Chinees zeeslagje spelen

Gisteren maakte het eerste Chinese vliegdekschip, de ‘Shi Lang’, zijn testvaart vanuit de haven van Dalian. Het schip is een tweedehandsje dat afkomstig is uit de voormalige Sovjet Unie, en door de Chinezen is omgebouwd. China zet hiermee een belangrijke stap op het internationale toneel, want bij veel militaire conflicten van Vietnam tot Irak, speelden vliegdekschepen een belangrijke rol.

Vliegdekschepen zijn het ultieme wapen. De enorme slagkracht, gekoppeld aan het vermogen om overal ter wereld in actie te kunnen komen maken de oorlogsschepen tot een machtig politiek wapen. Als zodanig zijn zij de opvolger van het slagschip, het oorlogsschip dat in het begin van de 20e eeuw de dienst uitmaakte. De Amerikanen gebruiken hun vliegdekschepen om overal ter wereld invloed te kunnen uitoefenen. Vliegdekschepen zijn in de 20e eeuw uitgegroeid tot belangrijke stukken op het schaakbord van de internationale politiek.

De komst van de Dreadnought

In de eerste vier decennia van de 20e eeuw waren het de slagschepen die de koningen van de zeeën waren. De schepen werden in de jaren erna in rap tempo doorontwikkeld. Het eerste slagschip dat die naam echt kon dragen was de Dreadnought, een Engels schip dat in 1906 in dienst werd gesteld. Het concept van de Dreadnought, haar bepantsering en geschutsopstelling, was zo vernieuwend dat alle andere slagschepen meteen verouderd waren. De Dreadnought werd de standaard voor een volledig nieuwe generatie oorlogsschepen. Engeland, in die tijd een wereldrijk dat steunde op haar ‘sea power’, liep hiermee voorop in de maritieme oorlogsvoering.

Het slagschip als prestigeobject

In verschillende Europese landen, met name Duitsland, was aan het einde van de 19e eeuw grootschalige industrialisatie gaande Duitsland wilde ook een koloniale mogendheid worden, en was begonnen aan de modernisering en versterking van haar marine. Groot-Brittannië voelde zich door hen bedreigd. Voor de Britten was overwicht op zee van levensbelang, maar ook prestige speelde een belangrijke rol. Het resulteerde in een ware wapenwedloop om wie de grootste en sterkste vloot kon bouwen. Slagschepen vormden de ruggengraat van die vloot.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden een aantal zeeslagen uitgevochten, maar slechts bij twee ervan, namelijk die bij de Doggersbank (14 januari 1915) en de Slag voor het Skagerrak (31 mei 1916) waren er aan beide kanten Dreadnoughts betrokken. Tijdens de Eerste Wereldoorlog en het Interbellum bleven de slagschepen een belangrijk politiek wapen. De vuurkracht, de reikwijdte en de uitstraling van de schepen boezemde ontzag in. Niet voor niets werd het Duitsland in het verdrag van Versailles verboden om slagschepen te bouwen. Toch was het wapen dat het slagschip uiteindelijk de das om zou doen al in de Eerste Wereldoorlog ontwikkeld: het luchtwapen. Vliegtuigen bleken bijzonder effectief tegen schepen ingezet te kunnen worden.

Het begin van het einde

De Britten waren de eersten die vliegdekschepen bouwden, nadat ze hadden uitgewerkt hoe je moest starten en landen op een kort, niet vastliggende baan. Deze nieuwe ontwikkelingen kwamen te laat om nog van nut te zijn in de Eerste Wereldoorlog. Pas in 1924 werd het eerste vliegdekschip dat werkelijk voor dit doel was gebouwd, voltooid. Net als met de slagschepen zetten de Britten de trend, en anderen volgden, met name de Amerikanen en de Japanners

In de eerste twee jaar van de Tweede Wereldoorlog speelden opnieuw de slagschepen een belangrijke rol. Duitsland had een aantal nieuwe, slagschepen gebouwd. De slagkruisers Scharnhorst en Gneisenau behaalden een flink aantal successen. Het slagschip Bismarck vernietigde op 24 mei 1941 het vlaggenschip van de Britse marine, de slagkruiser Hood, en stelde een ander slagschip, de Prince of Wales, buiten gevecht. Het verlies van de Hood schokte Engeland. Tegelijkertijd kan 1941 gezien worden als het jaar waarin de hegemonie van de slagschepen definitief werd beëindigd. De Bismarck kreeg daar al een voorproefje van. Het waren enkele stokoude Swordfish vliegtuigen die er vanaf het vliegdekschip Ark Royal in slaagden het roer van het Duitse slagschip te beschadigen, waarna de slagschepen Rodney en King George V en een aantal torpedobootjagers het karwei konden afmaken.

Luchtwapen

Op 10 december 1941 ontdekten de Britten de ware kracht van het luchtwapen. Het slagschip Prince of Wales en de slagkruiser Repulse werden tijdens de verdediging door de Britten van Singapore door Japanse bommenwerpers en torpedovliegtuigen tot zinken gebracht. De machtige slagschepen bleken kwetsbaar voor luchtaanvallen.

Drie dagen daarvoor waren de Amerikanen ook tot die ontdekking gekomen. Japanse vliegtuigen, opererend vanaf zes vliegdekschepen, vielen onverhoeds de Amerikaanse marinehaven Pearl Harbor aan. Ze hadden het vooral gemunt op de slagschepen. Vijf slagschepen werden tot zinken gebracht, drie anderen beschadigd. De klap kwam hard aan. Het duurde geruime tijd voor de Amerikanen hun zeemacht in de Grote Oceaan weer aangevuld hadden, maar toen dat gebeurde, waren het niet de slagschepen, maar de vliegdekschepen die het belangrijkste wapen vormden.

De opkomst van het vliegdekschip

De Amerikaanse vliegdekschepen waren namelijk niet aanwezig in Pearl Harbor op de dag van de aanval, en ontsprongen zo de dans. Geconfronteerd met de kracht van het luchtwapen besloten de Amerikanen om meer in te zetten op de vliegdekschepen. Slagschepen bleven wel in gebruik, maar boetten in aan belang. Vliegtuigen bleken superieur: het Duitse slagschip Tirpitz, zusterschip van de Bismarck, de Japanse slagschepen Ise, Hyuga, Haruna, en de grootste van allen: de Yamato, werden allemaal door vliegtuigen buiten gevecht gesteld.

De zeeslagen in de Koraalzee en bij Midway (1942) werden allemaal met vliegdekschepen uitgevochten. De vernietiging van vier Japanse vliegdekschepen bij Midway markeerde het einde van de Japanse expansie. Vanaf dat moment werd het keizerrijk in de verdediging gedrongen. Veel schepen werden in 1942 omgebouwd tot vliegdekschip. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog hadden de Amerikanen en Engelsen bij elkaar zo’n 150 vliegdekschepen in de vaart.

Na de Tweede Wereldoorlog namen meerdere landen vliegdekschepen in gebruik. Ook Nederland heeft van 1946 tot 1968 een vliegdekschip gehad: de Karel Doorman. Het in de vaart houden van een vliegdekschip is alleen ontzettend duur, en veel landen stootten hun vliegdekschepen weer af. Momenteel hebben negen landen de beschikking over één of meerdere van deze schepen, waaronder India, Italië en Thailand. Amerika loopt hierin nog steeds voorop. De Sovjet Unie had vanaf midden jaren ’70 een aantal vliegdekschepen, maar met het uiteenvallen van de republiek werden die afgedankt en verkocht. Een ervan, de Varyag, werd in de jaren ’80 gebouwd, maar nooit voltooid. Totdat de Chinezen het schip kochten, officieel om er een casinoschip van te maken. Dit jaar bleek echter dat de Chinezen ook hun eerste stap naar ‘sea power’ zetten met de aanschaf hun eerste vliegdekschip.

Tweet about this on Twitter0Share on Facebook0Share on LinkedIn0Share on Google+0Email this to someone