Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

De Tweede Wereldoorlog was een grootschalig, wereldomspannend conflict met fronten in Europa, Azië, Afrika en Oceanië. Toch wordt zij in de meeste landen vanuit nationale ervaringen herdacht. Zoals in Nederland, waar ‘de oorlog’ min of meer gelijk lijkt te staan met ‘de bezetting’. Is dit nog in lijn met de wereld van vandaag? Globalisering en multiculturalisering nodigen juist uit tot een internationaal perspectief. 

Dodenherdenking op 4 mei op de Franse militaire begraafplaats in Kapelle- Biezinge, waar Franse en Marokkaanse soldaten liggen begraven. Bij de bevrijding van Europa sneuvelden ruim 8000 Marokkanen.

Kees Ribbens

Volgens recente enquêtes van het Nationaal Comité 4 en 5 mei associeert een meerderheid van de Nederlandse bevolking de aanduiding ‘de oorlog’ niet langer bovenal met de Tweede Wereldoorlog. Blijkbaar wordt deze oorlog, onder invloed van diverse eigentijdse conflicten in de wereld, steeds sterker gerekend tot het verleden. Toch voert het te ver om nu te concluderen dat de Tweede Wereldoorlog definitief kan worden bijgeschreven in de boekhouding van de voltooid verleden tijd.

Als ijkpunt leeft de Tweede Wereldoorlog nog altijd voort in Nederland. Niet alleen als historisch ijkpunt dat verwijst naar een uitzonderlijke en zeer ingrijpende periode in de Nederlandse geschiedenis, het is óók een moreel ijkpunt, een toetssteen voor goed en fout en daarmee een maatstaf voor de beoordeling van eigentijdse gebeurtenissen en stellingnames. Met name wanneer totalitaire neigingen worden ontwaard en mensenrechten in het geding zijn, blijkt de collectieve herinnering aan de bezettingsjaren – en niet in de laatste plaats de herinnering aan de jodenvervolging – telkens weer een aansprekend referentiekader. Mede op basis van deze betekenis heeft de oorlogsgeschiedenis niet alleen een plaats verworven in de nationale historische canon, maar tevens in het basisexamen Inburgering, waarmee de maatschappelijke kennis van nieuwkomers wordt getoetst. Zonder besef van zowel de historische als de morele betekenis van de Tweede Wereldoorlog lijkt het niet goed mogelijk Nederlander te zijn of te worden. ‘De oorlog’ is daarmee uitgegroeid tot een wezenlijk onderdeel van de Nederlandse identiteit.

De oorlog met pensioen?

Nu het einde van de Tweede Wereldoorlog bijna 65 jaar achter ons ligt, wordt zo nu en dan geconstateerd dat ‘de oorlog met pensioen gaat’, vermoedelijk ook bij de aanstaande herdenkingen, televisie-uitzendingen en andere beschouwingen. Het mag duidelijk zijn dat de waarde van die uitspraak betrekkelijk is, ook al sterft de generatie die deze oorlog bewust heeft meegemaakt nu daadwerkelijk uit. Hopelijk wekt de pensioneringsgedachte niet de indruk dat de oorlog nu zijn definitieve vorm heeft gevonden in de collectieve herinnering en als versteend kan worden bijgezet in een museaal rariteitenkabinet. Het is niet steeds vanzelfsprekend dat specifieke episoden een ijkpunt blijven wanneer de generaties verdwijnen die dat bewuste verleden aan den lijve hebben ondervonden en er een zinvolle betekenis aan hebben gegeven. Niettemin lijkt de Tweede Wereldoorlog niet snel te verdwijnen uit de herinnering.

De wijze waarop we deze oorlog zien en duiden, is niet eenvormig. Een blik op de geschiedenis van de geschiedschrijving maakt duidelijk dat beelden van historische tijdperken aan verandering onderhevig zijn. Dat geldt zeker voor historische episoden die sterk in de belangstelling staan. De veranderlijkheid van beelden en interpretaties blijkt ook wanneer we onze blik verbreden tot de gehele historische cultuur, met inbegrip van herdenkingen, tentoonstellingen, mediaproducties en andere al dan niet geïnstitutionaliseerde herinneringsinitiatieven. Zo kwam de thematiek van de jodenvervolging pas vanaf de jaren zestig prominenter in beeld, mede met behulp van televisie-uitzendingen, nadat specifieke slachtoffergroepen in voorgaande decennia nauwelijks zichtbaar waren geweest.

In belangrijke mate stoelt die wendbaarheid van de historische beeldvorming op nieuwe vraagstellingen. Dergelijke vragen kunnen voortkomen uit voortschrijdend inzicht van de geschiedwetenschap, maar ook uit kwesties en vragen die leven in de samenleving. De belangstelling voor het verleden weerspiegelt issues die actueel zijn in de eigentijdse wereld. Thema’s van hedendaagse debatten kunnen de onderwerpen waar de historische interesse zich op richt, evenals de bijbehorende benaderingswijzen en kaders, sturen.

Globalisering

Ten aanzien van de Tweede Wereldoorlog groeit de behoefte aan een vernieuwende historische blik. Daarbij is globalisering het trefwoord dat zowel historici als niet-historici inspireert om deze geschiedenis opnieuw tegen het licht te houden. Het gaat daarbij om een complex geheel van economische maar evenzeer politieke en culturele verstrengeling in de vorm van internationalisering, grootschalige migratie en toegenomen multiculturaliteit, zaken waarvan het maatschappelijk belang steeds evidenter is geworden. Dit fenomeen roept ook vragen op over de internationale samenhang en de hedendaagse betekenissen van de befaamde historische episode uit het midden van de 20ste eeuw.

Om tegemoet te komen aan deze belangstelling is het bovenal van belang dat ‘de oorlog’ niet uitsluitend als nationale geschiedenis, als Nederlands verleden wordt opgevat. Dit vraagt, met andere woorden, om een ruimere inkadering. Een dergelijk mondiaal evenement past beter in een wereldhistorische benadering die in de historische wetenschappen bekendstaat als ‘global history’.

Daarmee ontstaat niet alleen aandacht voor de oorlogsontwikkelingen die elders, met name buiten Europa plaatsvonden. Ook kan zo het besef groeien dat de herinneringen die elders van de Tweede Wereldoorlog bestaan, aanmerkelijk verschillen van het Nederlandse verhaal. Dat is temeer van belang omdat door de toegenomen internationale contacten uiteenlopende vertolkingen van die oorlog met elkaar geconfronteerd worden. Dit krijgt in het bijzonder gestalte door de aanwezigheid van nieuwkomers in Nederland voor wie de oorlog niet per definitie eenzelfde betekenis heeft.

Met het benadrukken van het feit dat die oorlog letterlijk een wereldoorlog was, wordt – anders dan het wellicht op het eerste gezicht lijkt – geen open deur ingetrapt. Want al staat buiten kijf dat de Tweede Wereldoorlog een internationale, grensoverschrijdende gebeurtenis was, de wijze waarop de herinnering aan deze oorlog in Nederland invulling krijgt, wordt tot op de dag van vandaag gekenmerkt door een nationaal kader. Dat is begrijpelijk gezien het belang dat de natiestaat, onder meer als kader voor de beleving en zingeving van historische ervaringen, heeft verworven in de 19de en 20ste eeuw, iets wat overigens niet uitsluitend in Nederland het geval was. De vraag is wel of dit traditionele kader toereikend is voor een goed begrip van een zo grootschalig conflict.

Wereldwijde fronten

Hoe ver en hoe ingrijpend de wereldoorlog zich buiten de landsgrenzen heeft uitgestrekt, bleef betrekkelijk onbekend. Natuurlijk weten we dat wat zich vanaf 10 mei 1940 op Nederlands grondgebied afspeelde niet los kan worden gezien van eerdere Duitse agressie in Midden- en Noord-Europa. Maar veel minder wordt beseft dat toen nazi-Duitsland vanaf september 1939 in staat van oorlog verkeerde met de Fransen en Britten, ook de koloniale wereldrijken van de beide grootmachten hierin werden betrokken. Evenzeer had de inval in Nederland consequenties voor het leven in de koloniale bezittingen in Oost én West. We weten dat Nederlands-Indië ten prooi viel aan de groeiende Japanse expansie, maar dat China al vroeg in de jaren dertig hardhandig met dit fenomeen in aanraking was gekomen, blijft vaak onderbelicht.

