Soldaten van het Rode Leger bestormen een gebouw tijdens de Slag om Stalingrad (Bron: Wikipedia)
Tweet about this on TwitterShare on Facebook54Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

‘We hebben de keuken veroverd, maar vechten nog steeds om de woon- en slaapkamer’, was één van de bittere grappen die de Duitse soldaten maakten over de felle huis-aan-huisgevechten die tijdens de Slag om Stalingrad (juli 1942 – februari 1943) werden gevoerd. Door de vernietiging van het Duitse Zesde Leger in ‘de stad van Stalin’ kregen de Sovjets na de slag het initiatief aan het Oostfront in handen.

In de winter van 1941 lukte het de Duitsers op een haar na niet om de Russische hoofdstad Moskou te veroveren. In plaats van een nieuw offensief tegen Moskou koos Adolf Hitler er tijdens de zomercampagne van 1942 echter voor om zich te richten op de rijke olievelden van de Kaukasus. De nazileider splitste daarop zijn Legergroep Zuid in twee delen, waarbij de hoofdmacht naar het zuiden richting Baku trok en het Zesde Leger, in eerste instantie bestaande uit zo’n 270.000 man, de opdracht kreeg Stalingrad te veroveren.

Stad van Stalin

Stalingrad was om twee redenen interessant voor Hitler. Ten eerste was de stad een belangrijk transportknooppunt en industrieel centrum voor het zuiden van de Sovjet-Unie, dat bij verovering van grote dienst zou kunnen zijn voor de Duitsers. Een tweede belangrijke overweging om Stalingrad in te nemen was de prestigestrijd die woedde tussen Hitler en Josef Stalin. Het verlies van ‘de stad van Stalin’ zou een enorme dreun betekenen voor het moreel van de Sovjets en een grote overwinning voor de nazi’s.

Levende stad

Soldaten van het Rode Leger in de ruïnes van Stalingrad (Bron: Wikipedia)

Soldaten van het Rode Leger in de ruïnes van Stalingrad

De Slag om Stalingrad ontbrandde half juli 1942 nadat Duitse Stuka duikbommenwerpers een groot aantal aanvallen uitvoerden op de stad. Hoewel de Sovjets enorme hoeveelheden graan en vee uit Stalingrad hadden geëvacueerd had Stalin besloten om de inwoners van de stad niet allemaal weg te halen. Hij was er namelijk van overtuigd dat zijn soldaten meer gemotiveerd zouden zijn als zij een ‘levende stad’ moesten verdedigen. De eerste Duitse bombardementen leidden dan ook tot een groot aantal burgerslachtoffers en eind augustus was Stalingrad veranderd in een grote hoop puin.

Straatgevechten

De ruïnes van de stad werden het toneel van felle straatgevechten tussen de Duitse Wehrmacht en het Rode Leger. De Duitse Blitzkrieg-tactieken waarmee de nazi’s in eerdere stadia van de oorlog zoveel succes hadden behaald waren niet geschikt voor de straten van Stalingrad. In plaats van een perfecte samenwerking tussen infanterie, tanks, Luftwaffe en artillerie werd de stad het toneel van zware huis-aan-huisgevechten tussen Duitse en Sovjet soldaten.

Mamayev Kurgan

De Duitse opmars vorderde daarom maar langzaam en in september 1942 werden er zware gevechten geleverd op de Mamayev Kurgan, een heuvel die over de stad uitkeek. Daarnaast waren ‘Pavlovs Huis’, een versterkt appartementengebouw dat door dertig soldaten van het Rode Leger werd verdedigd tegen een Duitse overmacht, en het noordelijke fabrieksgebied terreinen waar hard gevochten werd. Hier werden Sovjet T-34 tanks rechtstreeks van de lopende band naar het front gereden, waarbij zij bestuurd werden door een bemanning bestaande uit fabrieksarbeiders. In september en oktober 1942 was de gemiddelde levensverwachting van een soldaat van het Rode Leger in Stalingrad slechts één dag.

Operatie Uranus

Eind oktober hadden de Duitsers negentig procent van de stad op de westoever van de Wolga in handen en hadden zij de verdedigers teruggedreven tot twee kleine zones. De winter bracht echter verlichting voor de Sovjets. De Duitsers waren namelijk niet voorbereid op de barre omstandigheden en het Rode Leger had op de oostelijke oever grote hoeveelheden versterkingen en artillerie verzameld. Op 19 november 1942 begon het Rode Leger op bevel van Sovjetgeneraal Georgi Zjoekov aan Operatie Uranus, waarbij het de Wolga overstak, dwars door de slecht verdedigde Duitse flanken heen brak en het Zesde Leger in de stad omsingelde.

De Kessel

Een Duitse krijgsgevangene en zijn Sovjet bewaker (Bron: Bundesarchiv)

Een Duitse krijgsgevangene en zijn Sovjet bewaker

Door de omsingeling raakten ongeveer 265.000 Duitse soldaten, en hun Italiaanse en Roemeense bondgenoten, van de buitenwereld afgesloten. De omstandigheden in de Kessel (ketel, zoals de Duitsers het omsingelde gebied noemden) verslechterden snel omdat de Duitse luchtmacht niet in staat was zo’n enorme troepenmacht te bevoorraden. In december 1942 en januari 1943 verkleinden de Sovjets het omsingelde gebied stukje bij beetje en kwamen er vele tienduizenden Duitse soldaten om het leven door het oorlogsgeweld, honger, uitputting en onderkoeling. Op 31 januari 1943 zag de Duitse bevelhebber van het Zesde Leger, veldmaarschalk Friedrich Paulus, zich genoodzaakt zich over te geven, waarna op 2 februari de rest van de Duitse troepen capituleerde.

Duitse terugtrekking

Bij Stalingrad kwam er een einde aan de Duitse opmars en vanaf februari 1943 zagen de Duitsers zich genoodzaakt zich steeds verder terug te trekken uit de Sovjet-Unie. Uiteindelijk verloren de Duitsers in Stalingrad zo’n 750.000 soldaten, terwijl de Sovjets bijna 480.000 doden en 650.000 gewonden hadden te betreuren. Van de 110.000 Duitse militairen die bij Stalingrad gevangen waren genomen keerden er na de oorlog slechts 6.000 terug in Duitsland. De rest kwam om het leven door dodenmarsen en de zware omstandigheden in de Russische goelags.

Tweet about this on TwitterShare on Facebook54Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone