Feest van de Heilige Maagd Maria van de berg Karmel

Maria verscheen op 16 juli 1251 aan de karmeliet Simon Stock en overhandigde hem een scapulier, een religieus schouderkleed (naar het Latijnse woord voor schouderblad; scapula)Vandaag, 16 juli, is voor de katholieken de feestdag van de Heilige Maagd Maria van de berg Karmel.

Maria verscheen op 16 juli 1251 aan de karmeliet Simon Stock en overhandigde hem een scapulier, een religieus schouderkleed (naar het Latijnse woord voor schouderblad; scapula). Maria beloofde dat iedereen die dit kleed zou dragen gered zou worden uit het Vagevuur. Het Vagevuur is volgens de katholieke leer een plaats van loutering van nog niet vergeven zonden in het hiernamaals.

De berg Karmel ligt in Israël en wordt in de Bijbel beschreven als de plaats waar de profeet Elia het opnam tegen 450 priesters van de Kaänitische god Baäl, om te zien wie van hen antwoord op zijn gebed zou krijgen. Volgens de joodse traditie woonde Elia ook op de Karmel. In de late oudheid trokken christenen naar de Karmel om daar als kluizenaar te leven en zich aan God toe te wijden. In de twaalfde eeuw bouwden een aantal van hen op de Karmel een aan Maria gewijde kapel en noemden zich ‘Broeders van de Heilige Maria van de Berg Karmel.’ In 1209 werd de ‘regel van de Karmel’ opgesteld en daarmee ontwikkelden de broeders zich tot een echte orde. De ‘Ordo Carmelitarum’. In 1452 ontstond er ook een ‘tweede’ (vrouwelijke) orde: de karmelietessen.

De orde van de karmelieten was een bedelorde, dat wil zeggen dat zij in gekozen armoede leefden, geen eigendom hadden en voor hun levensonderhoud alleen afhankelijk waren van  liefdadigheid en hun eigen werk. Andere bedelorden waren onder meer de franciscanen en de dominicanen. In de tijd van de Reformatie in de 16e eeuw  werd de orde, die haar kloosterregel in de loop der tijd wat losgelaten had, hervormd door Johannes van het Kruis en Theresia van Ávila. Het leidde tot een scheiding in de orde tussen de ongeschoeide en de geschoeide karmelieten, waarbij de ongeschoeiden sterker teruggrepen op de oorspronkelijke leefregel.

Centraal hierin staan beschouwing (contemplatie), soberheid en zwijgzaamheid, in de afzondering van een aan de kloosterling toegewezen cel. De karmeliet mag de cel alleen verlaten als hij of zij daarvoor een goede reden heeft. Wel wordt er gezamenlijk gegeten en vieren de kloosterlingen samen de eucharistie. De geschoeiden staan meer in contact met de samenleving en zoeken ook naar wegen om daar een rol in te vervullen. In Nederland zijn nog tien centra van de karmelieten. Ook de ongeschoeide karmelieten bestaan in Nederland nog steeds.

Tweet about this on Twitter0Share on Facebook0Share on LinkedIn0Share on Google+0Email this to someone