Baruch Spinoza en de irrelevantie van religie
Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

Kort nadat René Descartes met de verspreiding van zijn rationele denkbeelden de basis legde voor de moderne filosofie, diende de volgende grote denker zich alweer aan. De Nederlandse filosoof en wiskundige Baruch Spinoza volgde Descartes in veel van zijn ideeën, maar ontwikkelde op zijn beurt een geheel eigen visie op de wereld, een visie waarin religie plotseling volledig irrelevant was geworden.

Baruch Spinoza (1632-1677) was lid van de Joodse gemeenschap in zijn geboorteplaats Amsterdam. Hij kon zich echter niet vinden in de manier waarop hij werd geacht ‘godsdienst te beoefenen’. Spinoza beschouwde het jodendom en het christendom als kortzichtige religies, die zich vastklampten aan vastgeroeste dogma’s en holle rituelen. Hij ontkende de ‘wonderen van Christus’ en verwierp het idee dat ieder woord in de bijbel letterlijk van God afkomstig was. Omdat zijn eigen ideeën afweken van de tijdgeest, werd Spinoza tijdens zijn 44-jarige leven niet alleen beschuldigd van ketterij, maar ook bespot en verstoten – zelfs door zijn eigen familie. Hij leidde een teruggetrokken bestaan, verdiende de kost met lenzenslijpen en besteedde veel tijd aan zijn passie: filosoferen.

Verwerping van het dualisme

Bij het nadenken over hoe de wereld om hem heen in elkaar stak, hanteerde Spinoza een kosmisch en eeuwig perspectief (‘sub specie aeternitatis’). Dit begon met het besef dat hijzelf slechts een minuscuul deeltje van een overweldigend groot en eeuwigdurend universum was. Hierbij zette Spinoza zich af tegen het dualisme van Descartes. Die had met zijn strikte onderscheid tussen ‘denken’ (de geest) en ‘uitgebreidheid’ (tastbare materie, zoals het lichaam) de mens en daarmee de werkelijkheid als het ware in twee afzonderlijke ‘substanties’ verdeeld. Spinoza daarentegen was een ‘monist’: volgens hem was alles wat er bestond te herleiden tot één enkele substantie – niet denken, niet uitgebreidheid, maar simpelweg substantie. Deze substantie zou ‘God’ genoemd kunnen worden, maar net zo goed ‘natuur’.

Inwisselbaarheid van ‘God’ en ‘natuur’

Het opmerkelijke en vernieuwende aan Spinoza was dat hij in zijn werken voortdurend de begrippen ‘God’ en ‘natuur’ over één kam scheerde. Daarmee trok hij het idee van God volledig uit de context van de ‘officiële’ godsdiensten. Hoewel het begrip toen nog niet bestond, was Spinoza eigenlijk een pantheïst: zijn ‘God’ was niet een god die zich boven (theïsme) of buiten (deïsme) de schepping bevond, maar een god die binnen de werkelijkheid aanwezig was. God en natuur waren daarom voor Spinoza inwisselbare begrippen. Het was vooral dit idee dat zoveel kwaad bloed zette bij tijdgenoten en werd afgedaan als ordinaire godslastering.

Een vroege gravure van Spinoza. Het onderschrift, in Latijn, zegt: 'Jood en Atheïst'.

Een vroege gravure van Spinoza. Het onderschrift, in Latijn, zegt: ‘Jood en Atheïst’.

Spinoza’s Ethica

In zijn postuum uitgegeven boek Ethica, naar geometrische methode beschreven (1677) werkte Spinoza zijn theorie over de substantie uit. In navolging van Descartes streefde hij ernaar om zijn filosofie ‘rationeel’ op te bouwen vanuit onomstotelijke waarheden, betrouwbare aannames en logische conclusies. Spinoza argumenteerde dat de werkelijkheid was opgebouwd uit drie lagen: de substantie, attributen en modi

Substantie – attribuut – modus

De overkoepelende substantie (de natuur, of God) vormde volgens Spinoza de oorzaak van alles wat er gebeurde, en omvatte daarom alle attributen. Hiervan moesten er oneindig veel zijn, maar de mens had slechts kennis van twee, namelijk dat wat Descartes ‘denken’ en ‘uitgebreidheid’ had genoemd. Tot slot waren er de modi, ofwel ‘bestaanswijzen’: manieren waarop de attributen tot uiting kwamen. Een modus was altijd verbonden aan een attribuut: tastbare natuurverschijnselen zoals een boom, een rotsblok of een kat waren allemaal een modus van het attribuut ‘uitgebreidheid’. Gedachten óver die specifieke verschijnselen waren modi van het attribuut ‘denken’. Tot welk attribuut een modus ook behoorde, het was tegelijkertijd altijd ook een uitdrukking van die ene, allesomvattende substantie.

Gedetermineerd wereldbeeld

Omdat er maar één substantie was, functioneerde alles en iedereen noodzakelijk volgens de ‘wetten der natuur’. Spinoza had dus een ‘gedetermineerde’ visie op de wereld, en concludeerde dat de mens geen volledige vrije wil had. Hij bedacht dat hij als mens nog wel de vrijheid had om zelf keuzes te maken en te handelen, maar deze vrijheid werd altijd begrensd en als het ware ‘bestuurd’ door natuurwetten. Zoals een appelboom niet ineens kon besluiten sinaasappels te laten groeien, zo kon de mens ook niets doen dat indruiste tegen de natuur. Het menselijk lichaam was immers ook een modus van het attribuut ‘uitgebreidheid’. Zo stelde Spinoza vast dat hij zijn lichaamsdelen alleen maar kon bewegen volgens hun eigen aard: het was bijvoorbeeld ‘onnatuurlijk’ en dus onmogelijk om zijn eigen hoofd rondjes op zijn lichaam te laten draaien.

Rationeel en eeuwig perspectief

Spinoza beschouwde mensen als onvrije zielen, die gevangen zaten in een mechanisch lichaam. Toch was dit geen reden tot pessimisme: om een gelukkig leven te leiden hoefde de mens alleen maar te beseffen dat wat er gebeurde nu eenmaal gedetermineerd was. Hoe dit besef precies tot stand kon komen was iets minder duidelijk: volgens Spinoza kon alleen het eerdergenoemde kosmische ‘perspectief van de eeuwigheid’ inzichtelijk maken hoe alles op een wonderbaarlijke en harmonieuze manier met elkaar samenhing. Dit besef stond voor hem gelijk aan een gelukzalige toestand, die alleen met behulp van de zuivere, logische rede kon worden bereikt.

Met zijn vernieuwende en vooruitstrevende filosofie ontwikkelde Spinoza een visie op de wereld waarin theologie geen rol meer speelde en het streven naar een rationeel begrip van de natuur het hoogste goed was. Zijn ideeën zouden met name voor de 19e-eeuwse Duitse romantiek (met denkers als Goethe en Hegel) een belangrijke inspiratiebron vormen.

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone
Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

Afbeeldingen

– Samuel van Hoogstraten, Baruch Spinoza, 1929

– Wikimedia, Gravure Baruch Spinoza

 

Leestips – Boeken

 

 

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone