Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

In de week dat staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Halbe Zijlstra de stekker lijkt te trekken uit het project van het Nationaal Historisch Museum, verschijnt een onderzoek van historicus Henk ‘t Jong naar de weergave van de middeleeuwen in de Nederlandse lesmethoden.

Ridders, kastelen, jonkvrouwen, de pest en smerige steden scheppen het beeld van de periode van de Middeleeuwen. Het beeld is afkomstig uit de vroeg negentiende-eeuwse romantiek na de val van Napoleon en de opkomst van nieuwe rijken, zoals het koninkrijk der Nederland. Om een gezamenlijk verleden te schetsen voor de nieuwe naties, werd de Middeleeuwen als uitgangspunt genomen voor de nationale geschiedenis van verscheidene landen. Maar het dagelijks leven van ‘jan en alleman’ zag er anders uit.

Beeld uit de Romantiek

Historicus Henk ’t Jong schreef een artikel in het tijdschrift Kleio, voor geschiedenis docenten, over de foute beeldvorming over de Middeleeuwen in het onderwijs. Eén van zijn conclusies was dat het beeld dat geschetst wordt op scholen over de Middeleeuwen niet strookt met de werkelijkheid, doordat de kern van de stof stamt uit de romantiek. In de negentiende eeuw was de nostalgie van het verleden terug te zien in gebouwen, gebeurtenissen, personen en in het onderwijs.

WC in de Middeleeuwen

Ondanks de invoering van de commissie-De Rooy bleef volgens ’t Jong het chronologisch inzicht van de leerlingen op basisscholen beperkt. In de huidige tijd worden periodes door elkaar gehaald en door de grote verscheidenheid aan spelletjes en films wordt de middeleeuwen gezien als een soort van fantasiewereld. Daarnaast wordt volgens ‘t Jong ook informatie gegeven die niet accuraat is. Zo staat in veel schoolboeken dat het in de middeleeuwen stonk, doordat er geen wc’s waren. Maar sinds de jaren ’70 van de 20e eeuw werden in veel Nederlandse binnensteden opgravingen gedaan. Daarbij werden beerkuilen en –putten aangetroffen die dienst deden als wc. In de Middeleeuwen werd er op gelet dat de putten niet te dicht bij het drinkwater lagen en op tijd werden geleegd.

Modderpoelen en rondscharrelende varkens

Door het archeologisch onderzoek werd dus aangetoond dat mensen in de regel hun behoefte niet op straat deden. Daarnaast betoogt ‘t Jong dat straten over het algemeen geen modderpoelen waren met rondscharrelende varkens, maar wegen van keien met een goot in het midden of aan de zijkant om water af te voeren. Varkens moesten in een hok gehouden worden en afval mocht niet op straat gegooid worden. Op het overtreden van een regel stond een boete. Veel mensen realiseren zich volgens de historicus niet meer dat hun voorouders ook in die periode leefden en slechts zelden een ridder of jonkvrouw zagen en maar een handvol mensen op de brandstapel belandden.

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone