Piraterij in de Oudheid

Het marineschip Hr. Ms. Zuiderkruis keert terug naar Nederland. Het marineschip werkte mee aan een missie van de EU en de NAVO om piraterij tegen te gaan voor de kust van Somalië. Door de tijdelijke terugkeer van het schip draagt Nederland enkele maanden niet mee aan deze missie. Ook in de Oudheid kwamen er al militaire missies voor om piraterij tegen te gaan.

Piraterij is een zeer oud fenomeen. Het is waarschijnlijk dat piraterij ontstaan is vlak nadat de eerste schepen in gebruik werden genomen. Handelaren trokken langs de kust met hun schepen en voeren nog niet op de open zee. Piraten verscholen zich aan deze kust om de handelaren met hun schepen vol goederen te overvallen. Deze roversbenden stonden er om bekend dat ze niet alleen op zee overvallen pleegden, maar dat ook het kustgebied niet veilig was voor hen.

Grote steden

Dit zorgde ervoor dat een aantal belangrijke steden in de Oudheid uit angst voor deze roversbenden een aantal kilometer buiten de kust zijn gebouwd. Voorbeelden hiervan zijn Athene en Rome. Deze steden creëerden een ‘partnerstad’ aan de kust, zoals Athene met Piraeus en Rome met Ostia deed. Hierdoor hadden deze belangrijke steden wel toegang tot de zee, maar lagen ze niet binnen het bereik van deze roversbenden.

Middellandse Zee

Piraterij groeide uit tot een bekend fenomeen in de Middellandse Zee. Er werd niet collectief tegen opgetreden en het was een lucratieve bezigheid. Vaak voegden handelaren die waren overvallen en hierdoor zonder werk kwamen te zitten zich zelfs bij de piraten die hun hadden overvallen. Ontvoerd worden door piraten en op een slavenmarkt verkocht worden, was een bekend risico voor mensen die handel dreven via de zee. Vaak waren steden met een grote slavenmarkt dan ook beruchte havens voor piraten. De enige periode van relatieve veiligheid in de Middellandse Zee was toen Alexander de Grote (356-323 voor Christus) het oostelijk deel van deze zee onder controle had.

Rome

Piraterij bleef een probleem voor de handel op de Middellandse Zee en ook het machtige Rome greep niet daadkrachtig in. Het zwaartepunt van de kracht van Rome lag namelijk bij zijn troepen op het land en niet bij zijn vloot. Voornamelijk Cilicië, hedendaags zuidoost Turkije, en Illyrië, hedendaags westelijke Balkan, waren beruchte gebieden voor piraterij. In 230 voor Christus kwam het echter tot een confrontatie tussen Rome en Illyrische zeerovers. De piraten hadden een Romeins graanschip overvallen en de Illyrische koningin weigerde in te grijpen. De Romeinen waren furieus en zonden een vloot van tweehonderd schepen en een leger van 20.000 soldaten over land naar het gebied. In 228 voor Christus hadden de Romeinse troepen een groot deel van de troepen van de Illyrische zeerovers verslagen en zo één van de belangrijkste piratenhavens onschadelijk gemaakt.

Julius Caesar

Vanaf dat moment waren de piraten niet langer onschendbaar en werden ze tot vijand van Rome verklaard. Hierdoor voelden de piraten zich in het nauw gedreven en begonnen steeds meer schepen aan te vallen om te overleven. In 78 voor Christus werd zelf een schip met Julius Caesar overvallen door piraten uit Cilicië. Toen de zeerovers twintig talenten losgeld vroegen, voelde Caesar zich beledigd en maakte hen duidelijk dat ze makkelijk vijftig talenten voor hem konden krijgen. Nadat de vijftig talenten betaald waren en Caesar was bevrijd, verzamelde Caesar een vloot en jaagde de piraten na. Uiteindelijk heroverde hij het losgeld, nam hij 350 zeerovers gevangen en liet hij er 30 kruisigen.

Pompeius

In 67 voor Christus werd Ostia, de haven van Rome, in brand gezet door zeerovers. Bovendien werden twee belangrijke senatoren gevangen genomen door hen. Dit was voor de Romeinen de druppel. Gnaeus Pompeius Magnus verkreeg buitengewone volmachten om de Middellandse Zee van piraten te bevrijden. Hij had bevoegdheden op heel de Middellandse Zee en 75 kilometer landinwaarts. Feitelijk werd hij alleenheerser van het Romeinse rijk buiten Italië, totdat hij de piraten had uitgeroeid. Pompeius kreeg de beschikking over vijfhonderd schepen, 120.000 infanteriesoldaten en 5.000 cavaleriesoldaten. In slechts drie maanden wist Pompeius de Middellandse Zee te verlossen van de meeste zeerovers. Hij zou ongeveer vierhonderd schepen hebben buitgemaakt en er meer dan duizend hebben vernietigd. De neergang van het Romeinse rijk in de vierde en vijfde eeuw zorgde er echter voor dat piraterij weer op kwam zetten.

 

 

 

 

Tweet about this on Twitter1Share on Facebook0Share on LinkedIn0Share on Google+0Email this to someone