Gastarbeiders in Nederland sinds de jaren zestig

Veel landen in Oost-Europa zijn boos over het meldpunt dat de PVV vorige week opende. Bij dit meldpunt kunnen Nederlanders klagen over immigranten uit Oost-Europa. De Europese Commissie noemde het meldpunt “een openlijke oproep tot intolerantie”. In de jaren zestig kwamen er voor het eerst gastarbeiders naar Nederland.

Na de Tweede Wereldoorlog vorderde de industrialisatie in Nederland gestaag en bloeide de economie aan het einde van de jaren ’50 op. Er ontstond een tekort aan ongeschoolde arbeidskrachten voor de zware fysieke beroepen. In eerste instantie ging men daarom arbeiders werven in Spanje, Griekenland, Joegoslavië en Italië. Halverwege de jaren zestig begon men met de werving van gastarbeiders uit Turkije en Marokko. Hier bevonden zich grote groepen welwillende arbeidsmigranten.

Warm welkom

Er was nog geen sprake van integratiebeleid in Nederland en de gastarbeiders leefden vaak onder slechte woon- en werkomstandigheden. Ze werden ondergebracht in pensions of barakken, waar zij opeengepakt leefden. Ondanks de slechte omstandigheden, was er wel een warm welkom volgens de zoon van een Turkse gastarbeider: ”We werden nog net niet doodgeknuffeld”. Ze kregen dikwijls een gebedsruimte op de werkvloer en soms zelfs een Turkse kok, extra vakantiedagen en geld voor de vliegtickets voor familiebezoek. De bedrijven waren blij met de nieuwe werkkrachten. Nico Wulterkens, voormalig werknemer van de blikfabriek Thomassen & Drijver, herinnerde het zich nog goed: “Dan kwam je aan op Schiphol en zag je de mensen wezenloos om zich heen kijken. Die kwamen uit gebieden die er totaal anders uitzagen dan hier. En dan leverden wij ze bij de pensions af.”

Permanente arbeiders

Het idee dat deze gastarbeiders tijdelijke migranten waren, bleek een misvatting. De meeste Turken en Marokkanen schoten hier wortel en vestigden zich in de lagere rangen van de arbeidsmarkt. In de contracten die gesloten waren met de Nederlandse overheid, stond namelijk dat de gastarbeiders het recht hadden te blijven en dat ze na twee jaar hun familie konden laten overkomen.  De Turkse en Marokkaanse arbeiders maakten hier massaal gebruik van, terwijl de Zuid-Europeanen terugkeerden naar hun land. Aan de werving van gastarbeiders werd onder het bewind van kabinet Den Uyl in 1973 een einde gemaakt. De regering voorzag lange termijn problemen: “noch de belangen van de vreemdelingen zelf noch die van de Nederlandse samenleving zijn met hun komst gediend”.

Moeilijkheden

In de jaren tachtig raakte de economie in Nederland in een slop. Het gevolg was dat er onder de voormalige gastarbeiders grote werkloosheid heerste. Ook ging het samen leven niet goed en bleken veel Turken en Marokkanen slecht geïntegreerd. Vaak spraken ze de taal niet en voelden de jongeren zich gevangen tussen twee werelden. Tegenwoordig vormen ze echter een permanent en vaak goed geïntegreerd deel van de samenleving.

Nieuwe gastarbeiders?

Er kwam de afgelopen jaren een nieuwe vraag naar goedkope ongeschoolde arbeidskrachten op. Door de Europese eenwording en de toedreding van Oost-Europese landen sinds 2004 is het makkelijker geworden voor Oost-Europeanen om in Nederland te werken en zij vervullen dikwijls de rol die gastarbeiders vroeger speelden. Veel van de Oost-Europeanen werken echter als seizoenarbeider in de landbouw en lijken in tegenstelling tot eerdere gastarbeiders niet van plan te zijn zich permanent te vestigen. Bijna de helft van hen is jonger dan dertig en werkt via een uitzendbureau. De grootste groep komt uit Polen, gevolgd door Roemenië en Bulgarije.

Meldpunt

De Oost-Europeanen worden anders verwelkomd dan de gastarbeiders uit de jaren zestig. Er heerst onder sommigen het sentiment dat ze vervelend en storend zijn. Het meldpunt van de PVV is een uiting van dit sentiment. Zowel nationaal als internationaal is er heftig gereageerd op de opening van dit online meldpunt. Nederlandse Europarlementariërs vrezen voor de goede naam van Nederland. Oost-Europese ambassadeurs uitten hun ongenoegen, en schreven gezamenlijk een brief aan de Nederlandse overheid. “De website is onacceptabel”, stond erin.

Ook veel VVD’ers reageerden fel. Zo noemde Hans van Baalen de website “vulgair en misselijk makend”. Veelvuldig wordt Mark Rutte door partijgenoten en andere politici aangespoord om duidelijk afstand te nemen van de website. Vooralsnog blijft Rutte hier bij: “ik ga niet op alle uitlatingen van Wilders in”.

Tweet about this on Twitter2Share on Facebook4Share on LinkedIn0Share on Google+0Email this to someone