'Paasprosessie in Koersk' door Ilya Repin, ca. 1880

Pasen wordt door vele mensen bij uitstek als een christelijke traditie beschouwd. Toch kent het feest zijn oorsprong in het joodse Pesach en heeft het in de loop der eeuwen ook aardig wat heidense elementen overgenomen, waaronder de traditionele paaseieren en de bijbehorende paashaas.

De precieze herkomst van het woord Pasen is niet helemaal met zekerheid te achterhalen. Vermoedelijk staat het in verband met het joodse feest ‘Pesach’, maar de oorsprong kan ook liggen in het Latijnse woord ’pascua’, dat weide betekent en op die manier zou verwijzen naar de lente. De Duitse en Engelse woorden voor Pasen – respectievelijk Ostern en Easter – zouden bovendien te herleiden zijn tot de oud Germaanse godin van de vruchtbaarheid: Eostre.

Pesach

De oorsprong van het Paasfeest ligt in ieder geval bij de joodse traditie van de Pesach. Met dit feest herdenken de Joden de Exodus uit Egypte en daarmee hun bevrijding van de slavernij. Pesach begint met de Sederavond, de avond van 14 nisan, en duurt zeven of acht dagen. Het feest gaat traditioneel gepaard met het slachten van een lam, het eten van ongezuurd brood en het drinken van wijn.

Laatste Avondmaal

Volgens een aantal evangeliën vond het Laatste Avondmaal van Jezus plaats op een Sederavond aan het begin van Pesach. Ook zijn kruising de volgende dag en de wederopstanding drie dagen later vonden nog plaats tijdens het Joodse feest. Op deze manier raakten het joodse Pesach en de dood van Christus direct met elkaar verbonden.

Gaandeweg richtten de christenen zich echter steeds meer op het belang van de wederopstanding van Jezus en lieten zij de joodse aspecten van de Pesach achterwege. Tijdens het concilie van Nicea in 325 werd de viering van Pasen dan ook definitief losgekoppeld van het joodse feest. Beslist werd dat paaszondag voortaan ieder jaar gevierd zou worden op de zondag na de eerste volle maan van de lente.

Paaseieren

Ansichtkaart met daarop een Paashaas, 1907

Ansichtkaart met daarop een Paashaas, 1907

Toen het christendom zich vervolgens in de loop der eeuwen over Europa verspreidde, raakte het Pasen ook vermengd met een aantal heidense lentefeesten. Zo stamt de traditie van het paasei mogelijk af van de heidense overtuiging dat eieren symbool stonden voor de vruchtbaarheid en de geboorte van de lente. Onder andere in de Germaanse heilige-boom cultus was het gebruikelijk om de komst van de lente te vieren door eieren in de bomen te hangen.

Er bestaat echter ook een meer praktische verklaring van de oorsprong van het paasei, die met name verband houdt met de periode van het Vasten. In die weken was het namelijk voor christenen verboden om vlees en zuivel te eten, en door velen werden eieren ook als zuivelproduct beschouwd. Omdat de kippen echter niet stopten met broeden had men aan het einde van het Vasten zo’n overschot, dat het al snel traditie werd om met het begin van Pasen hardgekookte eieren te eten.

Paashaas

Met de opkomst van het protestantisme 16e eeuw verdween in grote delen van Noord-Europa de traditie van het gezamenlijk vasten. Omdat vele Duitse protestanten hun kinderen echter niet het genot van de paaseieren wilden onthouden, bedachten zij de paashaas, die de eieren op paaszondag voor hen verstopte. Zeer waarschijnlijk heeft de keuze voor dit dier ook zijn oorsprong in het heidendom, aangezien de haas al sinds de oudheid vanwege zijn vruchtbaarheid symbool stond voor het begin van de lente.

Tweet about this on Twitter9Share on Facebook107Share on LinkedIn1Share on Google+0Email this to someone
Tags: