Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone

PVV-leider Geert Wilders wil dat Nederland de viering in 2012 van 400 jaar betrekkingen met Turkije afgelast.  Al tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) werd er een verbond gesloten tussen Willem van Oranje en de Joodse koopman Josef Nasi, die woonde in Constantinopel. Het Ottomaanse rijk fungeerde als bondgenoot van de Nederlanden tegen de Spanjaarden.

De eerste handelsbelangen tussen de Turken en de Nederlanders stamden uit de middeleeuwen. In die tijd gingen inwoners van de Republiek als pelgrim of tijdens de kruistochten op doorreis naar het Heilige Land. Tijdens hun reis brachten zij een bezoek aan het Ottomaanse Rijk. Vanaf die periode namen de handelscontacten en de politieke betrekkingen steeds verder toe.

Willem van Oranje

De eerste diplomatieke verbindingen tussen de Nederlandse Staat en het Ottomaanse Rijk kwamen tot stand onder leiding van Willem van Oranje. Willem van Oranje was op zoek naar financiële en militaire steun in zijn strijd tegen de Spanjaarden. De prins wendde zich tot een internationaal bankier, die hij kende uit Leuven, Don Juan Miquez. Om te ontkomen aan de Spaanse Inquisitie had deze Spaans Joodse bankier Antwerpen ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog verruild voor Constantinopel. Hij ging daar zijn oorsponkelijke Joodse naam weer gebruiken: Josef Nasi. Het was niet ongebruikelijk voor Sefardische joden om naar Constantinopel te komen, omdat het één van de grootste en rijkste steden van Europa was. In het rijk ontstonden welvarende Spaans-Joodse gemeenschappen. Nasi was welkom aan het Ottomaanse hof van Sultan Süleyman I en diens zoon Selim II. Nasi kreeg politieke invloed bij Süleyman die gebruik wilde maken van zijn handelsnetwerk en politieke connecties in heel Europa.

Sefardische bankiers in Constantinopel

Deze Sefardische bankiers en kooplieden in het Ottomaanse Rijk vormden een belangrijke schakel tussen de betrekkingen tussen Nederland en Turkije. Nederlandse kooplieden en zeevaarders konden zo op grote schaal handel drijven met de Turken. Naast commerciële belangen speelde de oorlogstoestand met Spanje een belangrijke rol. Tijdens de zestiende eeuw waren de Ottomanen in een strijd verwikkeld met de Habsburgse keizer Karel V. De Osmaanse regering zag de mogelijkheid Nederland te winnen als bondgenoot in de gemeenschappelijke strijd tegen de Habsburgsemacht.

Liever Turks dan Paaps

Toen in 1566 de Beeldenstorm Antwerpen bereikte, was het moment daar. Vanuit het Ottomaanse Rijk betuigde Nasi steun aan Willem van Oranje. De bondgenootschap tussen het Ottomaanse Rijk en de opstandelingen in de Nederlanden ging niet onopgemerkt voorbij. In hetzelfde jaar werden er namelijk een aantal hagenpreken (een kerkdienst in de open lucht) gehouden. Openlijke geloofsovertuiging was verboden, waardoor de opstandelingen zich beriepen op de hagenpreken. Hier werd meermaals de leus “Liever Turks dan Paaps” gebruikt.

Steekpenningen Watergeuzen

Zelfs de Watergeuzen droegen penningen met daarop de halve maan en de tekst ‘Liver turcx dan pavs’. (Liever Turks dan de Paus). In 1577 meldde ooggetuige Jan Fruytiers in zijn historisch werk over de bevrijding van de stad Leiden door de Watergeuzen: “Want zij achtten de tirannie van de Paus groter dan die van de Turk, die het geweten van de mensen tenminste ongemoeid laat als hij belasting (tribuyt) betaalt, en bovendien zijn beloften beter nakomt dan de Paus”.

Diplomatieke betrekkingen

Na Willem van Oranje kwamen er steeds meer Nederlandse kooplieden en zeevaarders, die vanaf de jaren 1590 hun handel uitbreidden naar de kusten van Afrika en de Middellandse Zee. In 1612 kwam de eerste ambassadeur van Nederland, Cornelis Haga, in Constantinopel aan. Hij legde de grondslag voor de diplomatieke betrekkingen en richtte tal van consulaire posten in de belangrijkste havens en handelscentra op binnen het Ottomaanse Rijk: Patras, Thessaloniki, Athene, Gallipoli, Izmirt, Aleppo, Sidon, Dairo, Tunis en Algiers.

Bijzondere positie in Istanbul

In 1612 werd het de Nederlanders tevens toegestaan om onder eigen jurisdictie handel te drijven in het Ottomaanse Rijk. De Turkse sultan verleende de Hollanders in 1612 vrijstelling van bepaalde belastingen en een beperkt zelfbestuur. Slecht weinig Europese staten kenden een diplomatieke vertegenwoordiging in Constantinopel, zodat de positie van de Hollanders tamelijk bijzonder was.

Wilders

Toch is Wilders niet gediend van deze historische betrekkingen: ‘Er is niets te vieren. Het islamitische regime van Gül en zijn partijgenoot, de Turkse premier Erdogan, is geen waarachtige vriend van het Westen en dus ook niet van Nederland. President Gül is niet welkom. (…) De islam is fundamenteel intolerant ten opzichte van jodendom, christendom en humanisme.” Dat de betrekkingen tot stand kwamen door een Joodse handelaar die woonde in Istanbul, lijkt de politicus niet te weten.

Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone