Drugs
Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

In dit artikel vertelt Stephen Snelders over de geschiedenis van LSD en XTC in de Westerse maatschappij. Het artikel is gepubliceerd in het 138ste nummer van het Historisch Tijdschrift Groniek genaamd Drugs Afgewogen. LSD en XTC komen in het verhaal uitgebreid aan bod. 

Stephen Snelders

Inleiding: de drugs

Druggebruik, het niet-medische gebruik van bepaalde chemische stoffen (plantaardig of synthetisch) om hun psychoactieve, de geest beïnvloedende eigenschappen, is iets van alle tijden en van alle culturen. We treffen drugs aan onder de coca kauwende landarbeiders in Zuid-Amerika en de heroïne spuitende junks op de Amsterdamse Nieuwmarkt, bij ons rituele kopje koffie en bij peyote gebruikende Indianenstammen. Druggebruik is zelfs onder dieren aangetroffen. (1)

Overal komt druggebruik voor en het vindt plaats in een sociale context. Die context vormt en beïnvloedt de activiteiten van de individuele mens, ook diens druggebruik. Het gebruik van drugs vervult een rol binnen die context. In dit artikel plaats ik het gebruik van twee drugs in de westerse maatschappij in hun sociale context: LSD en XTC. Beiden worden gerekend tot de hallucinogenen, een groep psycho-actieve stoffen met een vaak zeer verschillende uitwerking, waaronder peyote en mescaline, marihuana en hasj, psilocybine bevattende paddestoelen, DMT, ayahuasca, ibogaïne, de vliegenzwam, en nachtschadeplanten vallen. (2) Dat deze stoffen zijn samengebracht onder de naam ‘hallucinogenen’ lijkt erop te wijzen dat het gaat om een categorie middelen die hallucinaties, waanvoorstellingen, oproepen bij mensen. Maar zo gemakkelijk laat hun effect zich niet beschrijven. Hallucinaties roepen deze middelen over het algemeen wel op, zeker als de gebruiker zijn ogen gesloten houdt. Die hallucinaties worden echter vaak als zodanig herkend door de gebruiker. Bovendien hoeven ze lang niet altijd op te treden. En mocht dat wel het geval zijn, dan nog hoeft de gebruiker dat helemaal niet als het belangrijkste effect van het middel te ervaren. Een middel als XTC geeft nauwelijks visuele waanvoorstellingen, zeker in vergelijking met LSD.

Het effect van hallucinogenen, hoe verschillend ook in scheikundige opbouw, kwaliteit en tijdsduur van hun effect, wordt het beste onder een noemer gebracht in de definitie van de Amerikaanse psychiaters Lester Grinspoon en James B. Bakalar. Deze stoffen brengen, “min of meer betrouwbaar gedachten, gemoedsgesteldheden en perceptuele veranderingen voort die anders zelden ervaren worden behalve in dromen, contemplatieve en religieuze exaltatie, flitsen van levendige onvrijwillige herinnering, en acute psychosen.”) (3)

LSD (lysergzuur-diëthylamide) is het prototype van een middel dat een zware hallucinogene ervaring kan geven. Het vervormt de zintuiglijke waarneming van de werkelijkheid zodanig dat de gebruiker in een vreemd universum terechtkomt, waarin elke gedachte en waarneming buitengewone proporties aanneemt. Verre van verdoofd te raken wordt de gebruiker juist buitengewoon gevoelig voor de minste of geringste gebeurtenis. In dit vreemde universum komt hij vaak in confrontatie met zichzelf. Zijn normale handelingspatronen en karakterpantser gelden niet meer. Hij moet een nieuwe verhouding vinden tot de wereld om hem heen. Het effect hiervan is op elke gebruiker verschillend. De een bevindt zich opnieuw in de wonderbaarlijke wereld van het kind, waarin alles nieuw en spannend is. Maar een ander ziet overal om zich heen zijn eigen angsten en spanningen geprojecteerd en moet zien te overleven in een wereld die hij niet onder controle kan krijgen. Net zoals iemand die niet mee kan deinen op de golven en zeeziek wordt, wordt hij ziek. Hij maakt, een slechte reis, een bad trip.

De farmacologische werking van LSD is dan ook slechts één factor in het effect van het middel. Deze factor werkt in samenspel met de ‘set’, de persoonlijkheidsstructuur en de verwachtingen van de gebruiker, en de ‘setting’, de psychologische en fysieke omgeving. Het gebruik van LSD is niet altijd prettig. Voor veel gebruikers is dit element van gevaar juist een aantrekkelijke aspect van gebruik, vergelijkbaar met de kick van een parachutesprong. Voor een periode van vier tot zes uur kan een gebruiker van LSD zowel in een subjectieve staat van allesomvattend inzicht, als in de hel verkeren.

XTC of Ecstacy (de populaire benaming voor methyleendioxynethylamphetamine, MDMA) heeft een veel zachter effect dan LSD. Het wekt geen echte hallucinaties op. Aan de andere kant heeft het wel stimulerende effecten die LSD niet heeft. XTC brengt de gebruiker, mits die het effect aanvaardt, in een zachte, nul/ow gevoelstoestand, die zowel introspectief op het eigen innerlijk, als naar buiten toe op de zintuiglijke omgeving, en op andere mensen, kan worden gericht.

LSD: ontdekking en verspreiding

Het doorslaggevende belang van niet-farmacologische factoren als set en setting in het gebruik van hallucinogene drugs maakt dat de redenen voor dit gebruik en de sociale betekenis ervan in een westerse maatschappij zeer divers zijn geweest. De geschiedenis van de LSD begint bij de ontdekking van de stof door de Zwitserse chemicus Albert Hofmann. Hij deed op 19 april 1943 zijn eerste experiment met LSD: een minimale hoeveelheid, zo dacht hij, van 0,25 milligram. Twee uur later was “een demon in mij binnengedrongen en had bezit genomen van mijn zintuigen en mijn ziel (..) Een verschrikkelijke angst waanzinnig te zijn geworden, hield mij vast. Ik was in een andere wereld terechtgekomen, in andere ruimtes met een andere tijd”. Hij overleefde de crisis, en toen hij de volgende ochtend ontwaakte, voelde hij zich geheel verjongd: “Toen ik later de tuin inliep, waar de zon scheen na een lentebui, glinsterde en schitterde alles in een nieuw licht. De wereld was als nieuw geschapen.’.(4)

Hofmann werkte bij het farmaceutische concern Sandoz in Basel, dus de vraag was: is er een commerciële toepassing te vinden voor dit vreemde middel? Vreemd omdat de hoeveelheden die nodig waren om in zo’n staat van gekte te komen zo minimaal waren, dat ze uitgedrukt moesten worden in microgrammen.

Staat van gekte? Was LSD niet uitermate geschikt om een experimentele psychose op te wekken, iets waar psychiatrische onderzoekers zeker belang in stelden, en waarvoor eerder het hallucinogeen mescaline was gebruikt? LSD werd dan ook in 1947 op de markt gebracht onder de naam Delysid, met als mogelijke toepassing de opwekking van een psychose. Maar er werd ook nog een andere toepassing gevonden. Freuds psycho-analyse had sinds het begin van de eeuw zijn schaduw geworpen over de psychiatrie en het probleem van de inhoud van het onderbewuste bovenaan de agenda gezet. Maar in psychotherapeutische zittingen was het moeilijk door weerstanden en verdringingen van de patiënten heen te dringen. Werner Stoll, zoon van Hofmanns chef bij Sandoz, zag hier als eerste de mogelijkheden voor LSD. Hij gaf als onderzoeker aan de universiteit van Zürich LSD aan een aantal proefpersonen en merkte naast de mogelijkheid om zelf psychopathologische werelden te verkennen op dat het middel een therapeutisch schok-effect op proefpersonen kon hebben (5). De tweede mogelijke toepassing van Delysid die op de bijsluiter werd genoemd, was dan ook het losmaken van weerstanden en verdringingen bij patiënten in de psychotherapie.

Met deze toepassing kwam echter ook het belang voor een heel andere sector naar voren: de agenten van de westerse inlichtingendiensten. De Amerikaanse Centra/ Inte//igence Agency (CIA) was op zoek naar wat de Amerikaanse publicist Joho Marks de ‘Manchurian Candidate’ heeft genoemd, naar een bestsellende thriller uit 1959 van Richard Condon. De Mantsjoerijse kandidaat was een in Korea gehersenspoelde krijgsgevangen Amerikaan, die terugging naar de Verenigde Staten als een op afstand bestuurde moordenaar.

Zou de CIA met LSD niet het middel in handen kunnen krijgen om zelf Mantsjoerijse kandidaten te kunnen opleiden? Konden de weerstanden van gevangengenomen Sovjet-spionnen niet evengoed met LSD doorbroken worden als die van psychotherapeutische patiënten? En – nog groter gedacht – kon niet in een klap de weerstand van een hele vijandige bevolking worden gebroken door die op een of andere manier te besmetten met LSD? Fascinerende vragen. Kurt Plötner, een SS-arts in Dachau, had al pionierswerk op dit gebied verricht door gevangenen zonder dat ze het wisten mescaline in hun drank toe te dienen. Sommigen werden razend, anderen melancholisch of zelfs vrolijk; een aantal onthulde zijn ‘meest intieme geheimen’. Tezelfdertijd dat Plötner aan het werk was dacht de OSS, de voorloper van de CIA, in marihuana een waarheidsserum te hebben gevonden. Haar proefpersonen waren vreemd genoeg medewerkers aan het Manhattan-projecl, het project dat de atoombom voortbracht.

Kort nadat LSD in 1949 in de Amerikaanse psychiatrie was geïntroduceerd, raakte de technische dienst van de CIA in de stof geïnteresseerd. Van 1953 tot 1963 liep binnen de dienst het geheime project MKULTRA. Dit project speelde een sleutelrol in de verspreiding van LSD, omdat het aan wetenschappelijke onderzoekers een nieuwe, belangrijke geldstroom ter beschikking stelde. Honderdduizenden dollars werden in de wetenschap gepompt: zo kreeg Harold Abramson, een vooraanstaand psychiater, in 1953 in het geheim 85.000 dollar om het gebruik van LSD te onderzoeken voor: geheugenverstoring; in discrediet brengen door afwijkend gedrag; verandering van sexuele patronen; verkrijging van informatie; suggestibiliteit en schepping van afhankelijkheid. Het MKULTRA-project bleef echter niet beperkt tot wetenschappelijk onderzoek op vrijwillige proefkonijnen. CIA-agenten vergiftigden nietsvermoedende collega’s met LSD om te kijken hoe ze reageerden, iets dat tot tenminste één zelfmoord leidde. Prostituées gaven klanten stiekem LSD terwijl verborgen agenten het effect ervan observeerden. Ook de strijdkrachten startten hun LSD-projecten. Een Amerikaanse soldaat die in Frankrijk gelegerd was, in 1961 verdacht van het stelen van geheime documenten, werd zes weken opgesloten, onderworpen aan slaag en isolatie, soms zonder water, voedsel of toegang tot een toilet, en voortdurend uitgescholden. Daarna kreeg hij LSD toegediend. Zijn ondervragers dreigden hem te reduceren tot een staat van permanente krankzinnigheid (6).

Het belang van de bemoeienissen van de CIA is echter niet gelegen in wat ze wilde bereiken, want dat werd een mislukking. De effecten van LSD bleken te onvoorspelbaar. Het waren echter juist deze onvoorspelbare effecten, die een grote maatschappelijke uitwerking hadden. We kunnen de verspreiding van LSD in de westerse wereld uitdrukken als een domino-effect. De ontdekking van Hofmann en de onderzoekingen van het Sandoz-concern en wetenschappers als Stoll hadden de eerste steen gelegd. Sandoz wilde om commerciële redenen wel dat het middel verder getest werd en stelde het tegen kostprijs ter beschikking aan onderzoekers, maar gaf geen geld voor onderzoek. De CIA bood hier in de Verenigde Staten wel een geldstroom voor. Wetenschappers gingen aan de slag, maar dit had een belangrijk neveneffect. In een studie uit 1969 van het Amerikaanse Bureau of Narr:otics and Dangerous Drugs werd dit het trickle-down phenomenon, het doorsijpelfenomeen genoemd. Dit fenomeen was overigens niet tot de Verenigde Staten beperkt. Hoe dit werkte is bijvoorbeeld te zien aan de al genoemde Abramson. Hij kreeg zijn geld van Frank Fremont-Smith, die als hoofd van de Macy Foundation CIA-fondsen verdeelde. Fremont-Smith werd door Abramson zelf ook ‘omgeturnd’, zoals het jargon later zou luiden: hij kreeg LSD van hem en zag in welke mogelijkheden het bood. Fremont-Smith organiseerde internationale wetenschappelijke conferenties over LSD. Op zulke conferenties kwam bijvoorbeeld iemand als de Nederlandse psychiater Willy Arendsen Hein. Hij nam zelf ook LSD en gaf het middel aan patiënten: aan psychopathisch geclassificeerde tbr-patiënten en aan neurotische patiënten in zijn kliniek. Arendsen Hein kwam in contact met een aantal personen uit een Amsterdamse vriendenkring: Simon Vinkenoog, die weer door een ander psychiatrisch experiment met LSD in aanraking was gekomen en de Amerikaan Steve Groff. Vinkenoog speelde een belangrijke rol in de Amsterdamse beatscene, waar LSD langzamerhand steeds belangrijker werd. Hij en Groff kregen op hun beurt contact met de Harvard-psycholoog Timothy Leary en zijn kring. Leary was in 1960 in Mexico in aanraking gekomen met de psilocybine bevattende magische paddestoelen. In Amerika kreeg hij toegang tot het netwerk rondom de schrijver Aldous Huxley en de dichter Allen Ginsburg, die door middel van LSD de wereld wilden veranderen. Ginsburg was omgeturnd door de psychiater Gregory Bateson, die zelf weer was omgeturnd door Abramson. En zo bleef het doorsijpelen.

LSD: de tegencultuur

Hoe een middel, dat door de CIA getest werd als wapen in de manipulatie van vijandelijke elementen, een middel kon worden dat de wereld liefde en vrede zou moeten brengen, is alleen te begrijpen als we de werking van set en setting goed begrijpen. Zo kregen de meeste CIA-agenten die LSD gebruikten, mensen met een paranoïde mentaliteit (die samen met de verwachting dat het middel gekmakend was hun ‘set’ vormde), mensen die het middel namen in de psychologisch weinig opwekkende omgeving van hun dienst (de ‘setting’), negatieve reacties. LSD vergrootte gewoon hun paranoïa. Overal zagen ze duistere kwade dingen rondwaren.

Een niet zo typische CIA-agent kreeg echter een geheel andere reactie. Hij werd high en besefte dat alles goed ging. Barsten in het trottoir had hij altijà vreselijk gevonden, maar nu straalden de kleuren van de regenboog eruit en hij besefte dat de barsten uitingen waren van een vibrerend universum. Het hebben van platte neuzen en scheve tanden leek opeens te kloppen, te horen bij het gezicht van de persoon in kwestie. “Something had turned loose in me, and all I had done was shift my attitude. Reality hadn’t changed, but I had. That was all the difference in the world between seeing something ugly and seeing truth and beauty.”? (7) Hij had zijn paranoïa los gelaten en zag de wereld in een nieuw licht.

Een aantal psychiaters had ook de waarde ontdekt van zo’n ervaring, een piek-ervaring waarin de gebruiker zich niet concentreerde op gebreken, maar juist de fundamentele juistheid en goedheid van alles inzag. LSD-gebruikers ervoeren hun ervaringen als mystiek. Bevestiging hiervoor vonden ze in de geschriften van Aldous Huxley. LSD en soortgelijke suhstanties doorbraken volgens Huxley het verengde bewustzijn van de hedendaagse mens, brachten hem in contact met andere werelden, en konden een ‘mystieke’ ervaring brengen waarin men aan alle tegenstellingen ontstegen was. In zijn laatste boek, /sland uit 1962, schetste Huxley een paradijselijke wereld waar de bewoners dankzij een hallucinogene toverdrank een diepe gemoedsrust hadden gevonden (8). Huxley was omgeturnd door de Britse psychiater Humphrey Osmond, een van de pioniers van een therapie waarin het verkrijgen van een piekervaring door een hoge dosis LSD centraal stond. Osmond muntte in 1957 het woord ‘psychedelisch’, de geest manifesterend: LSD liet zien wat er in de geest van de gebruiker was, hemel én hel. Het woord psychedelisch werd overgenomen door het internationale netwerk van LSD-gebruikers, dat zich in de jaren vijftig begon te vormen.

Tegen 1963 waren deze gebruikers niet meer ailiankelijk van Sandoz, dat het middel alleen voor wetenschappelijke en medische doelstellingen ter beschikking stelde. Eerst in de Verenigde Staten en later in Europa werd het middel verkrijgbaar op straat. LSD begon een onderdeel te worden van een nieuwe subcultuur die opkwam, een cultuur die steeds meer tegenover de heersende machten kwam te staan. Eerst raakte Leary aan de universiteit van Harvard in opspraak. Het leek de bestuurders van de universiteit niet goed als bleek dat haar studenten drugs kregen toebedeeld van een docent. Leary moest gaan en ontwikkelde zich tot de flamboyante ‘high priest’ van de psychedelische cultuur. LSD werd voor hem het sacrament (“to come out of our minds, back to our senses”), waarmee de gebruiker zijn culturele conditionering kon overwinnen en zijn rolpatronen kon relativeren.

Tegen 1965 was niet alleen in de Verenigde Staten maar ook in Europa een vicieuze cirkel ontstaan. Hoe meer de exponenten van LSD-gebruik de voordelen van de stof en de mogelijkheid om te ontsnappen aan de maatschappelijke spelletjes van alledag proclameerden, des te meer de overheid zich druk maakte over de gevaren. Hoe meer de overheid zich druk maakte, des te meer LSD deel uit begon te maken van de opkomende tegencultuur. Hoe meer LSD daar deel van uitmaakte, des te zwaarder vervolging door het overheidsapparaat in gang werd gezet. Hoe zwaarder de vervolging, hoe radicaler de tegenstandpunten, hoe meer LSD een symbool werd in de strijd tegen het systeem.(9)

Er ontstonden in deze tijd groepen als de Amerikaanse Merry Pronksters, die zich defmitief los probeerden te maken van alle maatschappelijke waarden, en daarin werden gestimuleerd door grote hoeveelheden LSD en marihuana (en ook amfetaminen). De leider, de schrijver Ken Kesey, was omgeturnd als vrijwilliger in een door de CIA gefmancierd psychiatrisch experiment. Samen met zijn Pronksters trok hij in een bus – FURTHUR genaamd – door Amerika, verzonken in een gigantisch experiment: ‘go with the flow!’, laat je meesleuren in de eeuwige, tijdloze stroom van het bestaan, aanvaard alles, en toon je niet anders dan je bent. De handleiding voor het beleven van een goede trip gaat op voor het hele leven: laat het gebeuren, ga er niet tegenin. Maar blijf tegelijkertijd jezelf: ‘do your own thing’. ‘1’11 of us are beginning to do our thing, and we’re going to keep doing it, right out front, and none of us are going to deny what other people are doing”, zei Kesey. (10)

De Pronksters hadden grote invloed door hun uitvinding van de acid test (acid is straatjargon voor LSD): de eerste grote psychedelische feesten met rockmuziek, vloeistofdia’s en LSD in de frisdrank. Hier werden duizenden mensen ·omgeturnd. De acid tests speelden een belangrijke rol in het ontstaan van het prototype van de psychedelische hippiegemeenschap, de wijk HaightAshbury in San Francisco. Tegen 1967 stond deze wijk in het centrum van de aandacht van de media. 1967 was het jaar van de Summer of Love, het hoogtepunt van de Flower Power, het jaar van de sterk door LSD beïnvloedde bestsellende Beatles-elpee Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band, met het nummer ‘Lucy in the Sky with Diamonds’. 1967 was ook het jaar van de verbreiding van de uit LSD-gebruik voortgekomen ‘hippie’-stijl onder de westerse jeugd: weg met de formaliteit, gemakkelijk zittende kleding met veel accessoires, lichte kleuren, vloeiende lijnen, en vooral lang, wild, niet-gemodelleerd haar. Het woord ‘hippie’, oorspronkelijk een denigrerend verkleinwoord van ‘hipster’, was overigens een uitvinding van de Amerikaanse media. De overname ervan toonde de invloed van de media op de verspreiding van deze subcultuur.

Een onderzoek aan het eind van de jaren zestig liet zien dat ongeveer vier miljoen Amerikanen in deze tijd gemiddeld eens per drie, vier maanden LSD had gebruikt. Zeventig procent van hen had de leeftijd om naar college en high school te gaan (11) De meerderheid van deze gebruikers maakte dus deel uit van de Baby Boom, die tussen 1946 en 1964 76 miljoen nieuwe Amerikanen op de wereld zette. De eerste lading van deze Baby Boom-kinderen, in ieder geval voorzover ze uit de blanke middenklassen afkomstig waren, werd in de jaren zestig volwassen, in een totaal andere wereld dan hun ouders: een van welvaart en onbegrensd lijkende mogelijkheden, een wereld waarin leven in plaats van overleven bovenaan de agenda stond. Maar ook een wereld van hiërarchisch gezag, Vietnamoorlog, en ouderen die lang haar, vrije sex en drugs verboden. De tegenpolen hiervan vonden elkaar dan ook in de tegencultuur, een losse verzameling van vaak tegenstrijdige elementen, radicale studenten, hippies, motorbendes, maoïsten, B/aek Panthers en later ook feministen. Wat hen bond was eigenlijk de vijand, het heersende systeem.

LSD en soortgelijke drugs werden een deelverschijnsel van deze tegencultuur, ook al gebruikte niet iedereen ze, en vonden vele politieke activisten dat ze maar afleidden van de politieke strijd. Dit gold niet alleen in de Verenigde Staten. Elders heb ik voor Nederland een samenhang geformuleerd tussen het ‘jeugdbestel’ dat ontstond in de eerste helft van de jaren zestig, en de verbreiding van het gebruik van LSD. Ook in Nederland hadden sociale en economische ontwikkelingen zoals een groeiende deelname aan het onderwijs, meer werkgelegenheid in dienstensector en industrie in plaats van landbouw; een toename van de interne migratie, en stijgende inkomensontwikkeling met meer ruimte voor consumptieve bestedingen, een jeugdbestel gevormd met eigen codes en gedragsvormen. De nieuwe rockmuziek speelde hierin een bindende rol.

Na 1965 maakt deze rockmuziek een ‘psychedelische’ periode door. Ze kwam vol te staan met psychedelisch aandoende geluidseffecten en psychedelische verwijzingen in de muziek. Het werk van de Beat/es is al eerder genoemd, maar ook hun grote concurrenten de Rolling Stones (de elpee Their Satanie Majesties’ Request, 1967) en tal van andere rockgroepen gingen hierin mee. Ik schat dat het aantal gebruikers van LSD in de jaren zestig en de eerste helft van de jaren zeventig in ederland in de duizenden heeft gelopen – dat van marihuana en hasj in de tienduizenden. (12)

LSD: onderdrukking

De rol die LSD speelde in de tegencultuur leidde tot een hevige vervolging van het gebruik. Mensen als Leary en Kesey, die met hun drugs de jeugd leken te corrumperen en de fundamenten van de maatschappij omver wierpen, kwamen onder justitiële belangstelling te staan. LSD-gebruik werd in de Verenigde Staten in 1965 verboden. Al daarvoor zat justitie achter Leary, de High Priest van de tegencultuur aan. In 1965 werd hij aan de Mexicaanse grens aangehouden met twee marihuanasigaretten en tot dertig jaar gevangenisstraf veroordeeld. De jaren erop waren een aaneenschakeling van juridische procedures en verdere vervolging, tot hij in 1970 de gevangenis indraaide.(13)

Nixon maakte tijdens zijn succesvolle campagne voor het presidentschap in 1968 van de strijd tegen drugs een belangrijk thema. Eenmaal gekozen voerde hij een aantal wetten door die burgerrechten beperkten zo gauw het ging om de verdenking van drugsbezit. De politie mocht, zonder aankondiging en gewapend,  huizen van verdachte drugsbezitters binnenvallen, zelfs als het alleen maar ging om een kleine hoveelheid marihuana. Leary was niet de enige die de prijs moest betalen. Ook andere personen uit de tegencultuur kregen draconische straffen voor drugsbezit.

In Nederland lagen de verhoudingen niet zo scherp als in de Verenigde Staten of in andere Europese landen als Groot-Brittannië. Maar ook in Nederland was druggebruik een zaak van zorg voor de politie. Bekende figuren uit de Amsterdamse beat-scene, waarin allerlei drugs werden gebruikt, waren al sinds het midden van de jaren vijftig mikpunt van de politiebelangstelling. Simon Vinkenoog zat in 1965 zes weken uit voor het bezit van wat marihuana.

De opname van LSD als verboden stof in de Opiumwet in 1966 had evenals het verbod in de VS alles te maken met politieke ontwikkelingen. Bij gelegenheid van het huwelijk tussen kroonprinses Beatrix en prins Claus dreigde Provo LSD in het Amsterdamse leidingwater te stoppen. De regering schrok zo van deze niet-serieus bedoelde provocatie dat binnen een mum van tijd LSD en soortgelijke substanties verboden werden. Opvallend is daarbij dat pas in die maanden de Nederlandse kranten met sensationele en vaak feitelijk onjuiste verhalen over LSD-misbruik kwamen met koppen als ‘Reeds vele jongeren in het verderf gestort’. LSD werd niet langer geassocieerd met wetenschappelijke proefnemingen, maar met excentrieke figuren als Bart Huges, apostel van LSDgebruik die in 1965 een Derde Oog in zijn schedel boorde om permanent high te kunnen zijn. Daarmee werd de rol van LSD in de tegencultuur natuurlijk alleen maar bevestigd, en we zien dan ook dat het LSD-gebruik door jongeren pas na de verboden op gang kwam.

De verbintenis tussen LSD en de tegencultuur verklaart ook het inzakken van het gebruik na de vroege jaren zeventig. De tegencultuur raakte over haar hoogtepunt heen. De grote verwachtingen over een nieuwe wereld van liefde en hoop waren gedesillusioneerd en eindigden in het gefrustreerde terrorisme van de stadsguerilla’s zoals de Weathermen, de Rote Armee Fraktion en de Rode Brigades, en het introspectieve navelstaren van de New Age. Ook LSD kwam uit het vloedlicht van de belangstelling. De desillusies van de jaren zeventig brachten een andere sociale context, waarin het gebruik van andere drugs als heroïne beter gedijde.

XTC: herhaling

Het verhaal rond hallucinogene stoffen in de westerse cultuur was daarmee bepaald nog niet uit. XTC bleek dezelfde sociale betekenis te kunnen hebben als LSD. Het middel werd in 1898 voor het eerst gemaakt door het Duitse farmaceutische bedrijf Merck. Hoewel men dacht dat het als eetlustremmer kon functioneren, werd het nooit op de markt gebracht. In de jaren vijftig fungeerde het middel korte tijd in het rijtje mogelijke drugs dat het Amerikaanse leger een waarheidsserum moest opleveren. In 1972 dook het als straatdrug op. Maar het was pas de herontdekking van het middel door de Amerikaanse chemicus Alexander Shulgin in 1978 die XTC op het begin van zijn zegetocht zou zetten. Eerst als medicijn: een aantal psychotherapeuten in de VS ontdekte dat XTC een uitstekend middel was in therapeutische sessies. Het brak de weerstanden bij de patiënten af en gaf hen een warme, invoelende kijk op hun eigen psyche. Maar de therapeuten wilden dit gebruik geheim houden, bang als ze waren dat er een herhaling zou optreden van de geschiedenis met LSD.

Dit was dan ook precies wat er gebeurde. XTC sloeg in de jaren tachtig aan in de Bhagwan-beweging. De volgelingen van de zich ‘Bhagwan’ (geïncarneerde god) noemende Indiase goeroe Shri Rajneesh vonden in XTC precies wat ze nodig dachten te hebben. Via overlevende hippie-enclaves als Goa in India verspreidde XTC zich verder en ontwikkelde zich tot een feestdrug: in combinatie met de juiste muziek kan XTC een extatische danstrance opwekken.

Juist dit feestelijke gebruik wekte de aandacht van de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA) in zijn onvermoeide strijd tegen het drugsspook. Vooral het gebruik van XTC door strippers in Texas werkte op de verbeelding van de DEA-agenten. In 1986 werd het middel in de VS verboden. Andere landen volgden zonder meer, in 1988 ook Nederland.

Maar via Chicago verspreidde de housemuziek zich over de wereld. Ken Kesey’s acid test herleefde in nachtenlange danssessies op house, gestimuleerd door een XTC-trip, begeleid door lichtshows en stroboscopen. Acid werd ook een naam voor XTC, bijvoorbeeld op T-shirts met een glimlachend huis: ‘The House That Acid Built’. De zomer van 1988 werd door de housescene een nieuwe ‘Summer of Love’ genoemd, net als die vorige zomer in 1967. Ondanks het verbod op XTC nam het gebruik daarvan, en de populariteit van housemuziek, alleen maar toe. Het verbod leidde er hoofdzakelijk toe, dat er steeds minder zuivere MDMA in de XTC-pillen werd aangetroffen.

House en XTC zijn commerciële successen geworden. Daarnaast zette een deel van de housescene de traditie van alternatieve politiek van hun voorgangers uit de jaren zestig voort. Een citaat van Cosmo, een van de leden van de Engelse housegroep lustice?:

In the eighties, a lot of people who were hacked off wilh the way we were living, or were just plain bored, got off their arses and did something about il. Pree festivals, squat culture.. and later Acid House parties… DIY [Do It Yourself] culture was bom when people got togelher and realised that the only way forward was to do things themselves (14)

Niet alleen een overheidsverbod, maar een bredere verandering van de sociale context is nodig om een einde te maken aan het gebruik van XTC. Waarop weer andere drugs haar plaats zullen innemen.

Wil je meer longreads lezen? Kijk dan onder het kopje Rubrieken!

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone
Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

1 Volgens R K Siegel, Imoxication. LiJe in pursuit of anificial paradise ( ew York 1990).
2 Voor een goed overzicht van deze stoffen, zie Peter Stafford, Psychedelics Encyclopedia (3e druk; Berkeley 1992).
3. Stafford, Encyetopedia, 1.
4 Hofmann verhaalt over zijn ontdekking in: LSD. Mein Sorgenkind (Frankfurt 1982) 1-60.
5 W.A. StoII, ‘Lysergsäure-diäthylamid. Ein Phantastikum aus der Mutterkomgruppe’, Schweizer Archiv fiir Neurologie und Psychiatrie 60 (1947) 279-323
6 Voor de CIA-bemoeienissen met LSD, zie John Marles, The search for lhe ‘Manchurian Candidale’. The CIA and mind control (New York 1979); en Martin A. Lee en Bruce Shlain, Acid dreams. The CIA, LSD and lhe sixties rebellion (New York 1985).
7 Marks, The search for the ‘Manchurian candidate’, 69
8 Aldous Huxley, The Doors of PerceptionjHeaven and Heli (Harmondsworth 1972); Idem, Island (New York 1962).
9 Voor een overzicht van LSD en de Amerikaanse tegencultuur, zie Lee en Shlain, Acid dreams en Jay Stevens, Stomzing heaven. LSD and lhe American dream ( ew York 1988). LSD in ederland heb ik behandeld in twee artikelen: ‘De omwenteling. Korte geschiedenis van het ontstaan van de psychedelische traditie in het westen’ in: Hans Bogers, Stephen Snelders en Hans Plomp, De psychedelische (r)evoIUlie. Geschiedenis van en recente ontwikkelingen in hel onderzoek naar veranderde bewusLZijnsslalen (Amsterdam z.j) (19941 47-66; en ‘Het gebruik van psychedelische middelen in Nederland in de jaren zestig. Een hoofdstuk uit de sociale geschiedenis van drugsgebruik’, Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis 21 (1) (februari 1995) 37-60.
10 Tom Wolfe, The Electric Kool-Aid Acid Test ( ew Vork 1989) 65.
11 Lee en Shlain, Acid dream, 196
12 Snelders, ‘Gebruik’, 54. 13 Waar hij overigens weer uit ontsnapte, om in 1973 in Afghanistan door de Amerikaanse justitie te worden gearresteerd en teruggevoerd te worden naar de VS. Tot het einde van het republikeinse bewind in 1976 zat Leary gevangen.
14 Nicholas Saunders, Ecstasy and the dance culture (Exeter 1995) 173. Een toegankelijke inleiding tot XTC, met name in Nederland: Amo Adelaars, XTC. Alles over Ecstacy (3e druk; Amsterdam 1996).

 

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone