'Portret van Michiel de Ruyter' door Ferdinand Bol, 1667

Michiel Adriaenszoon de Ruyter is een van de bekendste zeehelden uit de geschiedenis van de Republiek. Vanwege zijn belangrijke overwinningen in de drie Engelse oorlogen staat hij bovendien bekend als de grootste admiraal uit zijn tijd. De mannen onder zijn bevel noemden hem liefkozend Bestevâer (grootvader), terwijl hij onder zijn vijanden beter bekend stond als Michiel de Ruyter: Schrik van de Oceaan.

Michiel Adriaenszoon werd geboren op 24 maart 1607 te Vlissingen. Hij was het vijfde kind van Alida Jansdochter en Adriaen Michielszoon, een Zeeuwse poorter en bierdrager. Naar eigen zeggen was Michiel tijdens zijn jeugd een grote kwajongen en ‘dogte (deugde) [hij] nergens toe dan om ter zee te vaaren’. Zo werd hij al op tienjarige leeftijd van school getrapt omdat hij de spits van de kerktoren van Vlissingen had beklommen. Michiel nam vervolgens een baantje als draaiersjongen in de touwslagerij van de gebroeders Lampsins, maar ook hier werd hij snel weer weggestuurd.

Avontuur

Op 3 augustus 1618 deed de elfjarige Michiel daarom wat veel avontuurlijke jongens van zijn leeftijd deden: hij koos het ruime sop. De Lampsins besloten hem opnieuw in dienst te nemen en aan te stellen als hoogbootsmansjongen op het schip ‘De Haen’. Al snel beleefde Michiel de spannende avonturen waar hij zo naar verlangd had. Zo werd hij op een gegeven moment gevangen genomen door de Spanjaarden, maar wist hij samen met twee lotgenoten te ontsnappen en via Frankrijk terug naar Nederland te lopen. Daar nam hij vervolgens meteen weer dienst op een nieuw schip.

De Ruyter

Na enkele jaren op zee besloot Michiel in 1622 zijn geluk weer eens op het land te beproeven. Hij kocht een eigen paard, trad als busschieter in dienst bij het leger van Prins Maurits en vocht in oktober mee bij het Ontzet van Bergen op Zoom. Sommige historici vermoeden dat hij in deze periode de benaming ‘De Ruyter’ overnam van zijn oom, die eveneens in het leger zat en een ruiter was. Tegen het einde van het jaar besloot Michiel weer de zee op te gaan en trad hij als hoogbootsmansmaat in dienst bij de marine. Enkele jaren later zou hij vervolgens weer terugkeren naar de koopvaart van de Lampsins.

Gezinsleven

Derde vrouw van Michiel de Ruyter: Anna van Gelder (1614-1685)

Anna van Gelder

In de jaren die volgden verdiende De Ruyter zijn geld onder meer met de walvisvaart (1633), de kaapvaart (1637), als schout-bij-nacht (1641) en uiteindelijk als schipper/eigenaar op zijn eigen ‘Salamander’ (1644). Ondertussen probeerde hij meerdere malen een gezinsleven op te bouwen. Zo trad hij in 1631 in het huwelijk met Maayke Velders, maar zij stierf enkele maanden later op het kraambed van hun eerste dochter, Alida of Aaltje. Vijf jaar later huwde hij Neeltje Engels, met wie De Ruyter uiteindelijk vier kinderen kreeg. Zij kwam echter in 1650 eveneens te overlijden.

Eerste Engelse Oorlog

Twee jaar later hertrouwde hij met Anna van Gelder, een kapiteinsweduwe. Samen besloten ze het zeeleven achter zich te laten en De Ruyter maakte plannen om te gaan rentenieren, maar zo ver zou het nooit komen. Nog datzelfde jaar brak namelijk de Eerste Engelse oorlog uit en deed de provincie Zeeland een beroep op zijn liefde voor het vaderland. De Ruyter kreeg de leiding over een klein eskader schepen en werd benoemd tot vice-commandeur onder Witte de With. In diens afwezigheid nam hij op 23 augustus 1652 het bevel en behaalde hij een overwinning in de Slag bij Plymouth. Later vocht hij als commandeur nog mee in verscheidene andere zeeslagen en was hij getuige van de dood van Maarten Tromp, waarop De Ruyter verzuchtte: ‘Ach, waer ick maar voor hem gestorven!’

Tocht naar Chatham

Na afloop van de oorlog werd De Ruyter benoemd tot viceadmiraal bij de admiraliteit van Amsterdam, moderniseerde hij de Nederlandse vloot en vocht hij onder meer tegen de Barbarijse zeerovers. In 1665 trok hij vervolgens opnieuw ten strijde tegen de Engelsen na de uitbraak van de Tweede Engelse Oorlog. De Ruyter behaalde in 1666 een grootse overwinning tijdens de Vierdaagse Zeeslag (11-14 juni), maar moest later het onderspit delven in de Tweedaagse Zeeslag (4-5 augustus). Het daaropvolgende jaar nam De Ruyter wraak met zijn beroemde Tocht naar Chatham. Wel moet hierbij vermeld worden dat het plan voor deze onderneming afkomstig was van zijn goede vriend, Johan de Witt.

Rampjaar

'Het vlaggeschip van de Ruyter: Zeven Provinciën' door E. Koster, 1857

Het vlaggeschip van De Ruyter: Zeven Provinciën

In latere jaren zou deze vriendschap De Ruyter in grote problemen brengen. Na de machtsovername van stadhouder Willem III keerden diens aanhangers, de orangisten, zich namelijk massaal tegen De Witt en zijn vrienden. Desalniettemin behaalde De Ruyter nog enkele grote overwinningen tijdens de Derde Engelse Oorlog, die onderdeel uitmaakte van het Nederlandse rampjaar van 1672.

Vier jaar later werd hij door de Staten Generaal naar Messina gezonden om daar de Franse vloot van Lodewijk XIV te bestrijden. De Ruyter was eigenlijk van mening dat zijn vloot veel te zwak was voor een dergelijke missie, maar besloot toch uit te varen met de woorden ‘daar de Heeren Staten hunne vlag betrouwen, zal ik mijn leven waagen’.

Overlijden

Een confrontatie met de Franse vloot onder leiding van admiraal Duquesne op 22 april 1676 werd hem echter fataal. Een vijandelijke kanonskogel verbrijzelde zijn rechterbeen en zijn linkervoet, waarna er al snel wondkoorts uitbrak. Michiel de Ruyter, ‘Schrik van de Oceaan’, stierf op 29 april 1676 op 69-jarige leeftijd. Vanwege zijn grote rol in het voortbestaan van de Republiek en daarmee de geschiedenis van Nederland werd in 2006 besloten Michiel de Ruyter officieel op te nemen in de Canon van Nederland.

Tweet about this on Twitter3Share on Facebook0Share on LinkedIn0Share on Google+0Email this to someone