Geschiedenis van de fiets

Geschiedenis van de fiets

22 februari 2012 Roy Sprangers

Een hoogleraar van de Universiteit van Gent denkt de oorsprong van het woord fiets te hebben achterhaald. Volgens hem is de term afkomstig van het Duitse woord voor een plaatsvervangend paard, een ‘Vize-Pferd’. De voorloper van de moderne fiets werd in 1817 uitgevonden door de Duitser Karl Drais.

De oorsprong van het Nederlandse woord ‘fiets’ is altijd onduidelijk gebleven. Eén verklaring stelt dat het woord een verbastering is van het Franse woord voor fiets, vélocipedè, dat snelvoet betekent. Het is echter ook mogelijk dat de term afstamt van E.C. Viets, de Nederlandse fietsenmaker die rond 1880 zijn eigen rijwielen fabriceerde. Een Gentse hoogleraar heeft nu een derde optie opgeworpen, namelijk dat het woord afkomstig is van het Duitse woord ‘Vice-Pferd’, ofwel reservepaard. Zijn theorie wordt ondersteund door het feit dat de eerste fiets werd uitgevonden in Duitsland als vervanging van het paard.

Draisine

Loopfiets, 1819Er bestaan veel onverifieerbare claims voor de uitvinding van de eerste fiets, maar het eerste gedocumenteerde ontwerp behoort toe aan de Duitser Karl Drais (1785-1851). Hij ontwierp zijn ‘Laufmaschine’ (loopmachine), die bekend kwam te staan als de ‘Draisine’, in 1817 als een vervanging voor het transport door trekdieren. Deze eerste fiets beschikte over een houten frame en twee houten wielen, maar had geen pedalen of stuur. De bestuurder zat op het frame en bewoog zichzelf voort met behulp van zijn benen. Met zijn 22 kilo wegende prototype slaagde Drais erin om binnen een uur maar liefst 13 kilometer af te leggen. Desalniettemin was er weinig commerciële interesse in de fiets, met name omdat deze uiterst oncomfortabel was op onverharde wegen.

Bottenschudder

In 1862 besloot een Franse mecanicien, mogelijk Ernest Michaux of Pierre Lallement, een aantal verbeteringen aan te brengen aan de Draisine. Het nieuwe ontwerp was bestuurbaar en werd voorzien van trappedalen, bevestigd aan het voorwiel. De fiets bleek zeer populair in zowel Europa als Amerika. Om te kunnen voldoen aan de vraag werd in Frankrijk rond 1864 de eerste fietsfabriek opgericht. Bij de productie werd het houten frame vervangen door een gietijzeren variant met metalen wielen. Dit maakte de fiets echter zo oncomfortabel dat de Engelsen het ding al snel de bijnaam ‘The Boneshaker’, oftewel ‘De Bottenschudder’, gaven.

Hoge Bi

Hoge BiHet grote nadeel van de Bottenschudder was dat de trapas en het wiel altijd dezelfde rotatiesnelheid hadden. Om dit tegen te gaan en de snelheid te verhogen bedacht de Fransman Michaux in 1867 de ‘vélocipède’, ofwel de ‘Hoge Bi’. Bij dit ontwerp had de fiets niet langer twee banden van gelijke grootte, maar een klein achterwiel en een veel groter voorwiel. Hierdoor kon men met dezelfde trapbeweging een veel grotere afstand afleggen. Door de ongelijkheid van de wielen werd de fiets echter ook enorm gevaarlijk. Zo bleek het afdalen van een heuvel vrijwel onmogelijk en werd de fietser bij een onverwachtse stop over het stuur gelanceerd.

Moderne fiets

In 1885 voorzag de Brit John Kemp Starley zijn fiets voor het eerst van een kettingaandrijving die verbonden was met het achterwiel. Hierdoor was het grote voorwiel niet langer noodzakelijk en werd het fietsen een stuk veiliger. Dit was van groot belang, want tot op dat moment werd de fiets gezien als een uiterst onveilig transportmiddel en was het op veel plaatsen verboden te fietsen.

Door de introductie van kogellagers had de ‘Rover’, zoals Starley zijn ontwerp noemde, ook een stuk minder last van wrijving, maar vanwege de massief rubberen banden was het comfort nog niet optimaal. Hier kwam echter in 1888 verandering in, toen de fiets voor het eerst werd voorzien van de luchtbanden van John Dunlop. Sindsdien is het ontwerp van de fiets in de afgelopen 125 jaar slechts minimaal veranderd.