Na geld komt schuld
Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest1Email this to someone

Economen hebben een hardnekkig wereldbeeld over het ontstaan van geld geïntroduceerd, dat tot op de dag van vandaag op scholen wordt gedoceerd. Het zal iedereen bekend voorkomen. Het gaat als volgt:

Eerst was er ruilhandel. We ruilden bijvoorbeeld drie schapen voor een koe. Een verfijnde versie van het verhaal beschrijft daarnaast het belang van agrarische bulkgoederen. Hierbij worden bijvoorbeeld zes zakken graan tegen een geit geruild. Graan is gemakkelijker deelbaar dan schapen en koeien. Toch was dit een onhandig en inefficiënt systeem. Als de tandarts vlees wilde hebben moest hij op zoek naar een slager met kiespijn.

Het onhandige en inefficiënte systeem van ruilhandel werd vervolgens vervangen door goud, zilver, geld. Het grote voordeel van geld (en goud en zilver) was dat je het in grote en kleine hoeveelheden kon meenemen op reis. Dat was handig voor de internationale handel. Daarnaast kon je het ‘breken’ en een heel precies bedrag betalen. De economische relatie tussen mensen veranderde: de tandarts hoefde niet meer op zoek te gaan naar de slager met kiespijn. Hij kon zijn ham nu ook betalen met het geld dat hij kreeg van de werkster met een rotte kies. Vervolgens gingen mensen geld van elkaar lenen tegen rente. Er ontstond krediet, schuld en rente. Er ontstonden banken die het geld bewaarden voor de eigenaren en geld uitleenden tegen rente. Zo ontstond er een nieuwe, moderne wereldeconomie gebaseerd op geld en rente.


Titel:Van Solidus tot Euro – Geld in Nederland in economisch-historisch en politiek perspectief
Redactie:E.H.P. Cordfunke
ISBN:9065508295
Uitgever:Verloren
Prijs:€19,-

 

 


Dit is de historische lijn die vaak geschetst wordt, van ruilhandel naar geld en krediet. Er klopt alleen helemaal niets van. Het was precies andersom. Eerst was er schuld en krediet en daarna kwam het geld. In plaats van een historicus was er een antropoloog met grote belangstelling voor geschiedenis voor nodig om het verhaal ‘van ruilhandel naar schuld en krediet’ naar het land der fabelen te verwijzen. David Graeber schijft in Debt: The First 5,000 Years (2011) dat nog nooit een onderzoeker een ruiltransactie in de orde van vijfentwintig kippen voor een kalf heeft kunnen traceren.

In kleine gemeenschappen bestond er weliswaar het idee van ruilhandel, maar die was ‘op krediet’. Mensen hielden ongeveer bij wat er gekocht en geruild werd tegen welke waarde of arbeid. Hierdoor ontstonden schuldrelaties. Schuld bestendigde de relatie tussen heren en leenmannen, tussen boeren en herenboeren en tussen ambachtslieden onderling. In samenlevingen waar mensen elkaar kenden, speelde vertrouwen een grote rol. In deze samenlevingen was er geen noodzaak om over te gaan tot ruilhandel of de introductie van geld.

Er bestond wel ruilhandel waarbij bijvoorbeeld kamelen voor paarden of stenen werden verhandeld. Maar dit gebeurde vrijwel uitsluitend wanneer mensen met onbekende buitenstaanders handelden. Ruilhandel was nodig, omdat je nooit zeker wist of de handelsreizigers nog een keer terug kwam. Daarom was het beter om de rekening gelijk te vereffenen.

De conclusie moet dus luiden: eerst was er schuld, daarna ontstond er geld.

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest1Email this to someone