Stichting Jonge Historici is een landelijk bekend initiatief dat sinds 2011 op diverse manieren jonge historici in de schijnwerpers zet. Uitgeverij Jonge Historici publiceert bachelor- en masterscripties van (afgestudeerde) geschiedenisstudenten. Op de website van de stichting verschijnen vrijwel dagelijks columns, recensies, (buitenland-)reportages, longreads en polemische stukken van de hand van gastschrijvers. Ook organiseert Jonge Historici regelmatig avondvullende programma’s, waarin Nederlands jonghistorisch talent daadwerkelijk een podium krijgt. ​

Recensie: Kader Abdolah – Salam Europa!

    22 maart
Recensie: Kader Abdolah – Salam Europa!

“En salam betekent groeten, gezondheid en vrede, dus proost. Mijn naam is Sjeed Djamal en ik ben de verteller van dit verhaal. Er wordt verteld dat er ooit een Perzische koning was die alles achterliet om een reis door Europa te maken. Graag wil ik een poging doen om zijn reisverhaal, oftewel de sprookjes die hij beleefd heeft, op papier te zetten.” Lees verder

Reportage: tentoonstelling ‘1917. Romanovs & Revolutie’

    16 maart
tentoonstelling romanovs en revolutie

Honderd jaar geleden viel het Russische tsarenrijk uiteen. In 1917 grepen de bolsjewieken de macht en maakten een einde aan meer dan driehonderd jaar Romanov-heerschappij. Tsaar Nicolaas II, tsarina Alexandra Fjodorovna en hun vijf kinderen Olga, Tatjana, Maria, Anastasia en Aleksej vonden een jaar later een gruwelijke dood. De Hermitage Amsterdam toont de stormachtige gebeurtenissen rondom het revolutiejaar in de boeiende tentoonstelling ‘1917. Romanovs & Revolutie’. Lees verder

Verwant Verleden: Marie van der Velden-Dekkers. De moeder die baas van een bouwbedrijf werd

    2 maart
Verwant Verleden: Marie van der Velden-Dekkers. De moeder die baas van een bouwbedrijf werd

Primaire bronnen blijven essentieel voor geschiedkundig onderzoek, en wat is een mooiere primaire bron dan je eigen voorouder? Aan de hand van oude foto’s, oral history en familieverhalen plaatsen jonge historici de komende weken de ervaringen van hun voorouders in historische context. Vandaag vertelt Stef over zijn overgrootmoeder Marie, die in de jaren dertig de baas van een bouwbedrijf werd. Lees verder

Recensie: Franka Maubach en Christina Morina (eds) – Das 20. Jahrhundert erzählen

    13 februari
Recensie: Franka Maubach en Christina Morina (eds) – Das 20. Jahrhundert erzählen

De Koude Oorlog was een strijd die voor een belangrijk deel op het culturele vlak werd gevoerd. Niet alleen concurreerden twee militaire supermachten met elkaar, twee diametraal tegenovergestelde wereldbeelden vochten eveneens om het grote gelijk. Deze botsing van ideologieën liet ook de geschiedwetenschap niet onberoerd. In Das 20. Jahrhundert erzählen is te lezen hoe historici in het naoorlogse Duitsland aan beide kanten van de muur geschiedenis beleefden en schreven. Lees verder

Waar de Koude Oorlog nooit is opgehouden. Korea en de DMZ

    6 februari
Waar de Koude Oorlog nooit is opgehouden. Korea en de DMZ

De gedemilitariseerde zone (DMZ) in Korea: het grensgebied tussen Noord- en Zuid-Korea. Ondanks de naam is dit – ironisch genoeg – één van de zwaarst militair bezette gebieden ter wereld. Tijdens mijn reis door Zuid-Korea heb ik een georganiseerde tour van de United Service Organizations (USO) naar het grensgebied gemaakt. Tijdens dit uitstapje kreeg ik steeds meer het gevoel alsof ik midden in de Koude Oorlog zat. Hieronder volgt een korte ontstaansgeschiedenis van de DMZ en een verslag van mijn persoonlijke ervaring tijdens de tour. Lees verder

