Cézanne, Picasso en de Mona Lisa

Vandaag werd in Servië een vermist schilderij van Paul Cézanne (1839-1906) teruggevonden. Het doek De jongen met het rode vest werd in 2008 samen met werken van Van Gogh, Degas en Monet uit een privécollectie in Zwitserland gestolen.  Er werd na de diefstal gesproken van de ‘grootste kunstroof in Europa’, omdat de werken samen meer dan 200 miljoen euro waard waren. Kunstroof is echter zeker niet alleen iets van deze tijd.

Eén van de opvallendste roven uit de geschiedenis is de diefstal van de Mona Lisa in 1911. Het beroemde meesterwerk van Leonardo Da Vinci werd gestolen uit de salon Carré van het Louvre in Parijs, waar het sinds 1804 hing. Aanvankelijk verdacht de Franse politie Pablo Picasso van de roof, nadat zijn vriend Guillaume Apollinaire hem hiervan had beschuldigd. Picasso zou jaloers geweest zijn op de wereldfaam van de Mona Lisa. Er was echter te weinig bewijs en hij werd al snel weer vrijgelaten.

Picasso was wel geobsedeerd door het werk van Cézanne, die hij zijn enige echte meester noemde. Cézanne wordt gezien als grondlegger voor de moderne kunst en Picasso meende dat hij zonder Cézanne nooit zover zou zijn gekomen. Picasso troefde Cézanne echter wel af wat betreft populariteit onder dieven. Volgens het Art Loss Register, dat 170.000 gestolen kunstwerken registreert, is Picasso de kunstenaar waarvan de meeste werken zijn gestolen.

Lees hier meer over Pablo Picasso en hier over de roof van de Mona Lisa.

Tweet about this on Twitter0Share on Facebook0Share on LinkedIn0Share on Google+0Email this to someone