Britse en Belgische soldaten naast een Duitse blindganger
Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

Schattingen geven aan dat zo’n dertig procent van de munitie die tijdens de Eerste Wereldoorlog werd afgevuurd niet af is gegaan. Dit leidde er toe dat Vlaanderen na de oorlog bezaaid was met instabiele bommen en granaten. Na de oorlog werden grote hoeveelheden munitie begraven of in zee gestort, zonder dat daarbij gedacht werd aan de consequenties. In West-Vlaanderen bleef er zodoende zo’n 250 ton munitie liggen. Regelmatig stuit men in België bij bouw- en graafwerkzaamheden op munitie uit de Eerste Wereldoorlog. Deze vondsten worden door een Belgische speciale militaire eenheid, de DOVO, opgeruimd.

Explosieven opruimingsdienst DOVO

De DOVO, Dienst voor de opruiming en vernietiging van ontploffingstuigen, werd vlak na de Eerste Wereldoorlog in het leven geroepen onder de naam Dienst voor Vernietiging van Munitie. Men dacht aanvankelijk optimistisch dat het opruimen van de achtergebleven munitie een klus van enkele jaren zou zijn, maar in 1923 kwam men er achter dat dit decennia zou gaan duren. De DOVO werd een permanente eenheid. De DOVO heeft verschillende taken. Ze zijn verantwoordelijk voor het opruimen van niet ontplofte munitie, zogeheten blindgangers, uit zowel de Eerste en de Tweede Wereldoorlog.

Jaarlijks wordt de DOVO 3500 keer opgeroepen voor dergelijke opruimingen, dit kan variëren van een enkele handgranaat tot aan zware vliegtuigbommen. Ook heeft de DOVO de taak om chemische munitie uit de Eerste Wereldoorlog te ontmantelen. Voor 1980 werden deze chemische wapens in de Golf van Biskaje gedumpt, maar sinds 1998 worden de wapens in een ontmantelingsinstallatie in Poelkappelle geneutraliseerd.

Doden bij explosie Ieper

Recentelijk vielen er twee doden op een bouwterrein nabij Ieper door een granaat uit de Eerste Wereldoorlog. Op 19 maart 2014 stuitten een aantal werkmannen op een braakliggend terrein tijdens graafwerkzaamheden op een obus, een granaattype. Twee werkmannen stierven ter plekke, twee andere werklieden raakten ernstig gewond. In de weken na het ongeval in Ieper kreeg de DOVO te maken met een vertienvoudiging van aanvragen voor ruimingen van oorlogsrestanten. Opgeschrikt door de dodelijke afloop op het bouwterrein waarschuwden vele mensen die voorheen de restanten ‘gewoon lieten liggen’ de DOVO.

Granaatvondsten in 2014

Eerder die maand werden er door de DOVO honderden obussen op een akker bij Passendale gevonden. De DOVO werd gewaarschuwd door een boer uit de omgeving die tijdens het omploegen van zijn land op de granaten stuitte. In juni dit jaar werd de DOVO ingeschakeld toen een aannemer bij werkzaamheden een Duits wapendepot met zeker honderd granaten aantrof in Sint-Eloois-Winkel. Het depot bevatte granaten die in ‘transportmodus’ waren, dit wil zeggen dat ze niet op scherp stonden, om deze reden werd de omliggende woonwijk niet ontruimd.

Verzamelaars bewaren granaten

Dat niet iedereen schrikt van de oude explosieven blijkt uit het feit dat er een grote groep verzamelaars met gevaar voor eigen leven granaten meeneemt en bewaart. Zo deed de Belgische politie samen met de DOVO in februari 2014 huiszoekingen in Zonnebeke, Staden en Langemark-Poelkappele bij vermoedelijke verzamelaars. In een ‘privémuseum’ in Poelkappele troffen ze ruim 4.000 obussen, diverse mortiergranaten en grote hoeveelheden kogels aan.

De Paardenmarkt

Na afloop van de Eerste Wereldoorlog dumpten de Britten en de Belgen zeker 35.000 ton aan munitie in de zee bij Knokke. Zo’n dertig procent van deze munitie bevat giftige gassen. De dumpplaats wordt de ‘Paardenmarkt’ genoemd en is een zandbank die zo’n 300 tot 1.500 meter van de kust is verwijderd. Onder deze gedumpte munitie waren ook granaten met mosterdgas die sindsdien op de zeebodem liggen te eroderen.

Het gebied rondom de zandbank is wegens het loerende gevaar sinds 1972 verboden voor vissers en later werden ook zwemmers, duikers en surfers geweerd uit het gebied. De Belgische overheid is van mening dat men de granaten beter kan laten liggen dan het risico en de kosten te aanvaarden van het verwijderen van de gevaarlijke en instabiele granaten.

Gevaar mosterdgas voor volksgezondheid

De eroderende munitievoorraden op de Paardenmarkt hebben door de jaren heen veel discussie opgeleverd in België. Milieuorganisaties wijzen op het gevaar voor mens en dier wanneer het gas uit de granaten gaat lekken, maar de overheid meent dat wanneer het gebied met rust wordt gelaten er geen overlast van zal komen. Het grootste gevaar zit hem in het roesten van de gifgasgranaten. Wanneer deze doorroesten kan het gas uit de granaat lekken en verspreid het zich in klompjes met een harde schil met daarin het gas.

Het mosterdgas is nog steeds werkzaam en ook in aanraking met water zal het gas gevaarlijk blijven. De klompjes gas zouden dan met de stroming mee richting land en door de rest van de zee kunnen drijven. Wanneer men een dergelijke klont mosterdgas aanraakt kunnen ernstige blaren en beschadigingen aan ogen, longen en luchtwegen ontstaan.
 

 

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone