Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+1Pin on Pinterest0Email this to someone

De Duitsers betoogden op 12 september 2011 voor het internationaal gerechtshof in Den Haag dat de Italiaanse Hoge Raad het hele systeem van vredesakkoorden in gevaar brengt die na de Tweede Wereldoorlog zijn afgesloten. Het gaat over schadevergoedingen voor individuele burgers, wat in de vredesverdragen is geregeld. Ook Nederland heeft te maken met soortgelijke claims uit de tijd van de politionele acties, zoals van de overlevenden van het bloedbad in Rawagede in 1947.

In 1940 tekende Japan met Duitsland en Italië het Driemogendhedenpact, dat wederzijdse hulp beloofde bij een eventuele aanval. Nederland en Frankrijk werden begin 1940 onder de voet gelopen en de Japanners zagen hun kans schoon om Nederlands-Indië te bezetten. Maar na de oorlog wilden de Nederlanders de kroonkolonie weer terug. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Toen de Japanners op 15 augustus vertrokken uit Nederlands-Indië, riepen de nationalistische troepen onder leiding van Soekarno twee dagen later, op 17 augustus, de onafhankelijke republiek Indonesië uit. Soekarno werd leider van de jonge republiek Indonesië. Het werd echter niet erkend door de internationale gemeenschap.

Politionele acties

Tot maart 1946 namen de Britten de posities van de Japanners over, waarna de Nederlanders weer werden toegelaten. Er ontstond een grootschalig conflict dat bekend werd als de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog of politionele acties, die duurde van 1945 tot 1949. Het Nederlandse leger probeerde door middel van die actie de onafhankelijkheid van Indonesië in de kiem te smoren of zo nodig te vertragen.  Het was een strijd tussen de Indonesische nationalisten en de Nederlandse troepen. Het gevolg was het operatieplan ‘Product’ onder leiding van generaal Simon Spoor. De eerste actie die ondernomen werd duurde van 21 juli tot 5 augustus 1947. Door ingrijpen van de Verenigde Naties (VN) werd na een paar weken een staakt-het-vuren afgekondigd, dat op 5 augustus 1947 van kracht ging. Maar het staakt-het-vuren bleek slechts een illusie. De vijandelijkheden staakten namelijk niet, waar het Bloedbad van Rawagede een pijnlijke voorbeeld  van was.

Bloedbad van Rawagene

In de vroege ochtend van 9 december 1947 vielen Nederlandse militairen gewapend met automatische geweren en mortieren het Javaanse dorp Rawagene aan, dat 100 kilometer ten oosten van de hoofdstad Jakarta ligt. Ze stonden onder leiding van Alphons Wijnen. Volgens de Nederlandse militairen zou een guerilla-commandant zich schuilhouden in Rawagene en zij waren op zoek naar onafhankelijkheidsstrijders. De bewoners ontkenden dat zij hem verborgen hielden. De bevolking werd bijeen gebracht en ruim vierhonderd mannen werden ter plekke doodgeschoten. De Nederlanders ondervonden geen tegenstand en troffen uitsluitend ongewapende dorpsbewoners aan. Mannen werden van vrouwen en kinderen gescheiden en ter plekke of op de vlucht doodgeschoten.

Vervolgen

In 1947 werd besloten om de daders van deze oorlogsmisdaad niet te vervolgen, ondanks de aanbeveling van generaal Spoor om de verantwoordelijke majoor te vervolgen. De Verenigde Naties deden vervolgens een onderzoek naar het optreden van het Nederlandse leger. Uit het rapport van 12 januari 1948 kwam naar buiten dat hun optreden ‘opzettelijk en meedogenloos’ was geweest. Het Comité Nederlandse Ereschulden stelde later vast dat tijdens de actie 431 mannen uit het dorp om het leven waren gekomen.

Het bloedbad in de media

De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht in de media gekomen voor het bloedbad. Zo zond RTL4 in 1995 de documentaire ‘Excessen van Rawagede’ uit en besteedde het historische radioprogramma Onvoltooid Verleden Tijd (OVT) in 2007 aandacht aan het onderwerp. Naar aanleiding van uitzending van OVT stelde het SP-kamerlid Krista van Velzen begin 2008 Kamervragen aan Maxime Verhagen, de toenmalig minister van Buitenlandse Zaken. Op 24 november 2008 maakte de landsadvocaat in een brief aan de nabestaanden van de slachtoffers van het bloedbad bekend dat de Nederlandse Staat geen schadevergoeding uitkeert omdat de kwestie verjaard is.

Rechtszaak tegen de Nederlandse staat

In december 2009 spanden nabestaanden van de slachtoffers toch nog een rechtszaak aan tegen de Nederlandse staat. De weduwen wilden erkenning en een schadevergoeding voor de weggevallen inkomsten van de kostwinner. Naar aanleiding van deze zaak stelde de staat in mei 2010 dat er inderdaad oorlogsmisdaden waren begaan maar dat de zaak verjaard was. De zaak is volgens de landsadvocaat in 1966 afgerond met de toen gesloten financiële overeenkomst tussen Nederland en Indonesië. Nederland betuigde spijt en stelde 850.000 gulden aan ontwikkelingshulp voor Rawagade beschikbaar. De Italiaanse Hoge Raad besloot afgelopen maandag dat individuele Italiaanse burgers die in WOII door de nazi’s tot dwangarbeid zijn gedwongen, alsnog bij een Italiaanse rechter van Berlijn schadevergoeding kunnen eisen. Volgens Duitsland bestaat het gevaar dat oorlogsslachtoffers gaan ‘shoppen’ en een staat voor een nationale rechter gaan dagen in een land waar zij de beste kansen verwachten voor een schadevergoeding. Nederland wil nu (23 november 2011) een schikking treffen met nabestaanden van het bloedbad in Rawagede. De staat praat daarover met de advocaat van de nabestaanden.

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+1Pin on Pinterest0Email this to someone