Holocaust Memorial Day 2017, Universiteit Utrecht

    30 januari
Holocaust Memorial Day 2017, Universiteit Utrecht

Jaarlijks wordt op 27 januari de Holocaust wereldwijd herdacht. Deze Holocaust Memorial Day is in 2005, op de zestigste verjaardag van de bevrijding van Auschwitz, in het leven geroepen door de Verenigde Naties. In Utrecht stond studievereniging UHSK uitgebreid stil bij deze herdenkingsdag door een ochtend en middag met lezingen te organiseren. Rode draad was de vraag hoe instituties zich tot de Holocaust verhielden en wat hun rol hierin was. Lees verder

De laatste wil van de Tudor-matriarch

    23 januari
De laatste wil van de Tudor-matriarch

Wanneer men denkt aan de Tudor-dynastie komen de Rozenoorlogen, de vele echtgenotes van Hendrik VIII en de maagdelijke koningin Elizabeth vrij snel naar boven. De geboorte van deze nieuwe dynastie, die bij zo velen bekend is, blijft echter vaak in nevelen gehuld. De eerste Tudor-koning, Hendrik VII (1457-1509) was een zeer onwaarschijnlijke kandidaat voor de troon tijdens de Rozenoorlogen. Dat hij toch uiteindelijk als winnaar van het slagveld bij Bosworth liep had te maken met een lange en zorgvuldig voorbereide weg naar het koningschap. Zijn moeder, Margaretha Beaufort (1443-1509) heeft door middel van de netwerken die ze opzette een cruciale rol gespeeld bij de troonsbestijging van haar zoon in 1485. Deze netwerken, die terug te vinden zijn in het testament van Margaretha, vormen dan ook de kern van mijn onderzoek.

Zoals het verhaal van de Tudors ongewoon is, zo is ook het leven van Margaretha anders gelopen dan velen, inclusief zijzelf, hadden gedacht. Van een jonge vrouw uit een familie met een veelbesproken achtergrond van bastaardij en zelfmoord naar de moeder van de eerste Tudor-koning. Zo werd ze een belangrijke persoon in de politieke arena, een door mannen gedomineerd terrein. In Margaretha’s laatste wilsbeschikking uit 1508 komt de belangrijke rol van haar netwerken bij het ontstaan en behoud van een nieuwe dynastie goed naar voren. Bij het overlijden van Margaretha in 1509, een paar maanden na het overlijden van haar zoon, werd dit laatste testament uitgevoerd. Dit document uit 1508 is echter niet zomaar een testament, maar een uniek exemplaar wat betreft vorm en omvang. Waar standaardtestamenten in die tijd in Engeland uit één of twee pagina’s bestonden waarop het belangrijkste bezit van een persoon verdeeld werd, hebben we hier te maken met een enorm boekwerk van meer dan 50 folios. Het is een prachtig in leer gebonden werk dat veel meer behelst dan een simpele verdeling van de wereldlijke bezittingen van Margaretha. Het is dan ook de inhoud, niet de vorm, die het werk echt exceptioneel maakt. Het bestaat uit een soort levensverhaal dat Margaretha zelf geschreven heeft, gebeden die toegevoegd zijn en natuurlijk instructies voor het verdelen van haar bezit. Het grootste gedeelte van het boekwerk is gewijd aan wensen die Margaretha heeft voor na haar dood. Als we zoeken naar een illustratie van hoe Margaretha macht kon verkrijgen om haar zoon te helpen de troon te veroveren is deze laatste wilsbeschikking ideaal. Aan de hand van dit testament kunnen we zien hoe Margaretha haar netwerken vormde, onderhield en inzette bij het opzetten en onderhouden van een jonge dynastie, ook na haar dood. Zo was Margaretha actief in de politieke, geestelijke en universitaire wereld en bouwde zij daar drie verschillende netwerken op. Deze netwerken bleken essentieel voor het vestigen van de vroege Tudor-dynastie.

De politieke invloed van Margaretha

De troonsbestijging van Hendrik VII komt bijna onwerkelijk over als men de omstandigheden kent. De jonge Hendrik uit een kleine familie met een bezoedelde naam, opgegroeid in het afgelegen Wales en later door de Yorkse koningen naar het buitenland verdreven, wordt de machtigste man van Engeland. Zijn moeder Margaretha was verreweg de belangrijkste persoon in het succesverhaal van Hendrik. Margaretha werd geboren ten tijde van de Rozenoorlogen, waarin de families York en Lancaster streden om de Engelse troon. Als afstammelinge van John of Gaunt, de hertog van Lancaster, had Margaretha niet alleen koninklijk bloed door haar aderen stromen maar was ze ook fervent aanhangster van de Lancastrians. Als onderdeel van de hoge adel was ze vanzelfsprekend een gewilde huwelijkskandidate en het zou dan ook niet lang duren voor een politieke match werd gesmeed door Hendrik VI. Op haar zesde werd ze al gekoppeld aan John de la Pole, een match die voor het huwelijk weer werd ontbonden omdat de politieke verhoudingen tussen beide families verschoven waren. Op haar twaalfde zou ze trouwen met Edmund Tudor, halfbroer van koning Henry VI. Toen Margaretha zeven maanden zwanger was van de jonge Hendrik Tudor overleed haar man. Na deze tragische gebeurtenis werd het welzijn van haar zoon het enige waar Margaretha zich om zou bekommeren. Ze hertrouwde nog twee keer uit puur politieke motieven om de erfenis van haar zoon veilig te stellen en zijn claim op de troon te verstevigen.

Deze handelswijze is typerend voor Margaretha, die een netwerk van politieke vertrouwelingen opbouwde. Het zijn deze netwerken die uiteindelijk essentieel blijken te zijn voor Hendrik. We zien dit vooral wanneer Hendrik in ballingschap zit in Bourgondië en Margaretha alle contacten onderhoud met hun bondgenoten. Zonder zijn moeder had Hendrik, afgesloten van bondgenoten, geen kans gehad om terug te keren naar Engeland en daar ontvangen te worden door een goed georganiseerde groep vertrouwelingen. Een terugkeer die hem de Engelse troon op zou leveren. Ook nadat Hendrik op de Engelse troon zit, blijft Margaretha haar politieke netwerk uitbreiden om haar zoon meer invloed te geven en een nieuwe burgeroorlog te voorkomen.

Hoe deze netwerken werkten en de Tudor-dynastie ondersteunden kunnen we goed zien aan de hand van Margaretha’s testament. De nadruk van het testament ligt vooral op de politieke netwerken die ze bestierde na de troonsbestijging van haar zoon om zijn positie te verstevigen. Eerdere netwerken van familie, die ze veelvuldig gebruikte om haar zoon aan de macht te krijgen, komen minder aan bod. Dit komt voornamelijk omdat zij al haar echtgenoten, drie in totaal, overleefde en zij dus niet ter sprake komen in haar testament. Zij hebben echter wel een grote rol gespeeld bij het tot stand komen van de dynastie. Een andere reden dat deze familie netwerken minder naar voren komen in haar laatste wilsbeschikking is ook omdat zij van minder groot belang waren geworden in de laatste jaren van Hendriks koningschap. Nu Hendrik veilig op zijn troon zat werd het steeds belangrijker een kring van vertrouwelingen en gelijkgestemden om hem heen te vergaren en om zijn invloed steeds verder uit te bereiden. In het testament vinden we dan ook velen van hen terug en worden zij rijkelijk beloond voor hun steun aan de jonge dynastie.

De executeurs van het testament

Gelijk na de dood van Margaretha in juni 1509 kwamen de executeurs bijeen en ook in de jaren na haar dood hebben zij nog veel schriftelijk contact gehad met elkaar over de afwikkeling van haar laatste wilsbeschikking. Het was namelijk geen geringe taak om de wensen van een overledene uit te voeren, zeker niet in het geval van een lid van de koninklijke familie, met flink wat bezittingen te verdelen. Deze executeurs hadden een belangrijke functie en daarom waren ze vaak personen die zeer dicht bij de overledene stonden. Toch zijn executeurs in de late Middeleeuwen lang niet altijd naaste familie. Er werd vaak gekozen voor mensen met enige afstand tot het belangrijkste bezit dat verdeeld werd. Ook werden vaak personen gekozen die politiek gezien een stevige vinger in de pap hadden. Voor het uitvoeren van alle wensen van de opsteller was het namelijk nog vaak nodig om meerdere partijen te overtuigen van deze laatste wens. Er waren in het geval van de adel eigenlijk altijd meerdere executeurs, vanwege de omvang van de erfenis. Door deze mensen in kaart te brengen kunnen we dus een goed beeld vormen van het sociale netwerk van Margaretha en de invloed van dit netwerk.

Voor het testament uit 1508 waren er zeven executeurs aangesteld, zijnde John St John, haar stiefbroer, Richard Fox, bisschop van Winchester, John Fisher, bisschop van Rochester, Lord Herbert, kamerheer van Hendrik VII, Sir Henry Marney, kanselier van Lancaster, Henry Hornby, haar persoonlijke kanselier en Sir Hugh Ashton, controleur in haar huishouden.

 

Wat gelijk opvalt aan deze lijst is de ruime vertegenwoordiging van de geestelijkheid. Margaretha had een zorgvuldig netwerk gesmeed uit belangrijke figuren binnen de kerk. Haar interesse in de geestelijkheid heeft niet alleen te maken met het feit dat zij zeer religieus was, maar vooral ook met de invloed die ze hier kon vergaren. Dit heeft alles te maken met de mogelijkheden om voor haar, als vrouw, een belangrijk netwerk te bouwen met priesters en bisschoppen met politieke ambities. Het was voor vrouwen geaccepteerd en in zekere zin zelfs gewenst om zich in religieuze zaken te mengen. We zien dan ook dat veel dames van adel betrokken waren bij religieuze instellingen en plaatselijke kerken. Dit heeft deels te maken met religieuze overtuiging, maar zeker ook met de mogelijkheid zo politieke invloed te vergaren.

Zo bezorgde Margaretha haar persoonlijke biechtvader John Fisher een bisdom en heeft ze hetzelfde gedaan voor William Smyth en Hugh Oldham, die opgroeiden in haar huishouden. Deze benoemingen zijn het resultaat van een lange campagne van Margaretha bij het hof en dat is natuurlijk niet alleen omdat ze deze mensen goed kende. De positie van bisschop was er een met grote wereldlijke macht en het is dan ook duidelijk dat Margaretha hiermee haar zoon een vinger in de pap wilde geven bij de religieuze elite van Engeland. Dit is een duidelijk voorbeeld van een patronagenetwerk. Zo’n patronagenetwerk bestaat uit mensen die baat hebben bij de politieke invloed en gunsten die Margaretha ze kan bieden als haar zoon aan de macht komt, terwijl zij baat heeft bij de invloed die zij uit kunnen oefenen in haar voordeel binnen hun eigen kringen. Dat ze zijn opgenomen als executeurs van haar testament laat de diepe band die ze met hen heeft zien en geeft hun belang in haar netwerk weer.

Het Cambridge-fenomeen

John Fisher, die ik net al noemde als een van de mannen die door het werk van Margaretha een bisdom verkreeg, was van zulk groot belang in haar netwerk dat hij het verdient los uitgelicht te worden. Hij was namelijk behalve bisschop en de persoonlijk biechtvader van Margaretha ook de belangrijkste persoon in Margaretha’s netwerk bij de universiteit van Cambridge. Na de troonsbestijging van haar zoon was het van vitaal belang dat zijn macht behouden werd en een belangrijk onderdeel daarvan was het steeds opnieuw aantrekken van loyale mensen die in dienst wilden treden van de kroon. Hiervoor begon Margaretha zich rond 1494 te mengen in de universiteit van Cambridge. Ze kwam in contact met John Fisher, die daar toen een belangrijke positie had, en samen kwamen ze met het idee een nieuw College te stichten: St John’s College. De oprichting van zo’n College gaf niet alleen prestige aan de nieuwe dynastie, maar zorgde ook voor een constante input van betrouwbare opgeleide mannen. St John’s bood een opleiding voornamelijk op basis van studiebeurzen. Margaretha schiep hiermee een nieuw netwerk van universitaire contacten, die ze weer gebruikte om de positie van haar zoon te verstevigen.

Wat we dan zien is dat veel mannen uit het huishouden van Margaretha een studiebeurs aangeboden kregen om aan Cambridge te gaan studeren. Zij gebruikt haar privé vermogen om hen een opleiding aan te bieden. Als dank voor deze opleiding gaan deze mannen dan later weer in dienst bij het hof of in de huishouding van Hendrik VII of VIII. Zo ontstaat een min of meer gesloten systeem van patronage, waar zowel de studenten hun profijt uit halen als de Tudor-familie.

Een goed voorbeeld hiervan is de Hornby-familie, die ooit in dienst waren getreden van Margaretha’s moeder en later een plek kregen in Margaretha’s huishouden. Henry Hornby, een van de executeurs van haar testament, kreeg een studiebeurs van Margaretha om theologie aan Cambridge te studeren en werd uiteindelijk haar opzichter in Christ College. Margaretha hield dit systeem goed in de gaten en was vaak aanwezig in Cambridge of had schriftelijk contact met Fisher om de voortgang te bespreken. Haar inmenging en duidelijke aanwezigheid in Cambridge werd ook wel het Cambridge-fenomeen genoemd. Ze was zich er echter terdege van bewust dat dit wel eens heel anders kon lopen wanneer ze kwam te overlijden. Bij het opstellen van haar testament was haar zoon Hendrik net overleden en haar kleinzoon was nog jong en toonde weinig interesse in haar werk bij de universiteit. Het was dan ook mogelijk dat dit verloren zou gaan als ze niet in zou grijpen.

Haar laatste wilsbeschikking laat precies zien hoe ze het netwerk dat ze op heeft gezet probeert te behouden, ook na haar dood. Ten eerste benoemt ze drie mannen met wie ze nauwe banden heeft in Cambridge als executeurs: John Fisher, Henry Hornby en Hugh Ashton en ze geeft hen specifieke taken mee. Ten tweede zorgt ze ervoor dat St John’s onafhankelijk inkomen kan vergaren, zodat het draaiende kan blijven na haar dood. De drie executeurs die ze benoemt zijn niet zonder reden uitgekozen, maar omdat ze verschillende functies en kwaliteiten hadden binnen de universiteit. Zo wordt in haar testament Fisher aangewezen om aan het hof aanwezig te zijn na haar dood om daar steun te vergaren voor St John’s en de onafhankelijke financiering daarvan. Hornby wordt benoemd als een soort opzichter om ervoor te zorgen dat de zaken in Cambridge zelf gewoon blijven lopen en Ashton, met veel financiële ervaring, assisteerde hem daar bij het binnenhalen van inkomsten afkomstig van landerijen in de buurt.[1]

Om het voortbestaan van St John’s echt te garanderen zou het echter onafhankelijk moeten worden van de persoon Margaretha, vooral wat betreft inkomen. Niet alleen werden de studenten aangetrokken met beurzen van haar privé vermogen, maar het onderhoud en de dagelijkse kosten werden voor rekening genomen van haar landerijen. Wat ze dus besluit in haar testament is om een deel van die landerijen te schenken aan het College. Zo zou het voortbestaan ervan gegarandeerd worden uit onafhankelijke inkomsten. Dit was geen gemakkelijke taak, maar toch is ze er in geslaagd een onafhankelijk voortbestaan van St John’s te garanderen en wordt ze tot op heden geëerd als patronesse en oprichtster van dit College.

