Geschiedenis, ontstaan en hervorming van de PvdA
Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

Nu de PvdA samen met de VVD vier jaar in de regering heeft gezeten, wil de partij graag aan de macht blijven. Deze keer wil de PvdA dichter bij haar oude idealen blijven zoals een eerlijke samenleving en meer banen. Al sinds de oprichting van de partij zijn dit belangrijke speerpunten.

De oorsprong van de idealen van de PvdA ligt aan het einde van de negentiende eeuw toen de Industriële Revolutie in Nederland vaste vorm begon te krijgen. In de loop van de negentiende eeuw kwamen er steeds meer fabrieken met stoommachines in Nederland. De werkplaatsen van ambachtslieden werden vervangen door fabriekshallen waar tientallen arbeiders in dienst van een enkele fabriekseigenaar stonden. De arbeiders die in de fabrieken werkten moesten lange dagen maken voor weinig loon. Het was vaak te weinig geld om vrouw en kinderen van te onderhouden. Het resultaat was dat ook vrouwlief en de kinderen aan het werk werden gezet. Zo nu en dan kwamen de arbeiders dan ook in verzet, maar dat haalde weinig uit. In de loop van de eeuw stonden er leiders op in deze sociale strijd. Deze ‘Utopisten’ streefden naar een ideale samenleving zonder armoede en ellende.

Karl Marx

Eén van de utopisten was Karl Marx (1818-1883). Hij riep de arbeiders op om het heft in eigen hand te nemen bij de verwezenlijking van hun idealen. Marx was van mening dat de tegengestelde economische en politieke belangen op den duur zouden leiden tot een klassenstrijd. Hij publiceerde in 1848 samen met zijn vriend Friedrich Engels zijn Communistisch manifest waarin hij schreef: “De proletariërs hebben bij haar (de klassenstrijd) niets te verliezen dan hun ketenen.” Het socialisme was geboren. Het was een stroming die door Marx en Engels in het leven werd geroepen en moest zorgen voor een einde aan de ellendige situatie waarin de arbeiders zich bevonden.

Splitsing binnen het socialisme

Binnen het socialisme trad in de twintigste eeuw een splitsing op. Aan de ene kant was er een groep die wilde strijden voor het uitbannen van de godsdienst met als leider de Russische socialist Vladimir Lenin. Aan de andere kant stond een groep socialisten die juist streefde naar hervormingen binnen de maatschappij: de sociaal-democraten. De hervorming zou volgens hen juist op een democratische manier en via het parlement moeten plaatsvinden. In Nederland ontstond in de tweede helft van de negentiende eeuw de eerste vorm sociaal-democratische organisatie. In 1892 werd de Sociaal-Democratische Bond (SDB) opgericht met als leider Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919).

Splitsing binnen de SDB

Domela Nieuwenhuis streefde echter naar anarchisme en revolutie. In het begin steunde de SDB hem hierin. In 1892 werd er een congres georganiseerd waarin de organisatie een resolutie aannam: “dat voor het proletariaat duurzame verbetering op grondslag van de tegenwoordige maatschappij niet mogelijk is”. Een jaar later, in 1893 besloot de SDB niet mee te doen aan de verkiezingen omdat zij het streven naar algemeen kiesrecht en politieke actie verwierp.  Het doel van Nieuwenhuis werd Revolutie en omverwerping der bestaande maatschappelijke orde met alle wettelijke en onwettelijke middelen”. Deze uitlatingen leiden ertoe dat de SDB als vereniging werd verboden. De bond splitste zich vervolgens op in de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) en de Socialistenbond. Domela Nieuwenhuis werd lid van de laatste partij, maar de doelen gingen hem niet snel genoeg. In 1898 zegde hij zijn lidmaatschap op.  

De SDAP

De SDAP zag, in tegenstelling tot de SDB, parlementaire machtsvorming als mogelijkheid om het socialisme te verwezenlijken. De oprichters kozen zodoende voor een hervormingsgezinde koers. De Friese advocaat Pieter Jelles Troelstra (1860-1930) werd tot leider van de partij uitgeroepen. Toen in 1917 het algemeen kiesrecht voor mannen en het passief kiesrecht voor vrouwen werd ingevoerd, betekende dit een forse toename van het aantal stemmen op de partij. Maar ondanks het succes van het algemeen mannelijk kiesrecht en vrouwelijk kiesrecht in 1919 bleef het rommelen in de partij. De revolutionaire roep bleef ook binnen de SDAP bestaan in de loop der jaren en er was nog een aantal keer sprake van splitsing.

Splitsing binnen de SDAP

Zo ontstond voor de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) een nieuwe partij uit de SDAP die de voorloper zou zijn van de Communistische Partij Nederland (CPN). De SDAP trachtte een grotere aanhang te verwerven. Zij gingen aanhangers zoeken binnen de religieus-socialisten maar kregen aanvankelijk geen voet aan de grond. Vanaf het moment dat het nationaal-socialisme opkwam in Nederland, ging de partij zich richten op het gehele volk en niet langer alleen de arbeidersklasse. Zij aanvaarde de ‘nationale gedachte’, de monarchie en koos principieel een richting tegen het totalitarisme. Ondanks dat hiermee de grondslag werd gelegd waarop na de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) de Partij van de Arbeid (PvdA) kon ontstaan, bleven grote successen uit.

Partij van de Arbeid

Na de Tweede Wereldoorlog deed de SDAP wederom een poging om hun maatschappelijke basis te verbreden. Zij richtten samen met vooruitstrevende liberalen, rooms-katholieken en protestants-christenen in 1946 de PvdA op. Vanaf dat moment stond niet meer slechts de arbeidersklasse centraal, maar de ontplooiing van het individualisme in dienst van de samenleving. Meteen na de oorlog kreeg de PvdA een grote stem in de politiek. In de periode van 1946 tot 1958 vormde de PvdA samen met de Katholieke Volks Partij (KVP) de rooms-rode coalitie met de sociaaldemocraat Willem Drees, ‘vadertje Drees, als premier. Na 1958 kwam de PvdA tot 1965 in de coalitie terecht. Het aantal kiezers liep terug.

Opsplitsing binnen de PvdA

Doordat het aantal kiezers binnen de organisatie was teruggelopen, traden er binnen de PvdA halverwege de jaren ’60 vernieuwingsbewegingen op. De ontzuiling had ervoor gezorgd dat de PvdA toch een bredere achterban kreeg. Toch zorgde dat en de internationale politiek, keer op keer weer voor nieuwe afsplitsingen. Zoals de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) in 1957. Een partij met een sterk antimilitaristisch karakter. Ook splitsten in 1970 De Democratisch-Socialisten 1970 (DS’70) zich af van de PvdA omdat ze ontevreden waren over de linksere koers die de PvdA was gaan varen. Ook oud-premier Willem Drees stapte uit de partij: ‘Na lange innerlijke tweestrijd ben ik tenslotte tot de overtuiging gekomen, dat ik, gegeven mijn kijk op de ontwikkeling van de Partij van de Arbeid, niet juist zou handelen door lid te blijven. Ik moet u dan ook helaas verzoeken mij als zodanig af te voeren. Mijn vrouw, C. Drees-Hent, sluit zich hierbij aan.’ De oprichting van DS’70 was een reactie op Nieuw Links, een beweging binnen de PvdA die in de jaren zestig ontstond en die radicale democratisering op alle niveaus nastreefde.

Vernieuwing PvdA 2011

Na deze roerige jaren zestig en zeventig kwam de partij in rustiger vaarwater terecht. Toch was er in 2011 vraag naar vernieuwing binnen de sociaal-democratische partij. Verschillende PvdA-afdelingen en leden van de partij organiseerden begin november 2011 grote congressen in het hele land. Dat lijkt de partij ten goede gekomen te zijn. In 2012 werd PvdA samen met de VVD de grootste partij van het land en vormden ze samen een kabinet. Bij de komende verkiezingen hoopt de PvdA het net zo goed te doen.

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone
Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

Bronnen:

Pvda.nl: verkiezingen

Pvda.nl: partijgeschiedenis 

dnpp.ub.rug.nl: pvda geschiedenis

Historiek.net: pvda geschiedenis

 

Afbeelding:

CC. BY. 2.0

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone