Sociale functie van Carnaval in de Middeleeuwen

Hoewel het feest officieel zondag pas begint, barst in veel steden in het zuiden vanavond het Carnavalsfeest al weer los. Vandaag de dag wordt het volksfeest vooral gezien als een groot dans- en drinkfestijn, maar toch kent het ook een rijke historische traditie. Zo werden tijdens het Middeleeuwse Carnaval de sociale rollen omgedraaid en moest onder andere de kerk het flink ontgelden.

In tegenstelling tot vandaag de dag duurde het Carnaval in de Middeleeuwen niet slechts enkele dagen, maar besloeg het vrijwel de gehele periode tussen Kerstmis en het begin van het Vasten. In die twee maanden werden verscheidene katholieke feestdagen door de katholieke bevolking aangegrepen als uitlaatklep voor hun dagelijkse frustraties.

Ezelsmis

Met name de katholieke kerk moest het tijdens Carnaval ontgelden. Allerlei heilige tradities en regels werden tijdens het feest op de hak genomen. Zo  plaatste men tijdens de ‘ezelsmis’ een ezel op het altaar, waarna een als priester verklede burger een kerkmis opvoerde. Bij alle gebeden werd het ‘amen’ vervangen door ‘ia, ia, ia’ en na iedere preek lieten alle gemaskerde aanwezigen een boer. Verder werden er in plaats van wierook schoenzolen verbrand en at men bloedworsten op het altaar.

Mest

Tevens vierde men op 28 december het inmiddels vergeten feest van de kinderlijke onnozelheid, ter herdenking van de kindermoord in Bethlehem. Op deze dag kregen de kinderen één dag de macht, en wederom keerde zich dit tegen de kerk. De koorknapen zetten de geestelijken op een kar vol met mest, en lieten hen vervolgens door het dorp trekken. Vaak maakten de kerkdienaars van deze mogelijkheid gebruik om de toeschouwers te bekogelen met stront, een fenomeen dat in enigzins gewijzigde versie nu terug te vinden is in het strooien van confettie vanaf de carnavalswagens.

Sociale omwenteling

Net als nu bereikte het Carnaval ook in de Middeleeuwen het hoogtepunt in de drie dagen voor het begin van het Vasten. Gedurende deze periode droeg het stadsbestuur de macht officieel over aan Prins Carnaval en was de sociale omwenteling compleet. Door de anonimiteit geboden door de kostuums waren rang en stand niet meer van belang en kon men vrijuit de draak steken met alles en iedereen. Met name de adel en de rijke burgers werden op de hak genomen en belachelijk gemaakt. Deze traditie is nog steeds terug te vinden in het hedendaagse Brabantse tonproaten en het Limburgse buutereednen, waarbij de sprekers onder andere de draak steken met het lokale bestuur.

Polonaise

Na de Reformatie in de 16e eeuw kwam er echter een einde aan het buitensporige Carnavalsfeest. De nieuwe protestantse geestelijken hechtten meer waarde aan het belang van het Vasten en vonden het losbandige katholieke Carnaval maar niets. In het noorden werd het feest al snel uitgebannen en ook in het zuiden werd Carnaval aan banden gelegd. Zo was de polonaise, waarbij men in de Middeleeuwen de voorganger niet volgde met de hand op de schouder, maar met de neus bij het achterwerk, voortaan verboden.

Tegen het einde van de 17e eeuw was Carnaval in heel Nederland verdwenen. Pas vanaf het begin van de 19e eeuw, toen Nederland onder Frans bestuur stond, keerde het feest in het zuiden van Nederland weer terug.

Tweet about this on Twitter1Share on Facebook3Share on LinkedIn0Share on Google+1Email this to someone