelijk uit Hindoes, al telt zij ook enige Mohammedaanse leden. Haar leidende figuren zijn grotendeels voortgekomen uit de hogere standen. De 60 millioen Hindoes van de laagste kaste, de z.g. Onaanraakbaren (Paria’s e.a.) beklagen zich bij monde van hun leider Ambedkar dat zij in de Congrespartij achtergesteld worden. Dank zij het ijveren van Gandhi werd onlangs de onaanraakbaarheid afgeschaft

Het partijprogramma vermeldde o.m. de volgende punten: volledige onafhankelijkheid, een democratische federatie van geheel India, een aantal sociale, economische en administratieve hervormingen, Industrialisatie, enz., dus de vorming van een sterke moderne staat. Gandhi wordt tot de conservatieve vleugel gerekend. Pandit Nehroe (voorzitter) is de exponent van de linkervleugel, die min of meer socialistisch is en Europese denkbeelden heeft overgenomen.

De Moslim Liga

Onder leiding van advocaat Djinnah, wierp deze partij zich op als de vertegenwoordigster der 95 miljoen Mohammedanen. Aan haar eis van een eigen Moslimstaat is, met de proclamatie van Pakistan voldaan.

De ontwikkeling sedert 1939

Toen de onderkoning India In 1939 in staat van oorlog met Duitsland verklaarde, stemde de vorsten hiermede in. Zij boden onmiddellijk militaire hulp aan. De Congrespartij echter, weigerde deze oorlogsverklaring te erkennen. Hoewel zij Hitlers agressie veroordeelde, trok zij haar vertegenwoordigers terug uit de wetgevende vergadering en de provinciale regeringen. Zij eiste onmiddellijke verlening van dominion-status met uiteindelijk vollediger onafhankelijkheid en voorts de instelling van een voorlopige regering. De Britse regering verklaarde zich bereid, na de oorlog mede te werken aan de totstandkoming van een nieuwe staatsregeling, met als doel te komen tot de, dominion status. De Congrespartij was intussen begonnen met een nieuwe ongehoorzaamheidscampagne. Tienduizend leden van de Congrespartij, w.o. Gandhi en Nehroe, werden gearresteerd. Zij werden eind 1941 weer vrijgelaten. In 1941 verlieten ook de Moslims de gevende vergadering.

Missie-Cripps

Toen in 1942 de Japanners Bengalen bedreigden, zond Churchill Sir Stafford Cripps naar India. Hij Dracht de belofte mede van volledige onafhankelijkheid “onmiddellijk na de oorlog” De Indiërs namen evenwel geen genoegen met een belofte. Zodoende kwamen de politieke besprekingen tot stilstand.

Intussen leverde India en met name de vorstendommen een grote bijdrage tot de Britse oorlogvoering. Er werd een leger gevormd van 2.5 millioen min. De produktie van oorlogsmateriaal werd sterk uitgebreid en na de oorlog bleek dat Engeland 1320 millioen pond, sterling schuldig was aan de Indische -ondernemers.

De op Instigatie der Japanners door Soebhas Chandra Bose gevormde vrije Indische regering, die ook in India zelf aanhang verwierf slaagde er (anders fan @r Birma, Indo-China en Indonesië) niet in de Japanse nederlaag te overleven.

Conferentie van Simla

Een In 1945 door de onderkoning, generaal Wavell, te Simla bijeengeroepen conferentie tussen Congres- en Moslemleiders over Britse voorstellen voor een beperkt zelfbestuur mislukte Intussen kwam in Engeland de Labourparty aan de regering. Een naar India gezonden kabinetsmissie adviseerde op 16 Mei 1946 tot de overdracht van het bestuur aan de Indiërs en de vorming van één, gedecentraliseerde, Indische staat Het zwaartepunt van het bestuur zou bij de provincies en de staten liggen, die ook groepen zouden kunnen vormen, om gemeenschappelijke belangen gezamenlijk te behartigen.

Na enige aarzeling werd dit plan aanvaard. Op 1 Sept. 1946 benoemde de onderkoning de eerste Indische nationale regering, die aan zou blijven tot, de constituante een nieuwe grondwet opgesteld zou hebben. Formeel gezien, was de onderkoning zelf minister-president’. In feite was dit de vice-premier Nehroe. Eerst op 25 Oktober trad ook de Moslim-Liga toe tot deze regering Het wantrouwen tussen beide partijen nam evenwel toe. Een conferentie van Djinnah en Nehroe te Londen (Dec. 146) maakte aan dit wantrouwen geen einde. Het kwam tot bloedige botsingen tussen Hindoes en Mohammedanen De Moslim-Liga besloot: de inmiddels bijeengekomen constituerende vergadering te boycotten, daar zij in de minderheid waren.

Om enigszins aan de Moslim-eis van een zelfstandig Pakistan tegemoet te komen hadden de Britten voorgesteld, dat de vertegenwoordigende van de door een Moslimmeerderheid bewoonde provincies, in de constituerende vergadering, regionale groepen zouden vormen, die in volledige zelfstandigheid, een groot aantal beslissingen zouden mogen nemen. De Moslim-Liga had zich hiermede akkoord verklaard, maar de Congrespartij stelde zich op het standpunt, dat alleen de constituerende vergadering zelf hierover te beslissen had. Op 22 Jan. 1947 nam dit rompparlement een resolutie aan, waarin het de proclamatie van een onafhankelijke Indische republiek tot zijn doel verklaarde. Begin Februari brak er een nieuwe crisis uit De Moslim-Liga eiste, dat de constituante onmiddellijk ontbonden zou worden, daar zij onwettig was. De Congrespartij op haar beurt eiste liet aftreden der Moslim-Ministers.

De laatste onderkoning

Op 20 Februari 1947 kwam de Britse regering met de opzienbarende verklaring, dat zij besloten had zich op zijn laatst in Juni 1948 uit India terug te trekken. Zij zou voor die tijd de macht overdragen aan één of meer Indische regeringen. Tegelijkertijd werd bekend gemaakt, dat Lord Louis Mountbatten benoemd was tot onderkoning (als opvolger van Wavell) (zie 7069 G en 7102 D)@ Deze eenendertigste onderkoning stelde na veelvuldige besprekingen met alle Indische leiders voor, de dominion status; te geven aan geheel India, of — indien de Indiërs zelf tot verdeling zouden besluiten aan de staten India (Hindoestan'” en Pakistan. De Britse regering nam dit voorstel over. Het werd zowel door de Congrespartij als (te Moslem-Liga aanvaard.

Op 4 juli diende Attlee de Indian Independence Bill,’ in bij het Lagerhuis, Zij kreeg de zegen van alle partijen. Op 16 Juli werd zij door het Hogerhuis goedgekeurd en op 18 Juli door de koning ondertekend. 01) 15 Augustus te 0 uur’ werd zij van kracht. In India “werd zij geprezen als de “nobelste wet, welke ooit door een Brits parlement werd aangenomen”, op dezelfde dag, waarop 171 jaar tevoren de Ver. Staten zich Onafhankelijk verklaarden.

Gepubliceerd in 1947

2001 © Stichting Keesings Historisch Archief – www.kha.nl

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone
Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

Dit artikel is afkomstig uit:

 

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone