Verlaten Brits kamp tijdens het Lenteoffensief 1918
Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

Terwijl het einde van 1917 naderde bezorgde Rusland het verzwakkende Duitsland een militaire meevaller. Duitsland ging steeds verder gebukt onder de Britse blokkades en de oorlogsjaren begonnen zwaar te tellen voor het Duitse leger. Door de Russische Revolutie en de daar bijkomende interne problematiek van Rusland waren zij niet meer in staat het leger in stand te houden. Uiteindelijk volgde de Vrede van Brest-Litovs op 3 maart 1918 waarbij Rusland stopte met hun deelname aan de Eerste Wereldoorlog. Doordat het Oostfront geen gevaar meer vormde, kon Duitsland zich geheel op het Westfront richten.In het voorjaar van 1918 ging Duitsland over op het zogeheten lenteoffensief.

Het lenteoffensief: de strategie

Het lenteoffensief had als bedoeling de Britten flinke schade toe te brengen voordat de Amerikanen hun legers op volle sterkte hadden gekregen. Het plan was als volgt: door in één keer door te stoten door Frankrijk zouden de Fransen zich gewonnen geven, de Britten teruggedrongen worden en de Amerikanen hopelijk zouden afzien van hun plan mee te doen aan de oorlog. Het plan werd de Kaiserschlacht genoemd, de Slag van de Keizer. De meerderheid van de Duitse legeronderdelen van het Oostfront werden in de eerste twee maanden van 1918 overgeplaatst naar Frankrijk.

Operatie Michael

Het eerste offensief, genaamd operatie Michael, had als bedoeling om bij Amiens het Britse front open te breken en daarmee de Britten van hun bevoorradingsroutes af te snijden. Op 21 maart 1918 startten de Duitsers met hun eerste aanval. Voorafgaand aan de bestorming van de Britse linie werden er eerst artilleriebombardementen uitgevoerd. Ze richtten zich hierbij op de mitrailleurposten, artillerie en de verbindingswegen van de Britten. Na een aantal uren werden de bombardementen gevolgd door een aanval van de infanterie. Kleine groepjes goedgetrainde infiltranten baanden zich een weg door de rook en doodden vele Britse manschappen.

De Duitsers waren met een overweldigende meerderheid ter plaatse, 58 Duitse divisies tegenover 16 Britse divisies, en de Britten begonnen zich terug te trekken. Door de gecreëerde chaos van de verrassingsaanval naderden de Duitse troepen al snel Amiens.  De Britten moesten veel reserve legeronderdelen inschakelen ter bescherming van hun linies. Na een aantal dagen vertraagde het tempo van de opmars van het Duitse leger en wisten de Britten gezamenlijk met de Fransen zich te herpakken.

Operatie Georgette

Op 9 april 1918 ving de tweede fase van het lenteoffensief aan. Operatie Georgette ging van start in Frans-Vlaanderen, de aanval staat bekend als de Slag bij de Leie. De Duitsers handhaafden een zelfde soort techniek en wisten op 9 en 10 april Stegers in te nemen en in brand te steken. Daarop volgde de inname van Mesen op 10 en 11 april en een opmars naar Hazebroek en de slag om  van Belle van 12 tot en met 15 april. Op 17 april begon de eerste slag bij de Kemmelberg, waarbij de Duitsers de gehele binnenstad bombardeerden. De Britten leden enorme verliezen, maar kregen op 25 april hulp van hun Franse bondgenoten. Gezamenlijk wisten de geallieerden meer controle over het slagveld te krijgen en het front te stabiliseren op 29 april 1918.

Tegenvallende resultaten lenteoffensief

Tussen het begin en het einde van het lenteoffensief, van 21 maart 1918 tot en met 29 april 1918, verloren de Britten ruim 236.000 manschappen. De Fransen verloren 92.000 manschappen en de Duitsers 348.000 man. De Duitse legerleiding, met aan het hoofd generaal Ludendorff, riep het lenteoffensief uit tot overwinning: ze hadden immers als eerste tijdens de oorlog de loopgravenlinie van de vijand kunnen doorbreken.

In werkelijkheid was het offensief mislukt. De loopgravenlinie was weliswaar doorbroken, maar het Britse front was nog intact. Bovendien kampte het Duitse leger met een munitietekort en hadden zij een zeer grote hoeveelheid van hun manschappen verloren. Ludendorff weigerde dit echter toe te geven en vervolgde zijn offensief. De volgende offensieven hadden hetzelfde patroon: plotselinge uitbraken van enorm veel geweld, waarna een stagnatie volgde en er geen strategisch belangrijke plaatsen in werden genomen.

Tegenaanvallen geallieerden

Het lenteoffensief van de Duitsers was niet zonder gevolgen. De Fransen en Britten zinden op wraak en planden tegenaanvallen. Op 8 augustus 1918 begonnen de geallieerden een gezamenlijke tegenaanval met meer dan 400 tanks. De Duitsers verloren hun gewonnen terrein, leden enorme verliezen en verloren bovendien hun moraal. Ludendorff sprak over een “Zwarte dag voor de Duitsers’. Plannen voor volgende offensieven van de Duitsers werden na deze aanval niet meer uitgevoerd.

Ludendorff wees later naar de linkse regering wanneer het ging om de verantwoordelijkheid voor het falende lenteoffensief. De succesvolle tegenaanval van de geallieerden had een enorme klap uitgedeeld aan de Duitsers en was een belangrijke reden in de overgave van Duitsland in november 1918.
 

 

 

 

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone