Duitse krijgsgevangenen in Noorwegen

Groot-Brittannië heeft op grote schaal Duitse krijgsgevangenen gemarteld tijdens de Tweede Wereldoorlog, aldus de Engelse journalist Ian Cobain. Hij deed enkele jaren onderzoek naar de zogeheten ‘London Cage’, de gevangenis waarin veel gevangengenomen Duitse soldaten opgesloten werden. Cobain stuitte tijdens zijn zoektocht op de memoires van de leider van het project, luitenant-kolonel Alexander Scotland, die openlijk vertelt over de gruwelijke Britse martelpraktijken.

Op 23 juni 1931 was Groot-Brittannië één van de eerste landen ter wereld die de Geneefse Conventie van 1929 ratificeerde. Hiermee ging het land onder meer akkoord met de bepalingen dat krijgsgevangenen ‘humaan en met eerbied’ behandeld moeten worden en dat zij niet opgesloten mochten worden in te kleine cellen of gedwongen mochten worden vernederend werk te verrichten.

Tweede Wereldoorlog

Duitse krijgsgevangenen na de val van Tobruk

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen er tussen 1940 en 1946 ruim 400.000 gevangengenomen Duitse soldaten naar het Verenigd Koninkrijk. De overgrote meerderheid van hen kwam terecht in regulieren gevangenkampen, maar een select aantal – degenen waarvan de Britten dachten dat ze over informatie beschikten – gingen naar de ‘Cage’, een netwerk van negen gevangenissen dat onder beheer stond van de Prisoner of War Interrogation Section.

Hier waren de omstandigheden aanzienlijk minder comfortabel dan in de reguliere kampen. Met name over de gevangenis in de Engelse hoofdstad, de ‘London Cage’ op de Kensington Palace Gardens, deden al tijdens de oorlog de meest vreselijke geruchten over mishandeling en marteling van de gevangenen.

The Great Escape

Veel van de krijgsgevangenen deden later in hun rechtszaak dan ook hun beklag over de verhoren in de London Cage. Zo ook de 21 Duitse soldaten die verdacht werden van het neerschieten van 50 RAF piloten die – tijdens een onderneming die bekend zou komen te staan als ‘The Great Escape’ – ontsnapt waren uit het werkkamp Stalag Luft III. Zij beweerden net zo lang geslagen en uitgehongerd te zijn totdat ze een bekentenis hadden afgelegd. Enkelen van hen waren zelfs bedreigd met withete poken en ‘elektronische apparaten’, aldus de gevangenen.

Fritz Knoechlein

De beschuldigingen van een andere London Cage gevangene, SS Oberstormbahnführer Fritz Knoechlein, gingen nog veel verder. Hij werd verdacht van het neerschieten van 124 ongewapende Britse soldaten die zich over hadden gegeven tijdens de Evacuatie van Duinkerk in 1940. Knoechlein verweerde zich door te stellen dat hij zich op dat moment niet eens in België bevond, maar hij werd naar eigen zeggen door de bewaarders van de London Cage toch gedwongen een bekentenis af te leggen.

Zo moest hij dagenlang met een klein doekje toiletblokken en trappen schoonmaken terwijl er emmers ijskoud water over hem heen werden gegooid. Als Knoechlein vervolgens protesteerde of stopte met werken, werd hij geslagen. Verder hielden de bewakers hem soms vier dagen achter elkaar wakker en moest hij op een gegeven moment vier uur achter elkaar rondjes lopen, terwijl hij ondertussen stokslagen kreeg. Een medegevangene smeekte zelfs om vermoord te worden zodat hij de martelingen niet langer hoefde te ondergaan, aldus Knoechlein.

Alexander Scotland

Alexander Scotland

Alexander Scotland

Bij iedere rechtszaak met dit soort beschuldigingen verscheen luitenant-kolonel Alexander Scotland, de hoogste bevelhebber in de London Cage, echter in het getuigenbankje om onder ede te verklaren dat de Duitsers logen. Zo noemde hij de getuigenissen van de Great Escape-verdachten “fantastische verzinselen” en karakteriseerde hij het verhaal van Knoechlein als een “slappe beschuldiging”. Des te opmerkelijker is het dat Scotland enkele jaren later in zijn memoires ineens wel toe gaf dat er sprake was van martelpraktijken in de London Cage.

Zo schreef hij dat de bewaarders een ‘bijdehante en koppige gevangene‘ dwongen om zich uit te kleden en vernederende oefeningen te verrichten, waarna hij vrij snel bekende. Andere Duitsers werden al knielend achter op hun hoofd geslagen of gedwongen om langer dan 24 uur in de houding te staan, met als gevolg dat zij hun eigen broek onderplasten. In één geval dreigde Scotland een gevangene zelfs met een onnodige blindedarmoperatie, die uitgevoerd zou worden door een medegevangene zonder enige medische ervaring.

Censuur

Uiteindelijk zouden de controversiële memoires van Scotland het daglicht nooit zien, want nog voor de publicatie nam het Ministerie van Oorlog alle vier de manuscripten in beslag. In 1957 publiceerde Scotland daarom maar een streng gecensureerde versie van zijn verhaal, waarbij alle verwijzingen naar martelpraktijken verwijderd waren. Onlangs kwam de onderzoeksjournalist Ian Cobain echter op het spoor van het originele manuscript van Scotland, waardoor de Britse martelpraktijken van de Tweede Wereldoorlog nu alsnog aan het licht zijn gekomen.

Lees hier meer over de oorlogsmisdaden van de Duitse Wehrmacht tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Bron: Daily Mail

Tweet about this on Twitter2Share on Facebook5Share on LinkedIn0Share on Google+0Email this to someone
Tags:                

Leestip

Tweet about this on Twitter2Share on Facebook5Share on LinkedIn0Share on Google+0Email this to someone