Byzantijnse soldaten in gevecht met de Arabieren (Bron: Wikipedia)
Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

Palestina moet als staat erkend worden door de VN

De Palestijnse president Mahmoud Abbas wil dat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties Palestina gaat erkennen als staat. Palestina is al decennialang het toneel van de strijd tussen de joodse Israëliërs en de islamitische Palestijnen. De islamitische invloed in Palestina begon in de 7e eeuw, toen het gebied werd  veroverd door de Arabieren en de opkomende islam.

Palestina is een streek aan de oostkust van de Middellandse Zee. Hoewel de term tegenwoordig vooral gebruikt wordt om de Palestijnse gebieden aan te duiden, omvatte de term Palestina vroeger een gebied dat bestaat uit het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en delen van Jordanië, Syrië en Libanon. Door haar strategische ligging aan zee kreeg Palestina al vroeg te maken met verschillende bezetters. Het gebied werd onder andere veroverd door de Egyptenaren, Assyriërs, Babyloniërs, Perzen, Alexander de Grote en de Romeinen.

In het begin van de 7e eeuw maakte Palestina deel uit van het Byzantijnse Rijk. Tussen 614 en 628 werd het korte tijd bezet door de Perzische Sassaniden. Nadat Byzantium het gebied in 628 weer onder controle had, kregen de Byzantijnen steeds meer te maken met de opkomende macht van de islam. Vanaf 629 raakte Byzantium in oorlog met de Arabische moslims en moest het veel terrein prijsgeven. Tijdens de beslissende Slag bij Jarmuk, wat tegenwoordig op de grens tussen Syrië en Jordanië ligt, verloren de Byzantijnen Syrië aan het Arabische Rijk.

Na de verovering van Syrië richtten de Arabische legers zich op Jeruzalem. Zij omsingelden de stad in november 636 en na een belegering van zes maanden gaf de Byzantijnse patriarch Sophronius zich in april 637 over aan de Arabische kalief Omar. Palestina was vanaf dat moment in Arabische handen en zou dat blijven tot de Eerste Kruistocht aan het einde van de 11e eeuw.

De moslims lieten na de verovering van Jeruzalem zien dat zij minder wreed tegen andere geloofsgroepen waren dan de Byzantijnen, die in het begin van de 6e eeuw een groep Joodse inwoners van Jeruzalem hadden uitgemoord. Met het Pact van Omar in 638, dat werd gesloten tussen Omar en Sophronius, werden de rechten en plichten van alle niet-moslims in Palestina vastgelegd. Christenen en joden kregen extra bescherming omdat zij door de moslims werden beschouwd als ‘Mensen van het Boek’, die volgens de Koran de Heilige Boeken hebben ontvangen en deze toepassen. Wel moesten christenen en joden extra belastingen betalen ten opzichte van hun islamitische medeburgers.

Na de verovering door de Arabieren kende Palestina verschillende andere overheersers, tot in 1948 Israël gesticht werd en het conflict tussen de Israëliërs en de Palestijnen begon. President Abbas ziet de erkenning van Palestina door de VN als essentieel om, onder andere, de misdaden van het Israëlische leger tegen Palestijnse burgers aan te kunnen kaarten bij het Internationaal Strafhof in Den Haag. Volwaardig Palestijns lidmaatschap van de VN is voorlopig onmogelijk omdat de Verenigde Staten dit met een veto blokkeren.

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone