De Piramide van Chefren wordt geopend

Egypte 1818 – Een Italiaanse onderzoeker reist door Egypte op zoek naar sporen uit de oudheid. Hij bereikt de Piramide van Chefren, de op één-na-grootste Egyptische piramide. Als eerste moderne onderzoeker, opent Giovanni Belzoni het graf van de farao op 2 maart 1818. Hij dringt diep door tot het binnenste van een millennia oude piramide.

De piramide was de graftombe van de farao Khafre van de 4e dynastie en werd gebouwd rond 2500 voor Christus. Het is één van de beroemdste piramides van het Giza plateau, nabij het oud-Egyptische plaatsje Giza aan de Nijl. De bouw van deze piramides vond plaats tijdens de periode die historici aanduiden als ‘het oude koninkrijk’ (derde millennium voor Christus). In dit tijdperk bereikte Egypte een eerste hoogtepunt van beschaving.

Memphis was de toenmalige hoofdstad van het rijk. Koning Djoser was de eerste koning van de 3e dynastie waar historici het oude koninkrijk laten beginnen. Hij vestigde het hof in Memphis en centraliseerde de administratie. Egypte maakte vervolgens een periode van welvaart en interne veiligheid mee. Het gaf heersers de mogelijkheid om zich te richten op de bouw van grote piramides.  In deze tijd werd de machthebber overigens nog niet aangeduid met de term farao, want die is van latere tijd afkomstig.

Wegens de bouw van talloze piramides, groot en klein, wordt deze periode uit de Egyptische geschiedenis ook wel ‘het tijdperk der piramiden’ genoemd. Deze bouwwerken hadden een symbolische en religieuze functie. De Oude Egyptenaren meenden waarschijnlijk dat de vorm van de piramide gelijk was aan de oorspronkelijke heuvel van waaruit de aarde geschapen was. Ook symboliseerde de piramide mogelijkerwijs de neerkomende stralen van de zon.

Naast deze symboliek waren de piramides bestemd voor het begraven van farao’s en aanzienlijken. Welk theologisch verhaal hier achter zat is onderwerp van veel discussie. Een theorie stelt dat het een soort machines voor de wederopstanding waren, als middel om naar de andere wereld te gaan. De Oude Egyptenaren dachten namelijk dat een donker gedeelte van de nachtelijke lucht de poort was naar de hemel. Zo wijst de Grote Piramide van Giza met zijn punt precies naar het centrum van dit donkere stuk sterrenhemel.

Share