Al met al waren de ideologisch verwante regimes in Duitsland, Italië en Japan met hun agressieve politiek actief in Europa, Afrika, Azië en Oceanië met enkele uitlopers naar het Amerikaanse continent. Het wereldwijde conflict dat hieruit voortkwam, kende een immense geografische reikwijdte en had derhalve op militair, politiek en economisch vlak ingrijpende gevolgen voor de internationale status quo. Nagenoeg alle staten waren gedwongen positie te kiezen. Bovendien werd in uiteenlopende samenlevingen niet uitsluitend een beroep gedaan op militairen, maar werden alle maatschappelijke geledingen gemobiliseerd. Hoe ver men ook verwijderd was van de frontlinies op één van de continenten, aan de weerslag van de Tweede Wereldoorlog viel nergens te ontkomen.

Het verloop daarvan is in grote lijnen wel bekend: door het conflict met de uitdijende asmogendheden groeide ook het geallieerde kamp, met Groot-Brittannië en Frankrijk als oorspronkelijke kern, aangevuld met hun overzeese gebieden. China en de Sovjet-Unie vormden een belangrijke uitbreiding in de strijd tegen Japan en Duitsland. Na de Japanse aanval op Pearl Harbor sloten ook de Verenigde Staten zich aan. Het wereldwijd vertakte bondgenootschap van geallieerde staten omvatte uiteindelijk nagenoeg de gehele toenmalige wereld voorzover deze niet geknecht was door de asmogendheden.

De militaire inspanningen op de diverse ‘theatres of war around the globe’ beperkten zich geenszins tot de luchtoorlog boven Duitsland en Japan. Belangrijke offensieven vonden eveneens plaats in Noord-Afrika, de Sovjet-Unie en Zuid- Europa en op de Solomoneilanden, de Filippijnen en elders in het Verre Oosten. De Duitse capitulatie in mei 1945 was behalve aan de druk van oprukkende Sovjet-, Amerikaanse en Britse legers ook te danken aan troepen uit onder meer Canada, Polen, Frankrijk en zijn kolonieën en Brazilië. De Tweede Wereldoorlog werd echter niet beëeindigd met de bevrijding van Europa, maar door de Amerikaanse atoombommen op Japan in augustus 1945.

Samenhangende oorlogservaringen

De geografische spreiding van de strijdtonelen, de verscheidenheid aan legers die betrokken waren bij de oorlog en niet in de laatste plaats de verregaande maatschappelijke, politieke en economische mobilisatie van samenlevingen in het toenmalige koloniale wereldsysteem verduidelijken hoezeer de oorlog een grootschalig conflict vormde met een mondiale reikwijdte. De Tweede Wereldoorlog was daadwerkelijk wereldgeschiedenis.

Een versterking van dit besef kan de sterk nationaal ingekaderde oorlogservaringen, zoals het Nederlandse verhaal over de bezettingstijd, voorzien van een ruimere context en zo onze kennis verbreden en verdiepen. Meer aandacht voor de internationale samenhang staat bovendien niet los van de belangstelling voor globalisering, een fenomeen waarvan de wortels immers verder terugreiken dan slechts een handvol decennia. Het waarnemen van de oorlogservaringen in samenhang draagt bij aan het verscherpen van onze blik en is geenszins bedoeld om de Nederlandse ervaringen te bagatelliseren. Juist door de blik minder exclusief te richten op een als vanzelfsprekend beschouwd kader ontstaan nieuwe vragen die ons inzicht in de samenhang en betekenis van de oorlogsjaren versterken. Bovendien wordt daarmee aangesloten bij een ontwikkeling die nauw verweven is met de globalisering waarmee Nederland vandaag te maken heeft. De samenleving die de herinnering aan de oorlog levend houdt, verandert immers qua samenstelling. Zo heeft een toenemend aantal ingezetenen culturele wortels die deels buiten Nederland liggen. Dit geldt zeker voor jongere generaties.

De diversiteit aan achtergronden vraagt om een herbezinning op de gegroeide verwevenheid van deze geschiedenis met de Nederlandse identiteit. Een collectieve herinnering moet tot op zekere hoogte toegankelijk en herkenbaar zijn en dient, om levend te kunnen blijven, aan te sluiten bij de beleving van de eigentijdse burgers. Omdat de Tweede Wereldoorlog de geschiedenis van vele landen in deze periode omvat, zijn er tal van aanknopingspunten. Ruimere aandacht voor het mondiale karakter van deze oorlog verbreedt niet alleen de blik van Nederlanders die vooral vertrouwd zijn met de geschiedenis van ‘de bezetting’, maar toont nieuwkomers bovendien dat het zo gewaardeerde historisch besef niet uitsluitend gebaseerd is op een relatief smalle basis.
Grote lijnen

Het NIOD heeft hierin onlangs een eerste stap gezet met de publicatie Oorlog op vijf continenten. Dit boek vormt een kennismaking met een achttal vaak minder bekende oorlogsgeschiedenissen van belangrijke herkomstlanden van naoorlogse immigranten: China, Marokko, Suriname, de Nederlandse Antillen, voormalig Joegoslavië, de eveneens voormalige Sovjet-Unie, Indonesië en Turkije. Daarmee is een opmerkelijke diversiteit in kaart gebracht, zowel wat betreft verschijningsvorm en duur, als waar het gaat om intensiteit en impact van de oorlog. In elk land leidde een samenspel van deze factoren tot een eigen dynamiek en een specifieke uitkomst.

Een belangrijke overeenkomst is dat in tal van landen nationaal ingekaderde geschiedverhalen de ervaringen in enkele grote lijnen verbeelden en zinvol trachten te interpreteren. Die specifieke weergave is niet eenvoudigweg terzijde te schuiven door een grensoverschrijdende aanpak, maar wel is in recente decennia gebleken, zeker in Nederland, dat het beeld van de oorlog meer dan eens is bijgesteld om ruimte te bieden aan nuanceringen die beter zicht bieden op specifieke ervaringen. Op die manier is er geleidelijk aan aandacht gekomen voor de vervolging van joden, Roma en Sinti en is er belangstelling ontstaan voor de ervaringen in Nederlands-Indië. Zo schrijft elke generatie haar eigen geschiedenis, gebaseerd op – soms moeizaam verworven – voortschrijdend inzicht.

Marokko’s militaire aandeel

In recente jaren hebben met name Marokkaanse Nederlanders gewezen op hun betrokkenheid bij de Tweede Wereldoorlog. Het onderstrepen van de oorlogslotgevallen van Marokkanen is een vraag om aandacht voor gemeenschappelijke geschiedenis, en bovendien een roep om erkenning. Maar waar het militaire aandeel van Marokkanen in de strijd van de Frans-koloniale troepenmacht tegen de nazi’s van onmiskenbaar belang is in een Europese en mondiale context, wordt dit onderwerp vanuit Nederlands perspectief als welhaast irrelevant neergezet. Het botst met de gevestigde collectieve herinnering die vooral nationaal is en verweven blijkt met ‘onze’ identiteit.

Die verwantschap van geschiedenis en identiteit kan leiden tot een afwijzende reflex van minder vertrouwde historische beelden. Wie echter waarde hecht aan een levend en relevant geacht verleden, dient open te staan voor andere zienswijzen. Die zienswijzen moeten steeds kritisch met elkaar vergeleken worden zonder schaduwkanten te vermijden. De opvatting dat de Tweede Wereldoorlog te veelomvattend is om in één enkel kader gevat te kunnen worden, kan dienen als gezond richtsnoer. In een samenleving als de Nederlandse, die zich kenmerkt door toenemende globalisering en een multiculturele leefwereld, vraagt dat besef om urgentie. Alleen op die manier kan de Tweede Wereldoorlog levende geschiedenis blijven die een breed en divers publiek aanspreekt.

Kees Ribbens is onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (niod). Met Joep Schenk en Martijn Eickhoff schreef hij Oorlog op vijf continenten. Nieuwe Nederlanders & de geschiedenissen van de Tweede Wereldoorlog, uitgeverij Boom, 2008.


Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone
Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

Dit artikel is afkomstig uit:

 

Titel:Geschiedenis Magazine
Jaargang:2009
Nummer:4
Uitgever:Virtumedia

 

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone