Een vrouw maakt zich op voor de spiegel, 1963. (Bron: Nationaal Archief)

‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van het land?’. Het overbekende zinnetje uit Sneeuwwitje is tekenend voor de manier waarop we de spiegel gebruiken. Sommige mensen kijken er maar al te graag in, andere mijden hun spiegelbeeld zoveel mogelijk. Hoewel de spiegel in de huidige gedaante nog niet zo lang bestaat, kijkt de mens al duizenden jaren naar zijn spiegelbeeld.

De allereerste spiegel was geen complexe uitvinding maar was simpelweg een stilstaand wateroppervlak, waar de mens zichzelf in weerspiegeld zag. De eerste spiegels die door de mens als gebruiksvoorwerp gemaakt werden dateren uit de oudheid. Een glasachtige vulkaansteen, obsidiaan, werd gepolijst en aan de wand bevestigd om als spiegel te dienen. De oude Egyptenaren maakten rond 3000 voor christus de eerste echte (hand)spiegels. Van brons of koper werden schijven gegoten of platgeslagen en vervolgens hoogglans gepolijst om zo als spiegel dienst te kunnen doen. In de Griekse oudheid werd deze techniek overgenomen. Om de spiegel goed vast te kunnen houden werd vaak een handvat van hout, been of ivoor toegevoegd.

Een Etruskische spiegel, waarbij spiegel en handvat een eenheid vormen. (bron: Wikimedia Commons)

Een Etruskische spiegel, waarbij spiegel en handvat een eenheid vormen. (Bron: Wikimedia Commons)

Etruskische spiegels

De Etrusken hebben het maken van spiegels overgenomen van de Egyptenaren. Vermoedelijk is via handelscontacten met Noord-Afrika de Egyptische spiegel bij de Etrusken geïntroduceerd. Vanaf ongeveer 400 voor christus werd de spiegel steeds meer een eenheid met het handvat. Het handvat eindigde vaak in een gestileerde rammenkop, een symbool voor het afweren van onheil. In de loop van de 4e eeuw werd de spiegelende kant vaak boller gemaakt, omdat zo het spiegelende oppervlakte groter werd. De achterzijde van de spiegels werden vaak versierd met inscripties en voorstellingen uit de Griekse mythologie. Meestal waren het vrolijke afbeeldingen, zoals liefdestafereeltjes.

Vrouwending

In de oudheid was de spiegel al bij uitstek een modieus voorwerp voor vrouwen. De meeste spiegels waren rijkelijk gedecoreerd met ietwat zoetsappige liefdesscènes. De amoureuze avonturen van Grieks-Etruskische goden waren veruit het favoriete onderwerp. Verder zijn er spiegels bekend met meer neutrale voorstellingen, zoals religieuze plechtigheden, afbeeldingen van goden en gesprekssituaties. De wilde gevechten en drinkgelagen, die vaak in de Etruskische kunst voorkomen, werden niet afgebeeld op de handspiegels.

Romeinen

Een grote verandering in het maken van spiegels werd in gang gezet toen de Romeinen aan het begin van onze jaartelling het maken van glas onder de knie kregen. Hierdoor kon een veel grotere variëteit aan glazen voorwerpen gemaakt worden. Door het glas van een laagje metaal en lak te voorzien, slaagden de Romeinen erin de eerste door de mens gemaakt glazen spiegels te ontwikkelen. Bij opgravingen in Romeinse nederzettingen zijn stukken glas aangetroffen met een laagje bladgoud, die als spiegel gefungeerd hebben. Door de grootte van het Romeinse Rijk en de goede handelsnetwerken konden de spiegels en andere glazen producten zich over een groot gebied verspreiden. Mede door de val van het Romeinse Rijk kwam de ontwikkeling van de spiegel een tijdlang stil te liggen.

Middeleeuwse kwikspiegels

Pas rond de 14e eeuw veranderde de basisvorm van de spiegel, doordat toen de techniek van het glasblazen algemeen bekend werd. Spiegels werden vanaf de 14e eeuw gemaakt door een grote glazen bol te blazen en daar, via de blaaspijp, een mengsel van lood en tin in te gieten. Door de bol na het afkoelen in stukken te snijden, verkreeg de maker enkele bolle spiegels. Een andere middeleeuwse vinding was de zogenaamde kwikspiegel. Het productieproces bleef gelijk, maar voor het spiegelende oppervlak werd een mix van tin en kwik gebruikt. Hoewel beschrijvingen van deze techniek vanaf de 13e eeuw bekend zijn, werd de techniek pas in de 16e eeuw algemeen in gebruik genomen. Deze fabricagemethoden waren enorm omslachtig en tijdrovend, wat er toe leidde dat spiegels peperduur waren. Daarnaast was de productie erg ongezond door de giftige kwikdampen die vrijkwamen.

19e eeuwse zilverspiegel

Vanwege de omslachtige, giftige en gevaarlijke productiemethode raakte het maken van kwikspiegels in ongebruik. In Nederland werd het in 1886 zelfs verboden. Inmiddels was er in het begin van de 19e eeuw een chemische methode uitgevonden om glas van een laag zilver te voorzien. Door een zilvernitraatoplossing te verhitten scheidde zilver zich af op het  glasoppervlakte en ontstond er een schitterende spiegel. Dit basisprincipe werd door de jaren heen verder ontwikkeld en leidde tot vele verbeteringen en octrooien.

Tegenwoordig is de fabricage van spiegels volledig geautomatiseerd. Glasplaten liggen op een lange band, worden gereinigd, voorzien van een laagje zilvernitraat en koper en daarna afgelakt om de kwetsbare spiegellaag te beschermen.

Tweet about this on Twitter0Share on Facebook2Share on LinkedIn0Share on Google+0Email this to someone

Bronnen

- Glas en spiegels, De geschiedenis van de spiegel (…)

- Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Fabricage van (gegoten) spiegels (…)

- Beelden uit de Oudheid, Toilet en opsmuk (…)

- Museumkennis.nl, Etruskische spiegels (…)

 

Afbeeldingen

- Nationaal Archief, Spiegel (…), 1963

- Wikimedia Commons, Etruskische Spiegel (…)

 

Tweet about this on Twitter0Share on Facebook2Share on LinkedIn0Share on Google+0Email this to someone