Conclusie

We kunnen dus een aantal dingen opmaken uit dit testament over de rol die Margaretha met haar netwerken heeft gespeeld in het stichten en behouden van de jonge Tudor-dynastie. Margaretha richtte zich met haar netwerken erg op groepen die zij kon bereiken vanuit haar positie als adellijke vrouw. We kunnen de politieke, geestelijke en universitaire netwerken die ze opzette dan ook goed terug vinden in haar testament en zo haar precieze rol beter begrijpen. Ze werd erg actief op het gebied van religie en scholing, vooral na de troonsbestijging van Hendrik, om zo zijn grip op de troon te verstevigen en zijn invloed uit te bereiden. De belangrijke rol die deze netwerken spelen komt terug in de executeurs die ze benoemd, waarvan velen hoog in de kerkelijke rang staan, maar ook in de taken die zij uitvoeren. Door middel van haar testament wil ze ervoor zorgen dat haar invloed en netwerken behouden blijven, ook na haar dood. Ze doet dit bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat St John’s College onafhankelijk van haar steun kan blijven voortbestaan.

Wat we zien is een vrouw die met veel zorg de mensen die haar zoon omringde en hielpen heeft uitgekozen. Haar wilsbeschikking wordt dan ook niet uitgevoerd door haar familie of naaste vrienden, maar door degene die de jonge dynastie hebben helpen voortbestaan. Als we kijken naar deze netwerken, die zichtbaar zijn in dit testament, wordt duidelijk dat we niet slechts over de moeder van de koning dienen te spreken, maar dat Margaretha met recht maakster van een dynastie kan worden genoemd.

door Pauline Smolders

Pauline Smolders (1990) heeft afgelopen zomer haar researchmaster Europe 1000-1800 aan de Universiteit Leiden afgerond. Hiervoor studeerde zij Liberal Arts and Sciences aan University College Roosevelt in Middelburg. Tijdens haar master heeft ze zich vooral verdiept in de late middeleeuwen. Ze is afgestudeerd op de invloed van het netwerk van Margaretha Beaufort op het ontstaan en behoud van de Tudor-dynastie in Engeland. Pauline maakt haar onderzoek graag toegankelijk voor een breder publiek en hoopt hierin haar werk te gaan vinden.

Dit stuk verscheen eerder op de website van Jonge Historici. Op de hoogte blijven van onze publicaties en activiteiten? Kijk dan hier:

www.jongehistorici.nl
Facebook.com/jongehistorici

https://issuu.com/jongehistorici

Twitter: @JongeHistorici

Recensie: Jan J.B. Kuipers – De VOC. Een multinational onder zeil 1602-1799

    19 januari
Recensie: Jan J.B. Kuipers – De VOC. Een multinational onder zeil 1602-1799

“De discussie over enerzijds de merites en anderzijds de donkere vlekken van ons VOC-verleden zal nog wel enige tijd aanhouden, zoals over elk historisch onderwerp van belang. Je kunt de VOC ook, anders door een morele bril die vooral iets zegt over onze eigen tijd, bezien op een meer esthetische manier: als een groot en afgerond verhaal uit ons gezamenlijk verleden. […] De droom van het Oosten en zijn schatten zorgde voor uitbuiting, bedrog en onnoembaar leed, maar had wegens zijn karakter van verlangen naar ‘het andere’ toch ook een dimensie van geestelijke en misschien zelfs spirituele aard.” (p.17) Lees verder