De Klaagmuur in 1860, door W.H. Bartlett (Bron: Wikipedia)
Tweet about this on TwitterShare on Facebook3Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

Misschien wilden ze alles dat ze hadden geven aan de schepper van het universum

Aldus rabbijn van de Klaagmuur Shmuel Rabinovitch over de schenkers van een aantal cheques. Deze cheques vertegenwoordigen samen een waarde van ruim een half miljard dollar en werden gisteren gevonden bij de Klaagmuur in Jeruzalem. Dit is niet de eerste keer dat er een groot bedrag is achtergelaten bij de muur, die sinds het jaar 70 één van de heiligste plaatsen van het Jodendom is.

De Klaagmuur, of de Westmuur zoals de muur officieel heet, is het laatste overblijfsel van de Joodse tempel die in 586 voor Christus na de Babylonische Ballingschap op de Tempelberg werd gebouwd. De muur maakte echter geen deel uit van de echte tempel, maar was de buitenmuur rond een plein dat aangelegd was na de uitbreiding van de tempel onder koning Herodus in het jaar 19.

Sinds de verwoesting van de tempel in 70 door de Romeinen is de Klaagmuur één van de heiligste plaatsen in het Jodendom. De muur kreeg zijn bijnaam na de sloop van de tempel, omdat Joden vaak bij de muur rouwden en klaagden over de verwoesting van hun heiligdom. Na de verovering van Jeruzalem door de moslims in de 7e eeuw bleef de Klaagmuur een belangrijke plaats voor de Joden. Onder de Ottomanen behielden zij het recht om samen te komen bij de muur en sultan Süleyman de Grote (1494-1566) was zelfs zo onder de indruk van het bouwwerk dat hij de muur liet wassen met rozenwater.

In de tweede helft van de 19e eeuw leidden tegenstellingen tussen Joden en moslims tot steeds grotere spanningen rond de muur. Nadat Jeruzalem in 1917 onder Brits bewind kwam te staan leidden deze onrusten in 1929 tot grote rellen tussen beide groepen, waarbij 133 Joden om het leven kwamen door geweld van moslimbendes en 110 Arabieren werden gedood door de Britse politie.

Israëlische soldaten bij de Klaagmuur na de verovering van Jeruzalem (Foto: David Rubinger)

Israëlische soldaten bij de Klaagmuur na de verovering van Jeruzalem

Na de Tweede Wereldoorlog stond de Oude Stad van Jeruzalem, en daarmee ook de Klaagmuur, bijna twintig jaar onder Jordaans gezag. Het was voor Israëliërs en buitenlandse Joden in die tijd verboden om bij de muur te bidden en Joden kozen ervoor om samen te komen op de berg Zion, vanaf waar zij de muur konden zien. Door de verovering van Jeruzalem door Israël in de Zesdaagse Oorlog in 1967 kwam de muur weer onder Joods gezag te staan en konden zij deze heilige plaats weer bezoeken om te bidden.

Het is niet ongebruikelijk voor Joden om giften achter te laten bij de Klaagmuur. Hoewel 500 miljoen dollar een groot bedrag is, is het volgens rabbijn Rabinovitch niet de eerste keer dat een dergelijk bedrag bij de muur is gevonden. De vorige keer bleken de cheques echter ongeldig te zijn.

Tweet about this on TwitterShare on Facebook3Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone