Pre-impressionist Johan Barthold Jongkind (1819-1891)
Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

De Schilder Johan Barthold Jongkind geniet in Nederland minder bekendheid dan zijn tijdsgenoot Vincent van Gogh. Jongkind is echter zeer invloedrijk geweest op de ontwikkeling van het impressionisme. Zo was hij een voorbeeld voor Claude Monet. Zijn schilderijen hangen in Musea over heel de wereld.

Jongkind ’s vroege leven

Op 3 Juni 1819 wordt Johan Barthold Jongkind geboren in het Overijsselse Lattrop. Zijn Vader, Gerrit Adrianus, is ontvanger van accijnzen, zijn moeder is Willemyne Jacoba Van der Burgt. Hij is het achtste van in totaal tien kinderen. Jongkind ’s vader had voor Johan Barthold een carrière als notaris op het oog, maar zelf wilde hij schilder worden. Na het overlijden van zijn vader in 1836 schrijft Jongkind zich in bij de tekenacademie in Den Haag met goedkeuring van zijn moeder. Doordat hij kennelijk is opgevallen krijgt hij bovendien een beurs. Dit komt goed uit, want zijn familie heeft niet genoeg geld om zijn studie te kunnen financieren. De belangrijkste docent van Jongkind is de schilder Andreas Schelfhout.

Vroege ontwikkeling

In deze tijd sluit Jongkind zich aan bij de stroming van de romantiek waar ook zijn leermeester Schelfhout toe behoort. Jongkind sluit aan bij de Hollandse traditie van het schilderen van landschappen, die terug gaat tot de 17e eeuw.

Eerste Parijse periode

In 1845 komt de Franse Kunstschilder Eugène Isabey naar Nederland. Schelfhout introduceert Jongkind bij Isabey. Deze is zo onder de indruk van het werk van Jongkind dat hij hem aanbiedt om in zijn atelier te komen werken en leren. Schelfhout kent de secretaris van Koning Willem II, en regelt een beurs voor Jongkind. Tevens krijgt Jongkind een stoomcursus Frans. In 1846 gaat Jongkind in Parijs wonen. Naast Isabey krijgt Jongkind ook nog eens les van François-Édouard Picot. Hier ontmoet hij andere Nederlandse kunstenaars zoals Jozef Israëls en Marinus Kuytenbrouwer.
Eenmaal in Parijs schildert Jongkind ook stadsgezichten. In 1848 neemt Isabey Jongkind mee naar de kust van Normandië. Hier raakt Jongkind gefascineerd door zijn andere grote thema: zeegezichten. Tijdens zijn eerste periode in Parijs kent Jongkind al enig succes. Dit succes is te danken aan de populariteit van 17e eeuwse Hollandse meesters, die als voorbeeld voor de Franse schilderkunst worden gezien. Zijn stijl wordt iets losser in tegenstelling tot het meer strakke van de romantiek. Dingen mooier maken dan ze zijn doet Jongkind echter niet; hij laat de dingen zien zoals ze zijn. Emile Zola zal hem hier later om roemen.

Eerste erkenning

Jongkind‘s werk wordt tentoongesteld op de Salons van 1848 en 1852. Bovendien wordt hij tijdens die laatste onderscheiden met een bronzen medaille. Tevens bouwt hij een vriendengroep op van andere kunstenaars. Deze periode wordt echter ook gekenmerkt door drankproblemen en schulden. Als in 1855 zijn beurs afloopt, ziet Jongkind hier een samenzwering tegen hem in. Tijdens de Wereldtentoonstelling van 1855 exposeert Jongkind in het Franse gedeelte. Hij krijgt veel lof, doch dit is niet genoeg voor hem.

Korte terugkeer in Nederland

Op de vlucht voor schulden vertrekt hij in 1855 naar Nederland waar hij in Rotterdam gaat wonen. Hij is hier niet gelukkig en mist Parijs en zijn vrienden. Het vertrek van Jongkind is niet onopgemerkt. Le Figaro maakt melding van zijn afwezigheid bij de Salon van 1857. Tijdens zijn verblijf in Nederland veilen zijn vrienden werk dat Jongkind heeft achtergelaten. Hiermee worden zijn schulden vereffend. Uiteindelijk lukt het Jongkind in 1860 terug te keren naar Parijs dankzij zijn vrienden.

Hoogtepunt

Eenmaal terug in Parijs leert hij de jonge Claude Monet kennen. Deze zal later vertellen dan hij van Jongkind vooral het spelen met het licht heeft geleerd. Tevens leert hij Joséphine Fresser-Borrhee kennen met wie hij tot zijn dood een relatie zal hebben. Zij zorgt ervoor dat Jongkind zijn leven onder controle houdt. Inmiddels wordt de schilder geweigerd door de officiële Salon van Parijs. Jongkind keert deze definitief de rug toe. Hij neemt in 1863 deel aan de Salon des Refusés samen met Paul Cézanne en Camille Pissaro.

Dit is Jongkind’s meest productieve periode. Zijn stijl is inmiddels compleet los geworden en hij gebruikt felle kleuren in zijn schilderijen, zonder daar de werkelijkheid geweld mee aan te doen. Hij speelt met de lichtinval. Het is zijn stijl in deze tijd waardoor Jongkind wordt gezien als een van de voorlopers van het impressionisme. In tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten schildert Jongkind niet in de natuur, maar aan de hand van schetsen.

Late Leven

Zijn latere leven slijt Jongkind samen met Joséphine in de Dauphiné. In 1878 gaan zij in La Côte-Saint-André wonen. Jongkind blijft ook tijdens zijn laatste jaren actief. Op 9 februari 1891 sterft hij aan de gevolgen van een hersenverlamming.

 

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone
Tags:             
Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

Bronnen:

nl.wikipedia.org, Johan Barthold Jongkind
en.wikipedia.org, Johan jongkind
Musee-orsay.fr, Johan Barthold Jongkind, (2004)
M.F Hennus , J.B Jongkind, (Amsterdam, 1964)
John Sillevis e.a., Johan Barthold Jongkind, (Zwolle, 2004)

Afbeelding:

Wikimedia Commons Portret van Johan Barthold Jongkind door Gustave Courbet

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone