David Hume en de zoektocht naar de witte raaf
Tweet about this on TwitterShare on Facebook2Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

Nadat invloedrijke filosofen zoals Descartes en Spinoza in de 17e eeuw beweerden dat iedere vorm van kennis over de werkelijkheid alleen maar met het verstand kon worden ‘beredeneerd’, nam in de 18e eeuw de kritiek op dit ‘rationalisme’ toe. Het idee dat kennis juist voortvloeide uit ervaring won weer meer filosofische aanhangers. De belangrijkste van deze zogeheten ‘empiristen’ was de Schotse filosoof David Hume.

David Hume (1711-1776) groeide op in Schotland, als zoon van ouders die eigenlijk wilden dat hij jurist werd. Hume’s hart lag echter bij de filosofie en wetenschap. Hij zag zich onder meer uitgedaagd door tijdgenoten als de ‘verlichtingsdenkers’ Rousseau en Voltaire en verwierp het 17e-eeuwse rationalisme dat had voortgebouwd op de ideeën van de klassieke filosoof Plato. Hume greep deels terug op het gedachtegoed van Aristoteles, die het belang van de waarneming centraal had gesteld. Zo was Hume van mening dat ‘aangeboren kennis’ niet bestond en dat rationalistische ideeën beschouwd moesten worden als uit de lucht gegrepen hersenspinsels.

Empirisme

David Hume ontwikkelde een visie op de wereld die ‘empirisme’ wordt genoemd, wat zoveel betekent als ‘ervaringsleer’. Het empirisme gaat er vanuit dat kennis van de wereld alleen door middel van (proefondervindelijke) ervaring kan worden verkregen. Volgens Hume hadden mensen bij hun geboorte nog geen enkel bewustzijn. Hij volgde hier de ideeën van een belangrijke ‘empiristische voorganger’: John Locke (1632-1704). Locke beweerde dat het bewustzijn van pasgeboren baby’s een tabula rasa (‘onbeschreven blad’) is, en pas wordt ‘opgevuld’ vanaf het moment dat voor het eerst iets ervaren of waargenomen wordt.

‘Verhandeling over de menselijke natuur’

Hume deed veel ervaringen op tijdens de reizen die hij maakte, waarna hij zich in Edinburgh vestigde en zijn denkbeelden op papier zette. Toen hij 28 jaar oud was verscheen zijn invloedrijkste werk: Verhandeling over de menselijke natuur (1739-1740). Over dit boek zei Hume zelf dat hij het idee hiervoor al had gekregen op zijn vijftiende. In deze Verhandeling argumenteerde Hume dat de filosofie zich moest ‘bevrijden van de misleidende erfenis van het rationalisme’ en zich weer moest richten op de alledaagse leefwereld. Wat bedoelde Hume hier precies mee?

Valse ‘samengestelde’ ideeën

Hume wilde allereerst alleen dingen geloven die hij met zijn eigen ogen kon zien, of kon ‘ervaren’. Hij constateerde namelijk dat mensen met hun ‘verstand’ in staat waren valse voorstellingen te maken van dingen die zij nooit in werkelijkheid hadden waargenomen. Zo kon iedereen zich bijvoorbeeld een engel voorstellen zonder er ooit één te hebben gezien: het concept van een ‘persoon’ en het concept van ‘vleugels’ werden simpelweg aan elkaar gekoppeld in het brein. Door het samenvoegen van ‘enkelvoudige indrukken’ ontstonden volgens Hume ‘valse ideeën’. Fabeldieren behoorden tot de duidelijke voorbeelden: een eenhoorn was immers een samensmelting van het ‘lichaam van een paard’, de ‘sik van een geit’ en de ‘staart van een leeuw’ – plus natuurlijk een curieuze lange hoorn. Omdat mensen in staat waren vanuit enkelvoudige indrukken samengestelde ideeën te vormen, dreigde volgens Hume het gevaar dat we dergelijke ‘waanideeën’ voor waarheden gingen aanzien.

A treatise on human natureTerug naar de basis

Andere treffende en gewichtige voorbeelden vond hij in de zogenaamde ‘godsbewijzen’ van Anselmus en Descartes. Hoewel Hume geen atheïst was, vond hij het onzin om te beweren dat het bestaan van God met het verstand kon worden aangetoond. Het idee van God als een oneindig ‘goed’, ‘intelligent’ en ‘wijs’ wezen, was immers ook slechts een samengesteld idee in ons hoofd, dat nog nooit in het echt was waargenomen en daarom onbetrouwbaar was. Om een betrouwbaar begrip van de werkelijkheid te krijgen, moest de mens ‘terug naar de basis’, naar de manier waarop een klein kind zijn leefomgeving waarneemt en ervaart. Een kind was volgens Hume namelijk nog geen ‘slaaf van de gewenning’.

Kinderlijke waarneming

Een ‘onbevooroordeelde onwetendheid’ vormde dus voor Hume het ideale uitgangspunt, om van daaruit alleen maar te vertrouwen op wat de ervaring leerde. Wat betreft godsdienst was hij daarom een agnost: Hume wist simpelweg niet of er een God bestond, want hij had hem nog nooit gezien. Tegelijkertijd sloot dat het bestaan van God ook niet uit. Hume wees ‘wonderen’ dan ook niet af: hoewel hij uit ervaring wist dat als hij een steen uit zijn handen liet glijden, deze op de grond zou vallen, wilde hij er daardoor nog niet vanuit gaan dat dit in de toekomst ook iedere keer zou gebeuren. Hume kon immers niet ‘ervaren’ dat de steen ook in de toekomst altijd op de grond ging vallen. Zo toonde ook het feit dat hij zijn hele leven alleen nog maar zwarte raven had gezien nog niet aan dat er geen enkele witte raaf bestond.

Zoektocht naar de witte raaf

De boodschap die David Hume wilde overbrengen was dat de mens geen overhaaste conclusies mocht trekken. Alles wat voor ‘waarheid’ werd aangenomen moest nog eens worden onderworpen aan een kritische blik. De ‘zoektocht naar de witte raaf’ was volgens Hume de belangrijkste taak van de filosofie: alleen zo’n actieve houding kon leiden tot meer kennis en een betrouwbaar begrip van de werkelijkheid, zonder valse, samengestelde ideeën. Hume’s Verhandeling over de menselijke natuur vormde een manifest voor de ‘strijd tegen gewenning’. Het geldt als één van de belangrijkste filosofische verlichtingswerken, waardoor in het bijzonder Immanuel Kant zich niet veel later liet inspireren.

Tweet about this on TwitterShare on Facebook2Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone
Tweet about this on TwitterShare on Facebook2Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

Afbeeldingen

– Allan Ramsay, Portrait of David Hume, 1766

– Wikimedia, A Treatise of Human (…), 1736

 

Leestips – Boeken

 

Tweet about this on TwitterShare on Facebook2Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone