Tweet about this on TwitterShare on Facebook19Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

Bagdad 1534 – Bagdad is één van de belangrijkste steden in het Midden-Oosten. Hierdoor wordt er door verschillende vorsten vaak geprobeerd de stad in bezit te krijgen. Op 4 december valt Bagdad zonder noemenswaardige gevechten in de hander van de Ottomaanse sultan Süleyman de Grote.

Op 30 september 1520 volgde Süleyman I zijn vader op als sultan van het Ottomaanse rijk. Hij voerde een aantal oorlogen zowel ten westen als ten oosten van het Ottomaanse rijk die veel gebiedsuitbreiding tot gevolg hadden. Zo veroverde Süleyman de Grote tussen 1521 en 1526 Rhodos en grote delen van het Hongaarse koninkrijk. In 1529 belegerden de Ottomanen zelfs Wenen. Deze stad wisten zij echter niet in te nemen. Süleyman werd door zijn veroveringen in de zestiende eeuw een Europese monarch om rekening mee te houden.

Aanval van twee kanten

Nadat de Ottomanen er niet in slaagden Wenen te veroveren, ging de aandacht van Süleyman uit naar de oostelijke grenzen van zijn rijk. In dit gebied regeerden de Safawiden over Perzië. De Ottomanen raakten vaak in conflict met de Safawiden over gebieden aan de grens. Deze spanning verergerde toen de Safawiden de gouverneur van Bagdad, die een sympathisant van Süleyman was, om lieten brengen. Daarnaast overlegden de Perzen met de Oostenrijkse Habsburgers om de Ottomanen van twee kanten aan te vallen.

Belangrijke bezetting

Hierop besloot Süleyman de Safawiden in 1532 zelf aan te vallen. De Ottomanen veroverden Bitlis en Tabriz, voordat ze in 1534 bij Bagdad aankwamen. De Safawiden waren de stad ontvlucht en hadden geen troepen achtergelaten ter verdediging. De Ottomanen konden de stad hierdoor zonder slag of stoot binnentrekken. De bezetting van Bagdad was zeer belangrijk voor de Ottomanen. De stad lag namelijk op een kruispunt van de regionale handel. De Ottomanen wisten hun positie in het gebied te versterken, wat in hun bezit bleef tot de neergang van het Ottomaanse rijk in de Eerste Wereldoorlog.

 

Tweet about this on TwitterShare on Facebook19Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone