De Specerijenroute
Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

Toen de handel tussen Europa en het Midden-Oosten toenam na de kruistochten, kwamen de Europese handelaren ook in contact met waren uit het Verre Oosten. Vooral de specerijen uit India en Indonesië vielen erg in de smaak bij de handelslieden. Nadat de zuidelijke doorgang naar de Indische Oceaan bij Kaap de Goede Hoop was ontdekt, groeide de specerijenhandel nog meer.

De verspreiding van de islam in de vroege middeleeuwen verenigde veel volkeren in culturele zin. Het contact tussen Arabië, Perzië en Aziatische moslimlanden als Indonesië en Maleisië verstevigde, waardoor ook de handel toenam. Zo kwamen de Arabieren aan allerlei kruiden die inheems waren in Zuidoost Azië, zoals kaneel, kruidnagel, zwarte peper, kardemom en gember. Tijdens de kruistochten (1095-1291) vernauwde het contact tussen de westerse wereld en het Midden-Oosten. De Europese handelaren kwamen zodoende in contact met de kruiden.

Italiaanse handelsstaten

Innovatieve handelsstaten maakten dankbaar gebruik van de handelsroute. Italiaanse republieken als Genua en Venetië zetten tijdens de kruistochten handelsverbindingen op met Egypte, waar Arabische kooplui hun waren verkochten. De handel met het oosten leverde deze staten veel welvaart op en hoewel Genua en Venetië niet bijzonder groot waren, konden ze machtige legers op de been houden. In 1453 sloot het Ottomaanse rijk, dat de gebieden tussen de Middellandse Zee en de Indische Oceaan bezat, de handelsroute af. De handel tussen Europa en het oosten liep hierdoor tijdelijk vast.

Langs Kaap de Goede Hoop

In een poging om de handel met het oosten opnieuw op touw te zetten, vertrok de Portugese ontdekkingsreiziger Vasco da Gama in 1497 uit Lissabon om een zeeroute om het Afrikaanse continent heen te vinden. Hij was de eerste Europeaan die van Europa in één tocht naar India voer. Nadat verdere Europese ontdekkingsreizigers zoals Pedro Álvares Cabral en Alfonse du Albuquerque in de 16e eeuw eveneens de route gebruikten om het oosten te verkennen, werden de overzeese handelverbindingen tussen Europa en het Verre Oosten snel aangelegd. Doordat de verschillende Europese grootmachten koloniën stichtten in India, Indonesië en andere Aziatische landen, stortte de Arabische handel met Azië echter in.

De Verenigde Oost-Indische Compagnie

De Nederlanders waren een zeevarend volk waren en maakten dus ook gebruik van de zeeroute naar het oosten. In 1597 voer de eerste Nederlandse handelsvloot vanaf Texel naar ‘de Oost’. De handelaren kwamen met weinig handelswaren terug, maar de Republiek der Nederlanden stichtte desalniettemin een kolonie op Indonesië. In 1602 werd bovendien de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) opgericht. Dit bedrijf werd een machtige handelsorganisatie, dat de specerijenhandel tussen de Indonesische eilanden en Nederland intensief vergrootte.

Invoer van producten

De handelsroute tussen Europa en de oostelijke koloniën zorgde ervoor dat allerlei metalen zoals goud, zilver, tin en koper de Europese markt bereikten. Ook zorgde de handelsroute voor een invoer van materialen die de oosterse cultuur eigen waren, zoals rijst, porselein en zijde. De belangrijkste handelswaren die vanuit het oosten binnenkwamen waren echter specerijen, waar de route zijn naam aan ontleent. De route leverde de Europeanen een grote verscheidenheid aan kruiden op zoals nootmuskaat, kruidnagel, peper, foelie en kaneel. Veel van deze kruiden waren voorheen onbekend in Europa en vielen goed in de smaak bij de Europese burgers. Daarnaast legden sommige koloniale landen plantages aan in hun koloniën om uitheemse planten zoals de koffieplant, de cocaplant of de tabaksplant te cultiveren.

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone