De strijdvaardige gezant van Allah
Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

Mohammed nam met enige tegenzin het werk van profeet op zich, maar bouwde doortastend een enorm werelds en geestelijk rijk op

De jongensnaam die momenteel het populairst is bij ouders in Amsterdam is de naam van een Arabische profeet die een kleine vijftien eeuwen geleden leefde. Dit is een indicatie van de enorme invloed die Mohammed tot op de dag van vandaag uitoefent. Hij werd geboren als zoon van een verdeeld woestijnvolk dat alleen de taal gemeenschappelijk had en praktisch geen verwachtingen koesterde ten aanzien van een leven na de dood. Als gezant van God organiseerde hij een militante religieuze beweging die, met gebruik van een flinke dosis geweld, de fundamenten legde van wat een groot werelds en geestelijk rijk zou worden.

Gerry van der List

Een eeuw na de dood van Mohammed in 632 na Christus gaven zijn volgelingen, de moslims, de toon aan in een zeer omvangrijk gebied dat reikte van het huidige Frankrijk tot het huidige India. Zij omhelsden de islam, wat betekende dat zij zich wilden onderwerpen aan één God en uitkeken naar het moment waarop zij in het hiernamaals zouden zijn verenigd met deze Allah. Het geloof van Mohammed had bergen verzet.

Van een glorieus islamitisch rijk is allang geen sprake meer. De tijd dat moslims wereldwijd respect afdwongen met opvallende, uitstekende prestaties op economisch, wetenschappelijk, militair en cultureel terrein is reeds lang voorbij. Maar hun betekenis is nog altijd bijzonder groot. Zo’n 1,2 miljard wereldburgers laten zich tegenwoordig inspireren door de goddelijke ideeën die Mohammed begeesterden.

AANBEDEN EN VEREERD Ondanks taboe op afbeelding is Mohammed (te paard) geschilderd

Je zou kunnen zeggen dat hij de invloedrijkste figuur uit de geschiedenis is geweest. Invloedrijker nog dan Jezus Christus die immers Petrus nodig had om een beweging te organiseren en een kerk te stichten. Mohammed was als het ware Jezus en Petrus in één persoon. Alleen al daarom is het interessant kennis te nemen van zijn woorden en daden. Of beter gezegd: van de verhalen over zijn woorden en daden. Want veel betrouwbare informatie over de historische Mohammed bestaat er niet.

Onwetendheid

Zekerheid bestaat er niet helemaal, of eigenlijk helemaal niet, over het tijdstip waarop Mohammed ter wereld kwam, maar het is de gewoonte om 570 als zijn geboortejaar te noemen. Het Arabië waarin hij opgroeide, was allesbehalve een regio van aanzien en belang. Het schiereiland werd overschaduwd door het Byzantijnse en Perzische rijk. Het beschikte nauwelijks over natuurlijke hulpbronnen en bestond grotendeels uit woestijn, waar herders zonder vaste woonplaats, de zogeheten bedoeïenen, rondzwierven. Wel had zich enige handel in het stadje Mekka ontwikkeld en was het 400 kilometer noordelijker gelegen Medina, dat toen nog Yathrib heette, uitgegroeid tot een, in elk geval voor Arabische begrippen, redelijk welvarende agrarische gemeenschap.

De Arabieren hingen een veelgodendom aan. Allah was slechts een van de hogere machten die zij zo nu en dan aanriepen. Zij hechtten ook waarde aan het bestaan van drie godinnen, Al-Lat, Manat en Al-Oezza. Zij werden als de dochters van God beschouwd. Ieder van dit drietal had zo haar eigen functie. Al-Lat bijvoorbeeld, waakte over herders en karavaandrijvers, en Manat was de godin van het lot. Verder waren er nog de ‘jinns’, intelligente geesten en andere niet-stoffelijke wezens die waren gemaakt van vuur. In het islamitisch spraakgebruik is dit polytheïstische tijdperk vol folklore bekend komen te staan als de al-Jahiliyya, de periode van de onwetendheid.

Het was aan Mohammed om aan die onwetendheid een eind te maken. Hij kwam niet in erg gelukkige omstandigheden tot wasdom. Zijn vader, Abdallah (zoon van God), stierf voor zijn geboorte, zijn moeder, Amina, toen hij 6 jaar was en zijn grootvader twee jaar later. Hij werd opgevoed door zijn oom Aboe Talib, het hoofd van een vrij arme clan van de stam Koeraisj. De Koran bevat een verwijzing naar de kommervolle jeugd van de profeet: ‘Heeft Hij u niet gevonden als wees en u toevlucht verschaft? En u gevonden als dwalende en u rechtgeleid? En u gevonden als hulpbehoevende en u rijk gemaakt?’ (93:6-8, dat wil zeggen; aya – vers – zes tot en met acht van soera – hoofdstuk – 93. De hier gebruikte vertaling is die van J.H. Kramers, bewerkt door Asad Jaber en Hans Jansen).

GELOVIGE KRIJGER De profeet met twee symbolen van zijn geloof, het zwaard en de Heilige Schrift. Op de achtergrond bevindt zich Mekka.

De rijkdom kwam Mohammed aangewaaid in de persoon van de knappe, slimme en zelfstandige zakenvrouw Chadiedja. De vijftien jaar oudere weduwe liet met karavanen spullen uit Syrië halen om ze te verhandelen op de markt van Mekka, een activiteit waarmee ze flink wat geld had vergaard. Haar vader was niet zo blij met haar liefde voor de jonge, arme schapenhoeder. Chadiedja moest naar verluidt haar vader dronken voeren om toestemming te krijgen voor een huwelijk.

Door de welstand en status van zijn vrouw kreeg Mohammed de mogelijkheden zich op allerlei terreinen te ontplooien. Hij bouwde de karavanenhandel van Chadiedja uit en onderscheidde zich met politieke acties. Hij genoot ook zo veel mogelijk van het leven, want de toekomstige profeet was zeker geen asceet. ‘Van deze wereld zijn de vrouwen en de parfums mij lief geworden,’ zei hij volgens de hadith, de overleveringen over zijn daden en uitspraken. Zijn hartstocht voor vrouwen zou hij overigens pas later in uitbundige mate kunnen uiten. Tot haar dood in 618 wist Chadiedja haar echtgenoot aardig onder de duim te houden en de onder Arabische mannen gebruikelijke veelwijverij te voorkomen.

Openbaring

Anders dan Jezus was Mohammed geen echte wonderdoener; hij was niet iemand die verbazing wekte door water in wijn te veranderen of zieken op miraculeuze wijze te genezen. Maar wel gebeurden er wonderbaarlijke dingen in zijn leven. Zoals toen hij als klein kind werd bezocht door twee mannen die zijn borst openmaakten, zijn hart uitsneden en een zwarte vlek van dit vitale lichaamsdeel verwijderden. Dit vlekje zou symbool hebben gestaan voor de neiging tot het kwaad. Mohammed was door de aartsengelen Gabriël en Michaël bevrijd van zonden.

Ook opmerkelijk was een incident tijdens een handelsreis van Mohammed met zijn oom en voogd Aboe Talib. In Basra in Syrië zag een christelijke monnik, Bahira, hoe takken en wolken het kereltje als enige tegen de onbarmhartige zon beschermden. Nadere inspectie leidde tot de ontdekking van ‘het zegel van de profeet’, een soort moedervlek ter grootte van een duivenei, tussen de schouderbladen van Mohammed. Het was duidelijk: het ging hier om de profeet die in de heilige boeken was aangekondigd.

De roeping zou later plaatshebben, in het jaar 610. In zijn 40ste levensjaar hoorde Mohammed tijdens een meditatie in een grot van de berg Hira uit het niets een stem. Het was de aartsengel Gabriël die de nietsvermoedende zakenman uit Mekka vertelde wat diens bestemming was. Mohammed was de ‘rasoel Allah’, de gezant van God die de waarheid moest gaan verkondigen. ‘Lees op in de naam van uw Heer die geschapen heeft, geschapen heeft de mens van een bloedklomp. Lees op! En uw Heer is de eerwaardigste die onderwezen heeft door het schrijfriet de mens heeft onderwezen wat hij niet wist’ (97:1-5).

Echt blij toonde Mohammed zich aanvankelijk niet met de klus die het Opperwezen hem had toebedacht. Hij was geschokt en hevig geëmotioneerd, en dacht dat een boze geest hem had betoverd. Hij overwoog zelfs een einde aan zijn leven te maken. Na de grot te zijn uitgewankeld, zocht hij wanhopig hulp bij zijn vrouw met de smeekbede: ‘Bescherm mij, bescherm mij.’ Chadiedja raadde hem aan contact op te nemen met haar wijze en gerespecteerde christelijke neef Waraqi ibn Nawfal. Hij bevestigde dat Mohammed inderdaad was uitverkoren en hem zou waarschuwen: ‘Je zult worden beschuldigd van leugens, je zult worden vervolgd, gemeden, verbannen en aangevallen.’

Na de schokkende gebeurtenissen werd de profeet tegen wil en dank een tijdje rust gegund. Maar na een langdurige onderbreking kwamen er meer openbaringen die tot de dood van Mohammed op de meest onverwachte en ongelegen momenten zouden terugkeren. Het waren zeer ingrijpende ervaringen. De gezant van God zweette hevig en zijn lichaam schudde alsof hij een epileptische aanval had gekregen. Soms verloor hij het bewustzijn. ‘Nooit werd mij iets geopenbaard zonder dat ik meende dat mijn ziel van me werd losgerukt.’

De openbaringen deden denken aan visioenen, waarbij Mohammed niet alleen dingen hoorde, maar ook waarnam. Zo zag hij de aartsengel Gabriël als een man aan hem verschijnen. De openbaringen waren een beproeving van alle zintuigen. ‘Soms,’ zei Mohammed, ‘kwamen ze tot mij als echo’s van klokgelui, en dit valt me het zwaarst: de echo’s worden zwakker als ik me van hun boodschap bewust ben.’

IN EN OP WEG NAAR MEKKA Turkse schilderijen uit zestiende eeuw met gesluierde Mohammed

Wat die boodschap behelsde, was in eerste instantie vaak niet goed duidelijk. Sommige openbaringen leken dan ook een verheldering, herhaling of verbetering van vorige. Belangrijk in de islamitische leer is in elk geval dat Mohammed zelf een willoos instrument was. Hij verzon persoonlijk niets, hij kreeg alleen de inzichten van God overgeleverd via openbaringen. Deze openbaringen zouden de Koran vormen, de bron van alle wijsheid voor moslims.

Weerstand

Mohammed stond eerst niet echt te popelen om met het woord van Allah de boer op te gaan. Hij beperkte zich vooral tot huiselijke kring totdat hij van hogerhand de opdracht kreeg in het openbaar te prediken en merkte dat de voorspelling van Waraqi ibn Nawfal niet onzinnig was geweest. De profeet stuitte namelijk op veel weerstand van de inwoners van Mekka. Zij moesten weinig hebben van het idee van één God aan wie zij zich moesten onderwerpen. Ook hadden ze weinig op met de pretenties van zijn gezant, die in naam van Allah de aanval opende op woeker en andere vormen van economische uitbuiting, en opriep de armen te helpen. Mohammed werd er niet gelukkiger op door de dood van zijn vrouw Chadiedja en zijn oom en beschermheer Aboe Talib in het droevige jaar 619.

Een steuntje in de rug kreeg Mohammed wel opnieuw van aarstengel Gabriël die hem op een gevleugelde ezel, genaamd Burak, meenam naar Jeruzalem en hem ten hemel deed opstijgen. Na eerst kennis te hebben gemaakt met de verschrikkingen van de hel mocht de geplaagde profeet een kijkje nemen in de door engelen bewaakte zeven hemelen. Daar ontmoette hij illustere voorgangers als Adam, Mozes en Jezus, om vervolgens zelfs voor het aangezicht van Allah te mogen treden.

Op aarde had Mohammed het geluk dat de inwoners van Yathrib, het latere Medina, onder de indruk waren geraakt van zijn wijsheid. Hij kreeg het verzoek te bemiddelen tussen ruziënde stammen, wat een aanleiding vormde voor een verhuizing. Een tijdige verhuizing, want tegenstanders in Mekka hadden juist besloten de onruststoker uit de weg te ruimen. Zij achtervolgden Mohammed nog tijdens zijn vlucht naar Medina, maar hij wist toevlucht te zoeken in een grot. Omdat God in één nacht voor de grot een boom liet groeien en een spin een enorm web deed weven, hadden de achtervolgers de indruk dat hier niemand was binnengetreden en keerden zij teleurgesteld huiswaarts.

HEMELVAART VAN MOHAMMED Kunstwerk van de Perzische schilder Aqa Mirak (ongeveer 1520-1576)

Op 24 september 622 arriveerde Mohammed in Medina. Deze gebeurtenis vonden de moslims zo belangrijk dat ze er hun jaartelling op zouden baseren. De hijra, de migratie van Mekka naar Medina, vormde het begin, het jaar 0, van de islamitische kalender.

In Medina ging het Mohammed voor de wind. De kleine islamitische sekte ontwikkelde zich snel tot een dominante meerderheid en zijn leider kreeg een welhaast absolute macht. Hij verzamelde niet alleen functies, van onder meer wetgever en legeraanvoerder, maar ook vrouwen. Hij had er aanzienlijk meer dan het viertal dat zijn mannelijke volgelingen zou worden gegund, namelijk negen of tien. Een van hen, de koptisch-christelijke Marjam, schonk hem een zoon die, net als de twee zonen van Chadiedja, zeer jong zou sterven. Zijn favoriete vrouw was de zeer jonge Aisja die hij in 620 huwde. Hij vertelde haar graag dat hij tijdens het liefdesspel met haar nooit een goddelijke openbaring kreeg, wat zou duiden op een grote liefde. Hun relatie kende overigens nogal wat spanningen, mede door de jaloezie van Aisja.

Veldslagen

Toen Mohammed een sterke positie in Medina had verworven, kon hij beginnen met de voorbereidingen voor de strafexpedities tegen de stad die hem had verjaagd. Zijn kruistocht tegen Mekka zou overigens niet zijn ingegeven door wraakgevoelens of het streven naar macht en economisch gewin. Nee, de bekering van ongelovigen, goedschiks of kwaadschiks, was een heilige opdracht. ‘En bestrijd hen totdat er geen verzoeking meer is en de godsdienst geheel aan God behoort.’ (8:39)

De openbaringen gaven zelfs praktische adviezen over tijdstip en methode van oorlogsvoering. Zo was het volgens Arabische gebruiken niet toegestaan om tijdens de heilige maand rajab te vechten, maar Mohammed kreeg van Allah te horen dat hij zich niet aan zulke normen hoefde te houden: ‘Zij zullen u ondervragen over de gewijde maand, het strijden daarin. Zeg: Strijden daarin is iets ernstigs, maar afwenden van de weg Gods en ongeloof aan Hem en van het Gewijde Bedehuis en het uitdrijven daaruit van de lieden die er bij horen is ernstiger bij God’ (2: 214). Dit uitvoerige citaat uit de Koran demonstreert welke waarde Allah hecht aan krijgszucht en Mohammed toonde zich een goede discipel. Het verheven doel heiligde elk middel. De laatste tien jaar van zijn leven bracht de doortastende profeet voor een groot deel door met het succesvol voeren van veldslagen.

Zo vielen de moslims in 624 een karavaan aan die vanuit Syrië terugkeerde naar Mekka. De handelaars kregen hulp van een grote legermacht, maar Mohammed trok toch aan het langste eind. Volgens de overlevering door assistentie van Gabriël en een legertje engelen. Deze slag van Badr vormde voor de islamitische gelovigen weer eens een bewijs dat ze God aan hun kant hadden.

De strijd tussen Mekka en Mohammed zou nog jaren duren. In 625 werden bij de slag van Oehoed duizend islamitische strijders aangevallen door een drievoud aan vijanden. Tientallen volgelingen van de profeet sneuvelden, maar ze hielden stand. Net als twee jaar later, toen het graven van loopgraven rond Medina een goede manier bleek om de stad te beveiligen tegen de belegerende Koeraisj. Intern was Mohammed overigens bezig orde op zaken te stellen. Vooral de joden moesten het ontgelden. Aanvankelijk hadden moslims joodse gebruiken overgenomen, zoals het verbod op varkensvlees. Maar toen de joden weigerden zich te bekeren tot de islam, kregen ze te horen dat ze samenwerkten met de tegenstanders van de moslims en werden ze geëxecuteerd, als slaaf verkocht of verbannen. Het zou het begin zijn van een tot de dag van vandaag durende islamitische animositeit jegens de onbetrouwbaar geachte joden.

Andere groepen zagen meer in de nieuwe religie. Letterlijk hele volksstammen sloten zich aan bij Mohammed, die de islamitische gemeenschap al snel in omvang zag verdubbelen. Hij voelde zich daardoor dermate sterk dat hij het verdrag van Hoedaybiyya, een vredesakkoord tussen Mekka en Medina, aan zijn laars meende te kunnen lappen en met tienduizend man oprukte naar zijn geboorteplaats die hij zonder tegenstand innam. Voor zijn doen toonde de profeet zich zeer genadig. Hij stelde na de overwinning slechts enkele mannen terecht.

OPENBARING Tijdens de strijd hoort de gesluierde Mohammed het woord van Allah

In de laatste jaren van zijn leven werkte Mohammed gestaag door aan de opbouw van zijn rijk. Hij stuurde bijvoorbeeld troepen naar het zuiden van Palestina. Veel naburige stammen waren zo geschrokken van de militaire macht van de nieuwe Arabische heerser dat ze gezanten stuurden om zijn superioriteit te erkennen. Het hele Arabische schiereiland kwam aldus in zijn handen.

In 632 leidde Mohammed een groep pelgrims op de hadj, de bedevaart naar Mekka. Hij hield een afscheidspreek en had zijn laatste openbaring: ‘Heden heb Ik voor u uw godsdienst volmaakt, Mijn weldaad volgemaakt en uw Overgave ( islam) met welgevallen als godsdienst aanvaard.’ (5:5) Kort daarna werd Mohammed onwel en kreeg hij hoge koorts die hem de volgende tien dagen niet meer zou verlaten. Op 8 juni 632 stierf hij in de armen van zijn geliefde Aisja. ‘Heer, schenk mij genade,’ was het laatste dat zij hem hoorde zeggen.

De Arabieren toonden zich bijzonder ontzet en weenden bittere tranen na de dood van Mohammed. Maar vertrouweling en vader van Aisja Aboe Bakr, die als kalief de opvolger van de profeet zou worden, maande tot rust. ‘O volk. Tot degenen die Mohammed hebben aanbeden zeg ik: Mohammed is dood. Maar wie nooit iemand anders dan God heeft geëerd, die weet dat God leeft en nooit zal sterven.’

GESLUIERDE PROFEET Mohammed, met bedekt gelaat, vaart ten hemel in deze twee eeuwen oude Perzische tekening

 

Historisch

Het bovenstaande relaas is werkelijkheid voor alle moslims in de wereld. Zij geloven heilig in de historische betrouwbaarheid van de Koran en van de hadith. Het uiten van enige twijfels over de geschiedkundige correctheid van de traditionele verhalen leidt immer tot grote ergernis in islamitische kringen.

Toch is er haast geen enkele wetenschappelijk verdedigbare uitspraak te doen over de grondlegger van de islam. Ook over Jezus Christus is en blijft het speculeren door het gebrek aan historische feiten. Het staat praktisch vast dat de joodse heilsprofeet heeft bestaan. Hij wordt beschreven door zijn volgelingen, zoals Paulus en de evangelisten, maar hij wordt ook, zij het summier, vermeld in het werk van een meer onafhankelijke waarnemer, de Romeinse geschiedschrijver Flavius Josephus. Meer weten we eigenlijk niet. Geschreven bronnen ontbreken verder, evenals betrouwbare verslagen van ooggetuigen.

Maar bij Mohammed is er zelfs geen onafhankelijke waarnemer die ons iets kan vertellen. Er zijn over hem geen berichten en verslagen die van buiten de islamitische traditie stammen. De traditie gaat terug op de Koran en op biografieën van volgelingen, zoals die van Ibn Ishaak. Onafhankelijke wetenschappers die verifieerbare uitspraken willen doen, staan dan al gauw met lege handen. De Nederlandse arabist Hans Jansen geeft in zijn interessante boek De historische Mohammed het voorbeeld van de onduidelijkheid over het geboortejaar. De islam leert dat Mohammed op aarde kwam in het jaar van de olifant. Zijn geboorteplaats Mekka stond toen op het punt te worden veroverd. Maar toen de vijandige troepen van de Abessijnse heerser van Jemen oprukten, hield de olifant aan het begin van de stoet halt. Het beest knielde en boog in de richting van Mekka, wat een eerbewijs zou zijn aan de profeet wiens komst aanstaande was. De gedachte heeft postgevat dat dit allemaal gebeurde in het jaar 570. Beschrijvingen van de Griekse historicus Procopius, een Zuid-Arabische inscriptie en archeologisch onderzoek maken echter aannemelijk dat het echte jaar van de olifant een stuk eerder viel, namelijk in 552.

Maar het jaar 570 komt beter uit voor het verhaal. Dan was Mohammed immers 40 jaar oud toen hij als profeet werd geroepen, een mooie leeftijd waarop de onbezonnenheid van de jeugd doorgaans is verdwenen zonder dat de zwaktes van de ouderdom zich openbaren. Bovendien, merkt Jansen op, is er de aantrekkelijkheid van de chronologie van eerst tien jaar arbeid in Mekka en vervolgens tien jaar in Medina om de 60-jarige Mohammed min of meer tevreden te kunnen laten oordelen over de bouw van zijn geestelijke en wereldse rijk. ‘Al onze wetenschap omtrent het geboortejaar van Mohammed is in laatste instantie gebaseerd op dat door theologische overwegingen ingegeven schema.’

En dit geldt eigenlijk voor alle gebeurtenissen in het leven van de profeet. Het zijn gelovigen en theologen die onze kijk op hem hebben bepaald. De echte Mohammed blijft in nevelen gehuld.

BEDEVAART Islamitische pelgrims op weg naar Mekka (Frans schilderij uit 1861)

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone
Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

Artikel afkomstig uit

 

Magazine-titel:Elsevier Speciale Edities
Aflevering:Islam
Uitgever:Reed Business Media
Prijs€ 8,95, 100 pagina’s

 

 

 

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone