Antoine Parmentier met een boeket vanzijn geliefde gewassen uit de Nieuwe Wereld, waaronder de aardappelbloem, schilderij van François Dumont uit 1812

In de loop van de 17e eeuw maakte Europa geleidelijk aan kennis met de aardappel, maar vaak ging dat niet van harte. De meeste boeren vonden de piepers maar vreemd en smakeloos en wilden deze dan ook niet verbouwen. Europese heersers moesten daarom hun toevlucht nemen tot een aantal opmerkelijke strategieën om hun onderdanen alsnog te overtuigen van het nut van de aardappel.

Toen de aardappelplant tegen het einde van de 16e eeuw voor het eerst naar Europa kwam, waren veel wetenschappers al gelijk enthousiast. De knollen groeiden in vrijwel elk klimaat, bleken relatief makkelijk te verbouwen en waren bovendien uiterst voedzaam. De aardappel vormde daarmee de ideale oplossing voor de voortdurende hongersnoden in de alsmaar groeiende Europese samenleving. Die was op dat moment namelijk veel te sterk afhankelijk van de graanteelt. Zo werd in de 14e eeuw alleen Groot-Brittannië al 95 keer getroffen door een hongersnood.

Varkensvoedsel

In de loop van de 17e eeuw probeerden veel Europese heersers de aardappelteelt in hun gebieden dan ook te bevorderen, maar vaak zonder veel resultaat. De meeste gewone Europeanen moesten namelijk niets hebben van die vreemde plant uit de Nieuwe Wereld. Aardappels waren smakeloos, roken nergens naar en zagen er lelijk en raar uit met al die uitsteeksels. Bovendien bleken sommige gedeelten van de plant ook nog eens giftig te zijn. In veel landen werden aardappels dan ook al snel gedegradeerd tot veevoer. Zo kwamen ze in Frankrijk simpelweg bekend te staan als ‘varkensvoedsel’.

Frederik de Grote

In 1774 probeerde de Pruisische heerser Frederik de Grote het tij te keren door de teelt en consumptie van aardappels simpelweg verplicht te stellen, maar zelfs dat werkte niet. Na verloop van tijd gooide hij het daarom over een andere boeg en besloot hij de aardappel juist te verbieden. Voortaan was de pieper een koninklijk product dat uitsluitend in de persoonlijke tuin van Frederik de Grote verbouwd mocht worden. De list had vrijwel meteen effect en binnen de kortste keren verschenen er in heel Duitsland aardappelen op de akkers.

Antoine-Augustin Parmentier

Indirect had Frederiks voorliefde voor de aardappelplant ook gevolgen voor Frankrijk. Tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) belandde de Franse apotheker Antoine-Augustin Parmentier namelijk in een Pruisische gevangenis, waar hij wekenlang alleen maar aardappelen te eten kreeg. Na zijn terugkeer in Frankrijk besloot hij zich in te gaan zetten voor de verdere verspreiding van de aardappel in zijn vaderland, dat eveneens te kampen had met grote voedseltekorten. Parmentier bedacht een daarom aantal ingenieuze manieren om zijn landgenoten toch aan het ‘varkenseten’ te krijgen. Zo gaf hij de Franse koningin regelmatig boeketjes van aardappelbloemen cadeau en hield hij uitgebreide diners waarbij ieder gerecht uitsluitend bestond uit aardappels.

Bewaakte tuin

Antoine-Augustin Parmentier

Antoine-Augustin Parmentier

De meest beroemde stunt van de Fransman was echter grotendeels afgekeken van Frederik. Parmentier richtte namelijk eveneens een grootse aardappeltuin in en liet deze zelfs in de gaten houden door een aantal gewapende mannen. De apotheker had de bewakers echter vooraf geïnstrueerd om ’s nachts weer naar huis te gaan en om ieder aanbod tot omkoping direct te accepteren. Ook bij de Fransen won de nieuwsgierigheid en de jaloezie het vervolgens van de afkeer en zat de bevolking al snel zelf aan de aardappelen.

Griekenland

Dat we eeuwen later nog steeds kunnen leren van de geschiedenis blijkt wel uit het verhaal van de Griekse premier Ioannis Kapodistrias. Als onderdeel van zijn beleid om Griekenland te moderniseren probeerde hij in de 19e eeuw ook daar de aardappel te introduceren, maar zonder succes. De eerste scheepslading piepers werd uiteindelijk zelfs gratis uitgedeeld, maar nog wilde niemand ze hebben.

Kapodistrias bedacht daarop een list en liet een groot peloton gevaarlijk uitziende soldaten aanrukken. Zij moesten de lading aardappelen behandelen als een stel diamanten, maar kregen tegelijkertijd opdracht deze zo slecht mogelijk te bewaken. De Grieken trapten erin en binnen enkele dagen had Kapodistrias zijn zin: de hele voorraad was ‘gestolen’.

Tweet about this on Twitter3Share on Facebook10Share on LinkedIn0Share on Google+0Email this to someone

Bronnen

- History Magazine, Impact of the Potato
- Now I know, Regal potatoes
- International Napoleonic Society, Antoine Augustin Parmentier

 

Afbeeldingen

- Wikimedia Commons, Parmentier met boeket
- Wikimedia Commons, Portret van Parmentier

Tweet about this on Twitter3Share on Facebook10Share on LinkedIn0Share on Google+0Email this to someone