Bom op Zierikzeese Molenstraat 1917
Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

Alhoewel Nederland neutraal bleef in de Eerste Wereldoorlog, kwamen de Nederlanders niet geheel ongeschonden de oorlog door. Het Nederlandse leger, zo’n 200.000 opgeroepen militairen, bemand de grenzen en duizenden Belgen zoeken toevlucht in Zeeland. Door deze toestroom van vluchtelingen besluiten de Duitsers de Belgisch-Nederlandse grens volledig af te sluiten, door middel van hekwerken onder stroom die de nodige doden veroorzaken. Gedurende de oorlog wordt Zeeland een aantal keer slachtoffer van zogenaamde ‘vergissingsbombardementen’.

Bombardement op Zierikzee

Het eerste vergissingsbombardement vond plaats in de nacht van 30 april 1917. De Engelse marine voerde luchtbombardementen uit op het Vlaamse Zeebrugge, maar één van de piloten wijkt af van koers en vliegt die nacht boven Schouwen-Duiveland. De luchtafweer van Schouwen-Duiveland ziet het oorlogsvliegtuig en besluit op het vliegtuig te schieten. De piloot, die er van overtuigd is dat hij boven Vlaanderen vliegt, reageert hierop door in totaal acht bommen te lossen boven Zierikzee.

Als gevolg hiervan worden tientallen huizen vernietigd in het Zierikzeese stadscentrum. Er vallen die nacht drie slachtoffers: de zadelmaker Leijdekker, zijn vrouw en zijn kind. Door de kracht van de bom worden zij weggeslingerd en worden hun lichamen tientallen meters van hun huis aangetroffen.

Kerktorens in Nederlandse driekleur

De bombardementen zijn een financiële en emotionele klap voor de inwoners van Schouwen-Duiveland. Pas in juli 1917 geeft de Britse overheid toe dat de bombardementen waren uitgevoerd door één van hun piloten. Zierikzee krijgt hierna een schadevergoeding van 92.000 gulden van de Britten.

De angst zit er goed in en als voorzorgsmaatregel wordt er besloten dat de kerktorens van Zierikzee, en die van de nabijgelegen dorpen Nieuwerkerk en Ouwerkerk, in het rood-wit-blauw worden geschilderd. Op deze manier zou het voor overvliegende vliegtuigen duidelijk zijn dat ze zich boven Nederland begaven en niet in oorlogsgebied.

Duitse bommenwerpers neergehaald

Enkele maanden later wordt Schouwen-Duiveland wederom opgeschrikt door vliegtuigen boven het eiland. Op 18 augustus 1917 zijn Duitse en Engelse vliegtuigen in een luchtgevecht boven het Zeeuwse eiland. Gedurende hun vlucht laten ze een aantal bommen los boven het noorden van Schouwen-Duiveland, één daarvan valt in Renesse. Door het luchtgevecht en beschietingen door Nederlanders vanaf de grond moeten twee Duitse Gotha-bommenwerpers op Nederlandse bodem landen. De vliegtuigbemanning worden daarna tot krijgsgevangenen gemaakt. De schade valt bij dit bombardement gelukkig mee en er vallen geen slachtoffers.

Bommen op Sas van Gent

Op diezelfde dag komt een vliegtuig de Nederlandse grens over tijdens een vuurgevecht boven België. Ondanks de beschietingen en de gedropte bommen boven Sas van Gent, valt de schade van beide vergissingsbombardementen die dag mee. Nederland doet zijn beklag over de schending van hun neutraliteit, maar zowel de Engelsen als de Duitsers weigeren toe te geven dat één van hun vliegtuigen boven Nederlandse grond heeft gevlogen.

Britten ontkennen betrokkenheid

Het ontkennen van bombardementen in Nederland komt veel voor tijdens de oorlog. Wanneer er op 25 augustus 1917 door een Brits vliegtuig tientallen bommen boven Cadzand worden gedopt, ontkennen de Britse autoriteiten alle beschuldigingen. De Britten gaan zelfs zo ver, dat zij menen dat de Duitsers de aangetroffen Britse bommen afvuren. Maanden na de oorlog in 1919 geven de Britten pas toe dat het vergissingsbombardement door hun vliegtuig was uitgevoerd.

Schade in Sluis

Na een maand relatieve rust is het op 1 oktober 1917 weer raak. Ondanks Duitse lichtsignalen om aan te geven dat hij verkeerd vliegt, vliegt een Britse bommenwerper boven Sluis en dropt verscheidene bommen. Verschillende huizen worden compleet vernietigd, maar wonder boven wonder vallen er geen slachtoffers.

Voor een schadevergoeding vanwege de 50.000 gulden aan schade in Sluis stuurt Nederland een rapport over het bombardement aan Groot-Brittannië. In het Nederlandse rapport wordt per ongeluk ‘a.m.’ (voor 12 uur ’s  middags) met ‘p.m.’ (na 12 uur ’s middags) verwisseld en de Britten ontkennen alles. Ze reageren op het rapport dat ze niet verantwoordelijk zijn voor het bombardement, want hun aanval vond pas in de middag plaats.

Slachtoffers bij bommen op Goes

Vlak voor kerstmis worden er op 22 december 1917 ’s avonds laat zeven bommen losgelaten boven Goes en Kloetinge op het Zeeuwse eiland Zuid-Beveland. De schade is groot. Ruim zestig woningen, een kerk, een boomgaard en twee schepen worden verwoest. Er vallen verscheidene gewonden, waarvan er één, Jacob Visser, na twee dagen overlijdt. Visser laat zijn vrouw en zes kleine kinderen achter en na analyse van de granaatscherven wordt er een schadevergoeding van 50.000 gulden geëist van de Britten. Wederom ontkennen de Britten. Pas in juni 1920 neemt de Britse overheid de verantwoordelijkheid voor de schade van het bombardement op zich.

Maatregelen en erkenning

Het bombardement in december 1917 leidt er toe dat de Zeeuwse gemeentes plannen maken ter preventie van dergelijke aanvallen. Initiatieven als ratels, sirenes op het dak van een gasfabriek en het luiden van kerkklokken wanneer er een vliegtuig overvliegt worden afgewezen. De boeien met de Nederlandse driekleur die de grenzen van de Nederlandse wateren aangeven, gekleurde kerktorens en wapperende Nederlandse vlaggen zijn uiteindelijk niet afdoende om bombardementen en beschietingen op Nederlandse bodem te voorkomen.

Ook in 1918 wordt Zeeland geteisterd door vergissingsbombardementen van met name Britse vliegtuigen, zoals in Axel, Hoek, Koewacht een Aardenburg. Pas na afloop van de Eerste Wereldoorlog geven de Britten toe dat zij de daders waren van deze aanvallen op het neutrale Zeeland.

 

 

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone